I het geheel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [xəˈhel]

alles bij elkaar
Voorbeelden:  `één geheel vormen`,
`een ondeelbaar geheel`,
`Het geheel is de som der delen.`
Synoniemen:  totaliteit, alles
in het geheel niet  (helemaal niet)
over het geheel genomen  (in het algemeen, zonder op de details te letten)


II geheel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xəˈhel]

waaraan niets ontbreekt
Voorbeelden:  `de gehele school`,
`een geheel vernieuwde versie`
Antoniem:  gedeeltelijk
Synoniemen:  volkomen, heel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan één stuk alles eenheid faliekant gezamenlijkheid heel totaal totaliteit volkomen volkomenheid volledigheid voltalligheid zonder uitzondering gedeeltelijk (antoniem)half (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed luisteren)
geheel oog zijn (=heel goed opletten)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
( - Europa) Wat is correct: heel Europa of geheel Europa? Zie Heel - geheel

Intensiveringen
Uitdrukkingen die geheel betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de alfa en (de) omega; een en al; in de volle lengte; met huid en haar verslinden; ten volle;

4 definities op Encyclo
  • •alle delen zonder uitzondering
  • alle delen bij elkaar vb: deze verzameling vormt een geheel over het geheel genomen ... [in het algemeen ...]
  • 1) Aan een stuk 2) Afgestampt 3) Allenthalve 4) Alles 5) Alles bij elkaar 6) Alles bijeen 7) Alles tezamen 8) Allesomvattend 9) Alleszins 10) Compleet 11) Complex 12) Een...
  • heel Jaar van herkomst: 1236 (CG I 1, 29 )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met geheel:
    geheelheidgeheelonthouder

    Deze woorden eindigen op geheel:
    algeheel

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    geheel (volledig, onverdeeld ; de gehele hoeveelheid)