191 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `sta`
- aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt)
- aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn)
- aan het roer zitten/staan (=de leiding hebben)
- aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
- al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
- alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
- als aan de grond genageld staan (=perplex staan)
- als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
- als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
- als jut voor de haakmand staan (=beteuterd, triest)
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
- ambt geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
- Amerikaanse toestanden. (=overdreven grote en heftige situatues)
- armoe op de stal is armoe overal (=met te weinig dieren in de stal kun je geen geld verdienen)
- bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
- beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
- beter van een stad dan van een dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
- bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
- boerenverstand (=zonder scholing toch slim zijn)
- boven aarde staan (=overleden zijn maar nog niet begraven)
- boven de wet staan (=niet gebonden zijn aan de wet)
- daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
- daar staan klompen (=tevergeefs wachten)
- dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
- dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
- dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
- dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
- de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders)
- de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
- de beste paarden staan op stal. (=de leukste meisjes gaan niet uit)
- de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
- de ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=men is bang voor concurrentie)
- de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
- de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
- de kastanjes voor iemand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
- de muts zich verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
- de toets kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
- de vaan van de opstand planten (=`n opstand verwekken)
- de vuurproef doorstaan (=slagen in de moeilijke onderneming)
- duren is een mooie stad (=nu is het goed, maar blijft dat zo?)
- een aal bij de staart hebben (=een lastige taak ondernemen)
- een Augiasstal reinigen (=het opruimen van een vreselijk vuile boel)
- een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
- een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
- een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
- een oud paard van stal halen. (=oude argumenten opnieuw gebruiken)
- een potje te vuur hebben staan (=iets onaangenaams te verwachten hebben)
- een staart om hebben (=kwaad zijn)
- een stadspraatje duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
- een stalen voorhoofd hebben (=onbeschaamd zijn)
247 betekenissen bevatten `sta`
- distels breken is distels kweken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- distels maaien is distels zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- de vaan van de opstand planten (=`n opstand verwekken)
- het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
- op kop staan (=aan de leiding staan)
- uit de oude doos (=al oud, nostalgisch)
- de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
- geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
- als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
- liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
- als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
- de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
- als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
- waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
- wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
- haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
- aan de slag gaan (=beginnen te werken, starten)
- te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
- maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
- nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
- lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
- op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
- je eer verpanden (=borg staan op zijn erewoord)
- groot bal op kleine aardappelen (=boven zijn stand leven)
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
- die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
- dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
- koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
- de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
- de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
- in de kerk geboren zijn (=de deur open laten staan)
- achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
- de wind waait uit een andere hoek (=de meningen/omstandigheden zijn veranderd)
- de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
- de bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
- andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
- de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
- uit hetzelfde vaatje tappen (=dezelfde standpunten of opvattingen delen.)
- die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat worden)
- wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
- uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
- een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
- gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
- niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
- oefening baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
- een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
50 dialectgezegden bevatten `sta`
- 'k goa goan zien (=Ik sta op punt om te vertrekken) (Hansbeeks)
- 'k sta kik ier (1.) voor pijpe toebak, (2.) zonder verwèr (=ik sta voor schut) (Waregems)
- 'k staan op m'n zaad (=Ik sta quitte (bij knikkeren ) ) (Hulsters (NL))
- 'k ston eer al een eur te schildere (=Ik sta hier al erg lang te wachten) (Antwerps)
- 't mos groeit tusse m'n benen, ik staat hier wortel te schiete (=ik sta hier al heel lang te wachten) (Rotterdams)
- 't waerlich! 't waerlich! (=sta mij toe dat ik uw onderbroek zie) (Bilzers)
- A sta mé zenne mond vol tanne (=Hij staat met zijn mond vol tanden) (Mechels (BE))
- as se niks te doon höbs, doot ‘t den neet hie (=sta hier niet te niksen) (Heitsers)
- aste n poos alléén wûls gelotte wiëne, doet dan den aofwas! (=met de afwas sta je altijd alleen) (Bilzers)
- da gaef ich tich op e brifke (=daar sta ik borg voor) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dao gieët mich toch de reem van miêne kloômp (=Ik sta paf, versteld) (Weerts)
- dat geef ik dij op ' n briefke (=daar sta ik borg voor) (Westerkwartiers)
- de lëps zen eege onder de viët, aste nimei wiës bauste lëps (=als je je eigen schaduw wordt, sta je je eigen in het licht) (Munsterbilzen - Minsters)
- doa stoan ich van te kieke (=daar sta ik van te kijken) (Bocholts)
- doar stoa 'k börg veur (=daar sta ik voor in) (Westerkwartiers)
- doar stoa 'k die börg veur (=daar sta ik jou voor in) (Westerkwartiers)
- doar ston 'k veur ien (=daar sta ik borg voor) (Westerkwartiers)
- doë kan ich mèt me klee verstand nie bij (=ik sta perplex) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë vilt men broek vanaof (=ik sta perplex) (Munsterbilzen - Minsters)
- doeë heir ich tic (=nu sta je me eindelijk aan) (Munsterbilzen - Minsters)
- eft jn dooz up (=sta recht) (Lichtervelds)
- eft jn dooz up (=sta even recht) (Kortemarks)
- Er sta water in zoune kelder (=Zijn broek is te kort) (Mechels (BE))
- haattech hoeks (=sta je mannetje) (Bilzers)
- haes se nag wäörd! (=daar sta ik van te kijken!) (Tegels)
- heb ich get van dich aon? (=wat sta je me daar te begapen?) (Munsterbilzen - Minsters)
- Heb ik jou ff Tuk / stao jij met je bek vol tanden (=Heb ik jou ff beet / sta jij ff met je mond vol tanden) (Utrechts)
- hëbste een versjaajning (=wat sta je daar te staren) (Munsterbilzen - Minsters)
- hëbste ën vërsjaajning gezien (=wat sta je daar te gapen) (Munsterbilzen - Minsters)
- hef tich ës en bewaeg ës get! (=sta eens op en doe wat!) (Munsterbilzen - Minsters)
- hef tich ës, hef zën k.... (=sta op en doe eens wat) (Munsterbilzen - Minsters)
- Heuvel dich ins get. (=Word eens wakker, sta op.) (Roermonds)
- hüb ich get vandech aon? (=wat sta je me zo te bezien?) (Bilzers)
- ich bèn on hand en voet gebonne (=ik sta werkelijk machteloos) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ich goan do mit sloppe en ich stoan do mit op... (=ik ga ermee slapen en ik sta ermee op) (Vlijtingens)
- ich hëb de sjoeër op me lijf (=ik sta te trillen van de kou) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich stoeën haaj al mei as ën oer te sjillërë (=ik sta hier al zo lang te wachten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich stoeën nog te daovërë op mën been (=ik sta nog te beven op mijn benen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich stoën aon de grond genaechelt (=ik sta perplex) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ik sta hier te vernikkele (=Het is hier koud) (monnickendams)
- ik stae dee zaak nijt arg (=ik sta niet achter die zaak) (Huizers)
- Ik staot te vernikkeluh vaen de kauw (vernikkelen van de kou: kou lijden) (=ik sta te verkleumen van de kou) (Utrechts)
- ik stoai (=ik sta) (Brakels (gld))
- ik ston ie veu pietsnot (=Ik sta hier voor niets te wachten) (Bornems)
- kom ès aut zene zeek! (=sta eindelijk eens op uit bed!) (Munsterbilzen - Minsters)
- kom huf dich en laot dien lui knaok wappere (=kom sta op en ga eens beginnen) (Venloos)
- kuist na mijn iuëre (=ik sta perplex) (Kaprijks)
- lich zen K. ès (=sta eens op!) (Munsterbilzen - Minsters)
- lichtech és (=sta eens op) (Bilzers)
- mich valle de sjoon oeët (=ik sta verstomd) (Sjeeter plat)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen