Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `steken`

  1. dat kan hij in zijn zak steken (=dat is raak - die zit!)
  2. de bazuin steken (=de lof verkondigen)
  3. De bezem uitsteken (=Doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  4. de broodkruimels steken hem (=hij kan de welstand niet dragen)
  5. de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
  6. de gek met iemand steken (=spotten met iemand)
  7. de hand in eigen boezem steken (=zijn eigen fout inzien)
  8. de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
  9. de hoofden bij elkaar steken (=overleg plegen)
  10. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  11. de koppen bij elkaar steken (=overleggen)
  12. de kuif opsteken (=kwaad worden)
  13. de lont in het kruit steken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
  14. de nek uitsteken (=risico nemen)
  15. de ogen uitsteken (=jaloers maken)
  16. de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
  17. de vlag uitsteken (=ergens erg blij mee zijn)
  18. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  19. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  20. Een stok in het wiel steken (=Iets of iemand tegenwerken)
  21. een veer op de hoed steken (=een compliment geven/krijgen)
  22. een veer op zijn muts steken (=een compliment geven/krijgen)
  23. er de kat insteken (=ermee ophouden)
  24. ergens de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
  25. ergens de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  26. ergens een stokje voor steken (=iets verhinderen)
  27. het hoofd opsteken (=zich weer doen opmerken)
  28. iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
  29. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  30. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  31. iemand een pluim op zijn hoed steken (=iemand complimenteren)
  32. iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand complimenteren of prijzen)
  33. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
  34. iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
  35. iemand naar de kroon steken (=z'n best doen anderen te overtreffen)
  36. iets achter de kiezen steken (=iets eten)
  37. in de krop steken (=hinderen , onverwerkt zijn)
  38. in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  39. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  40. In het harnas steken (=Woedend zijn)
  41. in iemands vel steken (=het lichamelijke lot van iemand anders ondervinden)
  42. je kop in het zand steken (=doen alsof iets (een probleem) er niet is)
  43. je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets)
  44. met iemand niet willen oversteken (=niet in iemands plaats willen zijn)
  45. niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  46. overal zijn neus in steken (=zich overal mee bemoeien)
  47. van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
  48. wie honing wil eten moet lijden dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor over hebben)
  49. zijn hand in een wespennest steken (=zich bemoeien met een problematisch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
  50. zijn kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)

7 betekenissen bevatten `steken`

  1. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  2. geen vin verroeren (=geen poot uitsteken)
  3. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  4. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  5. hij kan praten als Brugman (=hij kan makkelijk met veel woorden een min of meer overtuigend verhaal afsteken)
  6. de rode haan laten kraaien (=iets in brand steken)
  7. een lange neus maken (=tong uitsteken, iemand iets inpeperen (Jaloers maken))

Het dialectenwoordenboek kent 43 spreekwoorden met `steken`

  1. kemzekes: opklaring uit het westen( stekene ligt ten westen van Kemzeke) (=stekese garrel)
  2. Sint-Niklaas: in de blakke zon gô rongdlopen (=in de volle stekende zon gaan rondlopen)
  3. Zeeuws: een schotje voe schieten (=een stokje voor steken)
  4. Evergems: Grèten (=De draak met iemand steken, smalen)
  5. Westels: een frutje steken (=frieten eten)
  6. Munsterbilzen - Minsters: daaj hër koplampe branne nogals ès (=haar brsten steken ferm)
  7. Stekens: verstode mij (=versta je mij)
  8. herenthouts: de koarten husselen (=de kaarten ondereen steken)
  9. Nieuwpoorts (B): tetting'n dèven (=wormen steken op het strand)
  10. Stekens: in 't joar iën, as d'uilen preken (=nooit van z'n leven)
  11. Munsterbilzen - Minsters: doë bèn ich heileg van iëvertaajg (=daar durf ik mijn hand voor in het vuur steken)
  12. Lichtervelds: de duuvejoengn zittn up dn boîrd van tnest (=haar borsten steken uit haar beha)
  13. Westerkwartiers: dat kins't ien dien buus steek'n (=dat kun je in je zak steken)
  14. Merenaars: zèn biejenen onder taufel steken (=aanschuiven aan tafel)
  15. Veurns: Etwien e strooi in ze gat steken (=Iemand vleien)
  16. Zwols: de gek an steken (=in de maling nemen)
  17. Sint-Niklaas: puttette steken; puttetten uitdoen (=aardappelen oogsten)
  18. Sint-Niklaas: na steken (=er nauw op aan komen)
  19. Lebbeeks: zakke: In iemand zijn zakke zitt'n / schouijt'n (=Met iemand de draak steken)
  20. Bilzers: de moesset nau wir nie op nen aandre gon staeke (=zoek de schuld niet op een ander te steken)
  21. Stekens: Goa uit menne schietlap (=Ga uit mijn weg.)
  22. Vrasens: Ge moet ies een nuve piel in au uerapparoat steken want ik paas da ze leeg is. (=Je moet een niewe batterij in je hoorapparaat steken want ik denk dat ze leeg is.)
  23. Munsterbilzen - Minsters: ich gon ter kotte mette mèt maoke (=daar ga ik een stokje voor steken)
  24. Haarlems: In de hens zetten. (=In de fik steken)
  25. Iepers: j'et ma e strooi in z'n gat te steken en te bloazen (=van iemand die gemakkelijk te beinvloeden is)
  26. Sint-Niklaas: iets in zènne kop steken, manzjunnie ein (=zich iets inbeelden)
  27. Stekens: 't is daar nogal teen en tander eh. (=dat is daar nogal wat he.)
  28. Sint-Niklaas: de duiven inkeven( in de keef steken) (=de duiven inkorven om te vervoeren)
  29. Giethoorns: De benen bi-j een aander onder de taofel steken (=Uit het ouderlijk huis vertrekken)
  30. Sint-Niklaas: e vat steken (=een kraan in een biervat steken om te kunnen tappen)
  31. Westels: een fritteke steken (=frieten eten)
  32. Lovendegems: in den bok zijn gat steken (=verstoppen*)
  33. West-Vlaams: de kiekens zitten deurn droad / 't is punaisekermesse (=de tepels steken uit ten gevolge van de koude)
  34. Westerkwartiers: de temperatuur blift stuuk'n bij.. (=de temperatuur blijft steken bij..)
  35. Heist-op-den-Berg: aan de pinjeir raigen (=iemand met een mes steken)
  36. Ninoofs: Iet in 't proces steken (=Iets aanhangig maken bij de rechtbank)
  37. Stekens: wast ou wezen (=ga je gezicht wassen)
  38. Vrasens: Tegen Vroase-karmes steken we nuve petetten. (=Als het kekrmis is in Vrasene, oogsten we nieuwe aardappelen)
  39. Westerkwartiers: die kinst ien 'e buus steek'n (=die kun je in je zak steken)
  40. Sint-Niklaas: de korten steken (=speelkaarten in de hand schikken)
  41. Nieuwerkerks: e stiksken int zaat steken (=vlees zouten)
  42. Lokers: Hij wol nie steken of nie snijn! (=Over iemand die koppig is)
  43. Lebbeeks: nief: We zéll'n a volledeg in 't nief steken (=We zullen je volledig nieuwe kleren kopen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen