Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bezit`

  1. vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn)
  2. zijn ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)

11 betekenissen bevatten `bezit`

  1. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  2. zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  3. die het breed heeft, laat het breed hangen (=als iemand veel geld heeft kan die veel bezitten)
  4. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  5. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  6. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  7. goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven))
  8. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  9. wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  10. aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent)
  11. iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)

Het dialectenwoordenboek kent 24 spreekwoorden met `bezit`

  1. Izegems: hinne noahln voe a zin hat te klauwn (=Niks hebben of bezitten)
  2. Overijses: geene noegel emme ve on a gat te krabbe (=geen bezittingen hebben)
  3. Erps: e es gerineweert (=hij bezit niets meer)
  4. Veurns: 'n duuvels zak is nooëit vul (=hij wenst altijd maar meer geld te bezitten)
  5. Drents: maandegoed is schaandegoed (=gezamelijk bezit geeft vaak aanleiding tot ruzie)
  6. Iepers: en'net gin noagel vo a zen gat te klown (=hij bezit niks)
  7. Westerkwartiers: zien heule hebb'n en holl'n is vot (=zijn hele bezit is weg)
  8. Westerkwartiers: zij hemm'n kiend noch kuuk'n (=zij bezitten niets)
  9. Bilzers: zen heil hébben en haage (=zijn ganse bezit)
  10. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt gene roje op zen kloete (=hij bezit geen rooie duit)
  11. Waregems: ie 'n ee gienen nog'l om in z'n gat te skarten, ie moe leev'n van d'n dis (=niets bezitten, arm zijn)
  12. Bilzers: Hébben és hébbe, mér krijge éste kuns (=zonder te werken zul je niet veel bezitten)
  13. Overijses: giene rotte kaar nemi (=bezit geen 25 cent meer)
  14. Westerkwartiers: hij is stroataarm (=hij bezit niets meer)
  15. Munsterbilzen - Minsters: nog gene naogel hübbe vër zen K. te krabbe (=zelfs niet het broodnodige bezitten)
  16. Drents: wat in de maande hebben (=gezamenlijk bezit)
  17. Bilzers: ne kaole steen konste nie ville (=als je niets bezit, kan men je niets afnemen)
  18. Westerkwartiers: hoe komt 'n kat an 'n bukk'n (=hoe krijgt hij dat nou in zijn bezit)
  19. Venloos: dae haet get aan de veut (=iemand met veel geld en bezit)
  20. Ronsisch: Ie nei gienen noego om aan zien gat te scharten. (=Hij bezit niets.)
  21. Evergems: ij ee geene noagle om an zijn gat te krabb'n (=hij heeft geen bezit)
  22. Westerkwartiers: hebb'n is hebb'n en krieg'n de kunst (=wat men bezit wil men behouden)
  23. Sint-Niklaas: ne reéke mengs is oardug (=tegen iemand die graag opschept over iets dat hij bezit... zegt men:)
  24. Waalwijks: bekaaid ''er bekaaid vanaf komen'' De betekenis is dat je het er niet heel goed afbrengt. Mogelijke oorsprong: In oude tijden werd er verdeeld met keien als symbolen. ''een voor jou, een voor mij, een voor jou, een voor mij, enz. Zo kon ieder zijn bezit zien. Wanneer je op deze manier verdeelt, dan valt er niet veel te winnen. Er bekaaid vanaf komen, betekent dan, dat je niet met winst naar huis komt. Een andere oorsprong van 'bekaaid', zou kunnen komen van de middeleeuwse gewoonte om gevangenen aan een zware kei vast te ketenen. (=bekaaid)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen