Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wereld`

  1. aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
  2. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  3. de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  4. De omgekeerde wereld (=Het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  5. de wereld in een doosje hebben (=tevreden en gelukkig zijn met wat iemand heeft)
  6. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  7. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  8. de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
  9. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  10. het achtste wereldwonder (=een ongelooflijk prachtig iets)
  11. het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed)
  12. het oog van de wereld (=de publieke opinie)
  13. Hij laat de wereld op zijn duim draaien (=Men doet alles wat hij wil)
  14. Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (=Men moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  15. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het zal niet lukken)
  16. ondank is `s werelds loon (=men wordt zelden bedankt voor een goede daad)
  17. Op de wereld schijten (=Overal maling aan hebben)
  18. ruim zijn aandeel in 's werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  19. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  20. voor geen geld ter wereld (=niet bereid zijn tot iets, hoeveel er ook voor geboden wordt)
  21. werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)

13 betekenissen bevatten `wereld`

  1. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  2. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede wereldoorlog)
  3. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden)
  4. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  5. een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
  6. leven als een oester (=geheel van de wereld afgezonderd leven)
  7. geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  8. De een scheert schapen, de ander varkens (=Het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  9. fiat justitia et pereat mundus (=het recht moet zegevieren ook al vergaat de wereld)
  10. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  11. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  12. bij de styx zweren (=styx is rivier in onderwereld)
  13. door de mand vallen (=van een lager niveau blijken te zijn dan de buitenwereld tot dan toe had gedacht)

Het dialectenwoordenboek kent 36 spreekwoorden met `wereld`

  1. Aalters: Wa wete gij nui van blaae duivn (=Jij bent wereldvreemd)
  2. Munsterbilzen - Minsters: kampioen van men kloete (=wereldkampioen van Munster en omstreken)
  3. Tilburgs: de gaansen wèreld (=de gehele wereld)
  4. Gents: pierewoaje (=een stapke in de wereld zetten)
  5. Lokers: de weireld is vaure rijpe (=de wereld is bijna rot)
  6. Gents: giel de wireld (=gans de wereld)
  7. Veurns: voe gin goeden oendje (=voor geen geld ter wereld)
  8. Bilzers: de vinster waogelweid oëpezétte (=zijn kijk op de wereld verruimen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: zen binkes ès autgoje (=een stapje in de wereld zetten)
  10. Kerkraads: 't sjunste óp de welt (=het mooiste op de wereld)
  11. Zeeuws: n zjee van tied (=alle tijd van de wereld)
  12. Munsterbilzen - Minsters: al geeste op zene kop ston (=voor geen geld ter wereld)
  13. Munsterbilzen - Minsters: al steeste op zene kop (=voor geen geld ter wereld)
  14. Weerts: God hieët de werreldj geschaope in zes daag, mer ze és t'r auch nao (=Er is veel ellende op de wereld)
  15. Bilzers: dich bés groemmelentaeres geboëre (=je bent al grommelend ter wereld gekomen)
  16. Gronings: hai is om Leermens toukomen (=hij weet wat er in de wereld te koop is)
  17. Giethoorns: De wereld is niet raozend emeuken (=Doe maar rustig aan)
  18. Evergems: Deur de veure van zijn gat lopen. (=Hij denkt dat hij het middelpunt van de wereld is.)
  19. Munsterbilzen - Minsters: iemed autmaoke vër al wot lëlëk ès (=iemand overladen met alle zonden ter wereld)
  20. Tilburgs: vasthaawe wè ge hèt èn vatte wè ge krèège kunt, ist èlfde gebòd. (=de wereld is vol hebzucht.)
  21. Sint-Niklaas: ze eed eur kap over de wjeir gesmeten (=een kloosterlinge die terug naar de wereld gaat)
  22. Munsterbilzen - Minsters: Stoem geboeëre en loemp grautgebraach (=Dom ter wereld gekomen en nog dom gebleven)
  23. Tilburgs: die gèld heej kan hèùze bouwe die gin gèld heej kan stêene sjouwe. (=het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  24. Bilzers: Noë nen oëved zaupe, maug ich nogés trop kraupe (=Als mensen dronken zijn kunnen ze de ganse wereld aan)
  25. Westfries: de wereld is niet ràzend! (=zeg, doe 's effe relaxed man!)
  26. Westerkwartiers: de wereld is niet roazn'd moakt, hij wordt roazn'd bewoond (=niet zo gehaast alstublieft !!)
  27. Westfries: hoe wild is de wereld aigeluk? (=zeg, doe 's effe relaxed man!)
  28. Bilzers: al geeste op zene kop ston... (=al doe je alle moeite van de wereld, ik geef niet toe)
  29. Ninoofs: ze peist da de gebreje kiekes vantzelfs op t aufel stonj (=Ze denkt dat de wereld om haar draait)
  30. Westerkwartiers: hij het 't grootste geliek van de wereld (=hij heeft duidelijk gelijk)
  31. Westerkwartiers: geld het de haalve wereld (=met geld kun je veel bereiken)
  32. Westerkwartiers: de wonner'n benn'n de wereld nog niet uut (=men weet maar nooit)
  33. Gouda: Ik zie de wereld voor 'n doedelzak an (=Ik voel me draaierig/niet lekker)
  34. Zichems: hemme es hemme en kraige is ne kunst en mee liege en bedriege moeitte deur de wijreld vliege (=hebben is hebben en krijgen is een kunst en met liegen en bedriegen moet je door de wereld vliegen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: de werd és één graute kërmes en doë mauste e tijdsje plezier maoke (=de wereld is een schouwtoneel, elk krijgt een rol en speelt zen deel)
  36. Klemskerks: e muule van lintjes 'èn: goed van de tongriem gesneden zijn, de hele wereld kunnen ompraten (=een muil van lintjes hebben)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen