Spreekwoorden met `taar`

Zoek

25 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `taar`

  1. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  2. bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
  3. daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
  4. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  5. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  6. een aal bij de staart hebben (=een lastige taak ondernemen)
  7. een grote lantaarn, een klein licht (=veel praat, maar weinig verstand)
  8. een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
  9. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
  10. een staart om hebben (=kwaad zijn)
  11. een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
  12. het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
  13. het krullen van de staart is het fatsoen van de hond. (=iedereen heeft wel een positieve eigenschap)
  14. het venijn zit hem in de staart (=het slechtste komt op het laatste)
  15. komen waar de duivel zijn staart keert (=op een zeer onherbergzame plaats aankomen.)
  16. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  17. maart heeft een krul in zijn staart. (=in maart kan het wisselvallig zijn)
  18. maart heeft knepen in zijn staart (=weerspreuk)
  19. maart roert zijn staart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn)
  20. met de vossenstaart geselen (=zacht straffen)
  21. met een lantaarn te zoeken (=heel zeldzaam , moeilijk te vinden)
  22. streken onder je staart hebben. (=niet te vertrouwen zijn)
  23. te vangen als een aal bij zijn staart (=moeilijk te vatten)
  24. tussen kop en staart zit de beste vis. (=extremen zijn zelden wenselijk )
  25. wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)

2 betekenissen bevatten `taar`

  1. op alle slakken zout leggen (=op alle onbelangrijke dingen commentaar hebben)
  2. een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)

5 dialectgezegden bevatten `taar`

  1. Dje moet leistere of 't zal oeren taar ni zen! (=Je zal luisteren of je zal wat meemaken) (Walshoutems)
  2. Iemaand oun de taar aan. (=Iemand aan het lijntje houden.) (Bevers)
  3. Iemand aun de taar aun (=Iemand aan het lijntje houden) (Bevers)
  4. Iemand oun de taar aun (=Iemand bezig houden) (Bevers)
  5. tès zoe heet dat te taar op stroët smëlt (=het is zo heet dat de tarmac smelt) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen