Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `snel`

  1. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt ze wel (=leugens komen altijd uit)
  2. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  3. de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
  4. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een slechte zaak gaat niet lang mee. 2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  5. Een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=Een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  6. zo snel als het licht (=heel snel)

62 betekenissen bevatten `snel`

  1. zich vergalopperen (=al te snel iets willen doen)
  2. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  3. wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
  4. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  5. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  6. hora ruit (=de tijd vliet snel)
  7. haast je langzaam (=doe het zo snel mogelijk, maar niet sneller (uit het Latijn: Festina lente))
  8. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  9. ondervinding is de beste leermeester (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  10. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  11. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  12. van praat komt praat (=een nieuwtje wordt snel verder verteld)
  13. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  14. er als de kippen bij zijn (=er razendsnel bij zijn)
  15. uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen)
  16. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  17. een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
  18. zo snel als het licht (=heel snel)
  19. binnen de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
  20. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  21. niet kunnen heksen (=het niet zo snel afkunnen - er meer tijd voor nodig hebben)
  22. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  23. ergens vaart achter zetten (=het snel doen verlopen)
  24. het is maar een strovuurtje (=het ziet er erg uit, maar het is snel voorbij)
  25. vol gas geven (=het zo snel mogelijk doen verlopen)
  26. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  27. vaart achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
  28. haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteert vaak in iets dat slecht gedaan is)
  29. het zwaard van Damocles (=iets wat snel of ieder moment kan gebeuren)
  30. een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  31. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  32. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  33. verkeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
  34. hals over kop (=ondoordacht snel)
  35. hol over bol (=ondoordacht snel)
  36. kop over bol (=ondoordacht snel)
  37. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  38. kort dag zijn (=snel (in tijd) naderen)
  39. kortaangebonden zijn (=snel boos zijn)
  40. bij de pinken zijn (=snel dingen begrijpen, Handig en flink zijn, Vroeg opstaan)
  41. Gauw op het paard zitten. (=snel driftig worden)
  42. als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
  43. groeien als kool (=snel opgroeien)
  44. rad/rap van tong zijn (=snel praten / welbespraakt zijn)
  45. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  46. Achteruit gaan als een hollend paard. (=snel terrein verliezen)
  47. korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
  48. ergens een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  49. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  50. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)

Het dialectenwoordenboek kent 132 spreekwoorden met `snel`

  1. Izegems: snelln mokkn (=mooi meisje)
  2. Diesters: dieje is ok nie deur ne haas gepoept (=die is ook niet de snelste)
  3. Dilbeeks: Gèf mo beuzze ! (=aanmanen tot snelheid en actie)
  4. Hulshouts: zet de gaas is uipe (=je moet sneller rijden)
  5. Bilzers: de vol speet (=tegen hoge snelheid)
  6. Westerkwartiers: da's makkel'ker zeit dan doan (=dat is sneller gezegd dan gedaan)
  7. Munsterbilzen - Minsters: stoët ès stil bijt wonder dattet laeve ès (=het leven is geen snelweg maar kleine wandelpaadjes)
  8. Westerkwartiers: haardlopers benn'n doodlopers (=(te)snelle beginners halen de eindstreep niet)
  9. Westlands: als de sodemieter (=snel)
  10. Munsterbilzen - Minsters: traut paere (=snel wegfietsen)
  11. Herentals: goa es een aveseerijzer halen (=je moet sneller werken)
  12. Bilzers: de vol speet (=op volle snelheid)
  13. Overpelts: zet er de zuk is in (=loop eens wat sneller)
  14. West-Vlaams: Zukke snelle kokketeute (=Wat een knappe vrouw)
  15. Veurns: zo rap of teln (=heel snel)
  16. Munsterbilzen - Minsters: aste bliksem (=snel)
  17. Hansbeeks: Affezeeren (=snel vooruitgaan)
  18. Mols: geft em buzze (=rijd es wat sneller (met de auto))
  19. Tilburgs: En snel un bietje (=En snel een beetje)
  20. Diesters: em eet e perces gekrege veur tetteraa (=hij heeft een bekeuring gekregen wegens overdreven snelheid)
  21. Huizers: Hij leup as een tiek (=Hij liep heel snel)
  22. Munsterbilzen - Minsters: vürdaste A kons zêgge (=heel snel)
  23. Aalsters: Loeipen dat a kloeiten geloik angen (=Heel snel lopen)
  24. Zwevegems: Geef moa sjètte. (=Doe maar snel door.)
  25. Zwevegems: Ie goa lik nen buzzesnijer (=Hij stapt zeer snel.)
  26. Munsterbilzen - Minsters: moeste nog hoje gon (=loop niet zo snel)
  27. Sint-Niklaas: keffen (=redelijk snel wandelen)
  28. Munsterbilzen - Minsters: n aander plaot oplègge (=snel wisselen van onderwerp)
  29. Moorsel: va nen aus gepoept zijn (=snel zijn)
  30. Bilzers: zoe rap miëgelek\r\nop stoënde voet (=zo snel mogelijk)
  31. Lutters: grie:zelug hard (=akelig snel)
  32. Oudenaards: buzze geevn (=snel rijden)
  33. Deinzes: affeseren (=snel vooruitgaan)
  34. Walshoutems: nen allée goan / ne gank goan /de kardonse goan (=Alleen of door toedoen van een voorwerp snelle beweging maken)
  35. Drents: Hij hef de sjas der in (=Hij gaat snel/loopt snel)
  36. Hulsters (NL): ai speejte wegh (=hij ging er snel vandoor)
  37. Koersels: He het veul noten op zenne zang (=Hij is niet snel tevreden)
  38. Bilzers: de paute vanonder ze lijf lope (=het kan niet snel genoeg)
  39. Westerkwartiers: körte mett'n met dizze zoak moak'n (=deze zaak snel afhandelen)
  40. Rotterdams: Skwibus, rapiedo! (=Jullie moeten hier wegwezen, en snel!)
  41. Steins: zich e weg make (=snel er van door gaan)
  42. Munsterbilzen - Minsters: daaj vetsde ter nogalès vandör (=ze liepen er snel vandoor)
  43. Oudenaards: in 'n goapn en 'n gietn (=zeer snel en eenvoudig gedaan)
  44. Bilzers: vrolaaj konne sneller bebbere en kwebbele dan de bikskes konne sjrijve (=een vrouw vertel je beter geen geheimen)
  45. Munsterbilzen - Minsters: wae van gevaor hilt, ént gevaor vilt (=rij nooit sneller kan je engelbewaarder kan vliegen)
  46. Waregems: 'n wreeve geev'n (=even snel (niet grondig) oppoetsen)
  47. Gronings: Jacht deur de ribben (=Eten dat snel verteerbaar is)
  48. Mestreechs: un kinder henneke is gaw gevuld (=een kind is snel tevreden)
  49. Rotterdams: gaat as een jekko (Mariniers jargon) (=goed, snel gaan)
  50. Waregems: 't e rap upusseerd (=het is snel voorbij)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen