snoeven

werkw.
Uitspraak:  ['snuvə(n)]
Vervoegingen:  snoefde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesnoefd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

over iets van jezelf praten en daarbij overdrijven over wat er goed aan is
Voorbeeld:  `snoeven met je nieuwe, peperdure auto`
Synoniem:  opscheppen (1)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bluffen brallen grootspreken opscheppen opsnijden pochen snorken stoffen zwetsen

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik snoefde, heb gesnoefd), pochen, opsnijden; trots zijn (op iets of [iemand] ). *...VER, m.,...
  2. 1) Blafkaken 2) Blagueren 3) Blauwverven 4) Bluffen 5) Brallen 6) Dikdoen 7) Geuren 8) Grootspreken 9) Opscheppen 10) Opsnijden 11) Pochen 12) Praatjes maken 13) Praatjes...
  3. te hoog van iemand of iets opgeven; pochen
  4. opscheppen Jaar van herkomst: 1645 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
snoeven (opscheppen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 75% van de Nederlanders en 77% van de Vlamingen het woord `snoeven`.