Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lachen`

  1. de lachende derde (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst)
  2. een stuip krijgen van het lachen (=schaterlachen)
  3. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  4. in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
  5. lachen als een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)
  6. lachen als een boer met kiespijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
  7. zich een aap lachen (=heel erg lachen)
  8. zich een bult lachen (=hard lachen)
  9. zich een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)

14 betekenissen bevatten `lachen`

  1. lach als je begraven wordt (=dat is geen reden om te lachen)
  2. de lever doen schudden (=doen schaterlachen)
  3. zijn lol wel opkunnen (=er niet mee kunnen lachen)
  4. zich een bult lachen (=hard lachen)
  5. zich een aap lachen (=heel erg lachen)
  6. zich een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
  7. met de vinger nawijzen (=iemand uitgelachen)
  8. het in zijn broek doen (=in de broek plassen van schrik of van het lachen)
  9. lachen als een boer met kiespijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
  10. de slappe lach hebben/krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
  11. in een deuk liggen (=onbedaarlijk lachen)
  12. een stuip krijgen van het lachen (=schaterlachen)
  13. lachen als een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)
  14. zich op de lippen bijten (=zich inhouden (niet lachen of kwaad worden))

Het dialectenwoordenboek kent 49 spreekwoorden met `lachen`

  1. Sint-Niklaas: min koeketien (=mijn vrouw (= al lachend))
  2. Veurns: E schete lachen (=Veel lachen)
  3. Munsterbilzen - Minsters: ieder hèttet raech vër ongelèkkeg te zin ! (=trek maar eens een lachend gezicht !)
  4. Gents: gieren van 't lachen (=uitbundig lachen)
  5. Sint-Niklaas: ne floeren oap lachen (=heel hard lachen)
  6. Lokers: Ne Floeren aup lachen (=lachen, heel hard)
  7. Brabants: As ge slaopt de ge lacht, dan ben de mergevruug blij (=Wie lachend slaapt, is de volgende morgen ook blij)
  8. Twents: lachen as nen sik in de braandnetteln (=lachen als een boer met kiespijn)
  9. Lichtervelds: tis uut leutens (=het is maar om te lachen)
  10. Kortemarks: lachn lik e paptoarte (=hartstochtelijk lachen)
  11. Veurns: lach'n lik een bulte (=hard lachen)
  12. Gulpens: kriesjebreèt (=huilen nader dan lachen)
  13. Westerkwartiers: lach'n as 'n boer met kuuspien (=meesmuilend lachen)
  14. Bilzers: laachte toste sjoks (=lachen dat je schudt)
  15. Sint-Niklaas: gniffelen (=inwendig lachen)
  16. Sint-Niklaas: giederen (=uitbundig lachen)
  17. Veurns: koakebreeëd lach'n (=volop lachen)
  18. Lichtervelds: tis uut leutns (=het is om te lachen)
  19. Bilzers: green laache (=lachen en wenen tegelijkertijd)
  20. Halens: de véddere vaniejen lache (=zich krom lachen)
  21. Liedekerks: Kem me bezjekt (bepist) van t' lachen (=Ik moest heel hard lachen)
  22. Westerkwartiers: hol op te kniez'n (=hou op met dat stiekeme lachen)
  23. Sint-Niklaas: 't zè speelvogels (=ze lachen en schertsen graag)
  24. Munsterbilzen - Minsters: daase op nen aandre ze graof (=lachen met tegenslag van anderen)
  25. Waregems: la'en link 'n paptoarte (=gul en hartelijk lachen)
  26. Twents: re nen dood kietelen.* (=lachen is gezond)
  27. Munsterbilzen - Minsters: sjokke vannet laachte (=schudden van het lachen)
  28. Sint-Niklaas: een oûg uitlachen (=smakelijk, hard lachen)
  29. Munsterbilzen - Minsters: zich krieëpel laachte (=zich dood lachen)
  30. Munsterbilzen - Minsters: zich n brieëk/ ne bult laachte (=zich krom lachen)
  31. Munsterbilzen - Minsters: laachte waaj ne boer mèt tandpaajn (=lachen om bestwil)
  32. Zomergems: GEI BEU WUSTE (=IEMAND DIE NIET KAN lachen)
  33. Kortemarks: tis uut leutns (=het is maar om te lachen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: ze sondes gezich opzétte (=weer lachen)
  35. Westerkwartiers: 'k heb pien ien 't lief van 't lach'n (='k heb buikpijn van het lachen)
  36. Tilburgs: dan kun de oewe laag wèl haawe (=dan zul je niet meer lachen)
  37. Sint-Niklaas: de kinderen zin ont giechelen (=de kinderen staan daar te lachen)
  38. Munsterbilzen - Minsters: nen daog zonder laach, ésne verloeëre daog (=lachen is muziek voor het hart)
  39. Liedekerks: Me dauënen dester bennek ne opgezetj (=Met die zever kan ik niet lachen)
  40. Roois (Sint-Oedenrode): Schaojelik laage (=Te hard en gemaakt lachen)
  41. Westerkwartiers: wij hemm'n lacht jong ! (=lachen - wij hebben gelachen joh !)
  42. Haags: lachuuh as een zeeuuw met kieespeen (=lachen als een boer met kiespijn)
  43. Bilzers: vergaet nie te laachte opte fottegraaf (=goed lachen op de foto)
  44. Lanakens: Lach met den eige kapotte zokke. (=Lach met jezelf in plaats van een ander uit te lachen.)
  45. Munsterbilzen - Minsters: ich hëb wollen dikke k., mér ich moetter toch altijd zelf opzitte (=je hebt pas gevoel voor humor als je om jezelf kan lachen)
  46. Sint-Niklaas: das nen drogen apostel (=dat is een flauwerik, die kan niet lachen)
  47. Tilburgs: a-ge-r nie meej schreuwe most, dan most te-r meej laage (=als je er niet mee huilen moest, dan moest je er mee lachen)
  48. Drents: Met 't iene oog lachen en met 't aander oog rèren (=Je aan kunnen passen onder alle omstandigheden)
  49. Munsterbilzen - Minsters: tlaeve és één graute sirk en vae zin de klauns (=Een humorist is iemand die weet dat er in 't leven niet veel te lachen valt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen