Spreekwoorden met `trop`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `trop`

  1. de strop om de hals doen (=iemand in uiterste problemen brengen)
  2. je kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)

Eén betekenis bevat `trop`

  1. een uil vangen (=een grote strop hebben)

32 dialectgezegden bevatten `trop`

  1. 't en is gin trop of d'r zit e buk in: in elk gezelschap, in elke familie is er altijd wel één iemand die niet deugt (=er is geen troep of er zit een bok in) (Klemskerks)
  2. aste zene kop boëven aut stiks, sjiete ze trop (=hoge bomen vangen veel wind) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. Better ene ko met 'n beste vlaai, dan 'n hele trop met 'n bult lawaai (=Beter maar een keer raak, dan alleen opschepperij) (Winterswijks)
  4. das boenk trop (=dat is helemaal juist) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. das vër daud te valle, -terdievel ès ter mèt gemoeid -de makral zit trop (=daar krijg je wat van, dat is te veel pech in ééns) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. de makral zit trop (=het is beduveld) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. de makral zit trop (=de duivel is ermee gemoeid) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. de makreil zit trop (=dat is vervloekt) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. de plis zaag tieëge de fitsër : kom tër ès aof, mennêke, dat ich tich trop zèt (=de politie-agent zei tegen de fietser (in overtreding) : kom eens van je fiets af, ik ga je op de bon zetten)) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. den ene mok ët bèd op en den aandre geet trop ligge (=er zijn er altijd die profiteren van het zweet van anderen) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. doet nog mér ë sjupke trop (=ga nu nog maar wat overdrijven) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. een vies maul trop trèkke (=iets niet mooi of goed vinden) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. enne kloe-ke trop (=een tof stelletje) (Groesbeeks)
  14. ët kump nie trop aoën wëlke kleiër oos poeske hèt, at ze mér maajs vink (=in politiek telt geen partijkleur, als je maar geld vangt !) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. hae hodde mèr trop los (=de beiaardier zag de klepel niet hangen) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. hae stond trop (=de kreupele bleef standvast) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. iemëd mèt zën snoet trop dauwe (=iemand confronteren met de feiten) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. kop en kogel trop ènsjieëtë (=een zwaar verlies boeken) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. mun oge viel trop (=ik zag het toevallig) (Veurns)
  20. nimei trop koeëme (=zich niet meer herinneren) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. Noë nen oëved zaupe, maug ich nogés trop kraupe (=Als mensen dronken zijn kunnen ze de ganse wereld aan) (Bilzers)
  22. nog geld trop taulègge (=meer bijdragen dan men er kan uithalen) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. t kump niet trop aoën of te kat nau wit of zwat ès, at ze mér maajs vink! (=als je maar resultaat behaalt) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. trop gebiëte zin vër.... (=vast besloten (ten alle prijze) om.....) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. trop heige (=er 'n hoger bod op doen) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. trop los howe (=in het wildeweg slaan) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. trop los teire (=er op los slaan) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. trop og tronner (=erop of eronder) (Genker)
  29. un sjwoan sjootel met niks trop (=een mooie dame, zonder inhoud) (Berg en Terblijts)
  30. zen baune trop te weeke lègge (=er op wedden) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. zën taan trop këpot bijte (=taai blijven) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. ziech mér daste sjaun trop stees (=het bliksemt, zie maar dat ze mooie foto's van je maken) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen