Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ploeg`

  1. de hand aan de ploeg slaan. (=flink aan het werk gaan)
  2. de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  3. de zee ploegen (=de zee bevaren)
  4. er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
  5. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  6. op rotsen ploegen (=iets doen wat tevergeefse moeite is)
  7. van achter de koeien/ploeg komen (=van boerenafkomst zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 8 spreekwoorden met `ploeg`

  1. Westerkwartiers: de haand an 'e ploeg sloag'n (=in aktie komen)
  2. Westerkwartiers: ik kon met 'em ei'n en ploeg'n (=ik kon goed met hem overweg)
  3. Nunspeets: Der vuilt neet mee te egen of te ploegen (=Er valt niks mee te beginnen)
  4. Putters: ik kan eegen en ploegen miet die man (=ik kan lezen en schrijven met die persoon)
  5. Buggenhouts: hei hese alleveif mau ze steun in ploegen (=een halve garen)
  6. Bilzers: vae moeten os mér zien te behélpe, zaagte boer, en hae spande zen vroo én de ploeg (=In geval van nood mag en moet iedereen dopen)
  7. Bilzers: sjoech 't ès kaad! sjoech sjoech, Peiterke ploeg, lêpke laer, ('t ès) kaad waer! (=het is bijtend koud)
  8. Hoogstraats: doar kunde een rechte voor me ploegen (=op die man kun je rekenen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen