krap

bijv.naamw.
Uitspraak:  [krɑp]

als er te weinig ruimte is, of als je van iets weinig hebt
Voorbeelden:  `Ik ben dikker geworden en nu zit mijn rok me krap.`,
`Met z'n allen in dat kleine autootje wordt wel wat krap.`
krap bij kas zitten  (weinig geld hebben)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
boekslot eng karig klein maar net met weinig ruimte nauw niet overvloedig schaars ruim (antoniem)

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Zie Meekrap
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] meekrap, [zeker, zekere] plant met verfstof. ~, v. (-pen), kram, boekslot; varkensrib. ~, [bijwoord] naauwelijks, pa...
  3. met weinig ruimte van zijkant naar zijkant vb: die jas is je veel te krap krap bemeten [van geringe afmeting]
  4. 1) Afgesneden stuk 2) Amper 3) Bekrompen 4) Benauwd 5) Beperkt van ruimte 6) Boekslot 7) Boekvergrendeling 8) Druiventros 9) Eng 10) Gedroogde en gemalen meekrapwortel 11...
  5. boekslot
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met krap:
krapitalistkrapuul

Deze woorden eindigen op krap:
verkrapmeekrap

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. krap (kerf)
  2. krap (kram, boekslot; kalfring)
  3. krap (nauw)
  4. krap (varkensrib = krip)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `krap`.