Spreekwoorden met `te hebben`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `te hebben`

  1. de lepelziekte hebben (=weinig eten)
  2. wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)

11 betekenissen bevatten `te hebben`

  1. een glaasje op hebben (=alcohol te hebben genuttigd)
  2. geen poot aan de grond kunnen krijgen (=geen schijn van kans blijken te hebben)
  3. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  4. met wortel en tak uitroeien (=iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben)
  5. het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  6. na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
  7. voor de wind is het goed zeilen (=onder gunstige omstandigheden is het gemakkelijker succes te hebben)
  8. Rome is niet in één dag gebouwd (=relativeren: Leer geduld te hebben, overhaast niets)
  9. weinig armslag hebben (=weinig ruimte hebben om uit te breiden of weinig mogelijkheden hebben, meestal in geld uitgedrukt)
  10. een dak boven zijn hoofd hebben (=woonruimte hebben, onderdak hebben)
  11. het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)

15 dialectgezegden bevatten `te hebben`

  1. A'j de kont uutleent, mo'j deur de ribbe driete (=gezegd tegen iemand die iets uitgeleend heeft zonder het teruggekregen te hebben) (Barghs)
  2. at ze stilvilt ès ze zik (=vrouwen kauwen voortdurend zonder iets in hun mond te hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. baeter get verlieze dan ët nauts gehad hëbbe (=iets verliezen is niet zo erg als het nooit bezeten te hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. de boek op de lieste zetten (=Te veel te hebben gegeten) (Giethoorns)
  5. dè eet gieen bruet (=het kost niets om zoiets in voorraad te hebben) (Lokers)
  6. de liegs bauste doë stees (=hoe kan je zweren zonder puisten te hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. de mësiëre kump tich al tiëge aoën de viërdiër (=je hoeft nog niet alles gezien te hebben om te zien hoe groot de miserie is) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. een zunege vrouw is de beste spoarpot (=het is een zegen een vrouw te hebben die met geld kan omgaan) (Westerkwartiers)
  9. eten tegen d'n onger da komt (=eten zonder honger te hebben) (Meers)
  10. G' oeft gin land te hebbe um boer te zen (=men hoeft geen land te hebben om een boer te zijn) (Eindhovens)
  11. iemand ien 'e steek loat'n (=iemand verlaten zonder deze te hebben geholpen) (Westerkwartiers)
  12. liever aad mér rijk dan joenk en erm (=als je jong bent moet je hard werlen om het later goed te hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. zaumèr èn zene sjaut gegojt gekriëge (=verkregen zonder er iets te hebben moeten voor doen) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. ze konne baeter van mich kalle as van mich aete (=laat ze maar over me praten, dat is beterkoop dan ze in kost te hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. ze naomete (=overgeven na te veel gedronken te hebben) (Oudenbosch)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen