25 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `taar`
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
- bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
- daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
- dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
- de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
- een aal bij de staart hebben (=een lastige taak ondernemen)
- een grote lantaarn, een klein licht (=veel praat, maar weinig verstand)
- een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
- een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
- een staart om hebben (=kwaad zijn)
- een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
- het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
- het krullen van de staart is het fatsoen van de hond. (=iedereen heeft wel een positieve eigenschap)
- het venijn zit hem in de staart (=het slechtste komt op het laatste)
- komen waar de duivel zijn staart keert (=op een zeer onherbergzame plaats aankomen.)
- komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
- maart heeft een krul in zijn staart. (=in maart kan het wisselvallig zijn)
- maart heeft knepen in zijn staart (=weerspreuk)
- maart roert zijn staart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn)
- met de vossenstaart geselen (=zacht straffen)
- met een lantaarn te zoeken (=heel zeldzaam , moeilijk te vinden)
- streken onder je staart hebben. (=niet te vertrouwen zijn)
- te vangen als een aal bij zijn staart (=moeilijk te vatten)
- tussen kop en staart zit de beste vis. (=extremen zijn zelden wenselijk )
- wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
2 betekenissen bevatten `taar`
- op alle slakken zout leggen (=op alle onbelangrijke dingen commentaar hebben)
- een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
5 dialectgezegden bevatten `taar`
- Dje moet leistere of 't zal oeren taar ni zen! (=Je zal luisteren of je zal wat meemaken) (Walshoutems)
- Iemaand oun de taar aan. (=Iemand aan het lijntje houden.) (Bevers)
- Iemand aun de taar aun (=Iemand aan het lijntje houden) (Bevers)
- Iemand oun de taar aun (=Iemand bezig houden) (Bevers)
- tès zoe heet dat te taar op stroët smëlt (=het is zo heet dat de tarmac smelt) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen