26 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pj`
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
- bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- boompje groot, plantertje dood (=sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien)
- een boom(pje) opzetten (=een informele discussie starten)
- een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geluid wakker wordt)
- een koopje leveren (=iets onaangenaams doen)
- een loopje met iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))
- een muurbloempje zijn (=stil en teruggetrokken zijn)
- een streepje voor hebben (=meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen)
- een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
- eerst oompje en dan oompjes kinderen (=eerst ik, daarna de anderen)
- er een schepje opdoen (=er nog wat aan toevoegen)
- er een streepje door lopen (=erg vreemd zijn/gedragen)
- er warmpjes bijzitten (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beschikken)
- het is een hopje in een brouwketel (=het is zo goed als niets)
- iemand een kopje kleiner maken (=iemand vermoorden)
- iemand het land opjagen (=iemand uit zijn humeur brengen)
- iemand voor het lapje houden (=iemand iets wijs maken of voor de gek houden)
- in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)
- je schaapjes geschoren hebben (=van zijn rente kunnen leven)
- je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
- je schaapjes scheren (=er de winst uithalen)
- op je duimpje kennen (=heel goed kennen, van buiten weten)
- scheepjes met zuren appelen (=wolkjes die regen of storm voorspellen)
- voor het lapje gaan (=zeer voorspoedig gaan zonder problemen)
11 betekenissen bevatten `pj`
- de zweep erop leggen (=afdrijven, opjagen)
- in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
- een tukje doen (=een kort middagslaapje)
- de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
- geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
- iemand achter de broek/veren/vodden zitten (=iemand aansporen/opjagen / nauwlettend volgen)
- het heertje zijn (=in zijn nopjes zijn)
- je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
- achter de veren zitten (=opjagen)
- achter de vodden zitten (=opjagen)
- met de zweep erachter zitten (=opjagen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen