Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `raté`

  1. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  2. daar zitten graten in (=daar klopt iets niet)
  3. geen graten in iets vinden (=het niet erg vinden, zich er niet aan storen)
  4. hij kan praten als Brugman (=hij kan makkelijk met veel woorden een min of meer overtuigend verhaal afsteken)
  5. iemand doodpraten (=op iemand blijven inpraten tot hij versuft van raakt)
  6. iemand naar de mond praten (=vleien en vriendelijk zijn om iets gedaan te krijgen)
  7. iets dat krom is recht proberen te praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  8. men moet straten voor stegen kennen (=men moet weten tot wie men zich wendt)
  9. met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
  10. over koetjes en kalfjes praten (=over allerlei onbelangrijke dingen praten)
  11. praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  12. praten als een ekster (=veel praten)
  13. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  14. uit zijn nek praten (kletsen) (=onzin verkopen)
  15. voor stoelen en banken praten (=maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren)
  16. zijn mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)

39 betekenissen bevatten `raté`

  1. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  2. op zijn stokpaard rijden (=altijd over hetzelfde praten of klagen)
  3. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  4. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  5. goed zijn woord kunnen doen (=een vlotte prater zijn)
  6. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
  7. zich op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)
  8. iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
  9. iets in de doofpot stoppen (=ergens totaal niet meer over praten, verzwijgen)
  10. ergens een balletje over opgooien (=ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  11. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  12. Zijn kaken roeren. (=Goed eten of praten.)
  13. een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
  14. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  15. iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spottend over iemand praten)
  16. iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, er niet meer over praten)
  17. op poten staan (=in een brief nergens omheen praten)
  18. kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)
  19. praatjes vullen geen gaatjes (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
  20. woorden zijn geen oorden (=met praten bereiken we niets)
  21. iets dat krom is recht proberen te praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  22. een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  23. nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
  24. een andere toon aanslaan (=op een andere manier tegen iemand gaan praten)
  25. iemand doodpraten (=op iemand blijven inpraten tot hij versuft van raakt)
  26. in de luwte vallen (=op minder luide toon verder praten)
  27. over koetjes en kalfjes praten (=over allerlei onbelangrijke dingen praten)
  28. iets op het tapijt brengen (=over een onderwerp beginnen (te praten))
  29. het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
  30. iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
  31. ergens de mond vol van hebben (=praten over de zaken die iemand bezighouden)
  32. rad/rap van tong zijn (=snel praten / welbespraakt zijn)
  33. je kop houden (=stil zijn, niet praten)
  34. iets breed uitmeten (=uitvoerig (overdreven) over iets praten)
  35. praten als een ekster (=veel praten)
  36. zand erover (=vergeet het maar (in de zin van : we praten er niet meer over))
  37. waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
  38. niet erg vast in de schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)
  39. op zijn stuk staan (=zich niet laten ompraten en bij de eigen mening blijven)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen