Spreekwoorden met `gra`

Zoek


57 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gra`

  1. aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn)
  2. aan gene zijde van het graf (=na de dood)
  3. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) (Latijn)
  4. als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  5. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  6. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  7. cum grano salis (=met een korreltje zout) (Latijn)
  8. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  9. daar zitten graten in (=daar klopt iets niet)
  10. dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  11. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  12. de ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=men is bang voor concurrentie)
  13. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
  14. die heeft een graat in z`n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  15. dood en begraven zijn (=definitief voorbij zijn.)
  16. een blinde kip vindt ook nog wel eens een graankorrel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
  17. een graantje meepikken (=meeprofiteren)
  18. een haas is graag waar hij geworpen is. (=ieder wil graag zijn waar hij geboren is)
  19. een mens is alleen onmisbaar bij zijn begrafenis (=niemand is onmisbaar.)
  20. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  21. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  22. er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
  23. er schuilt een addertje onder het gras (=er is een verborgen risico in het spel)
  24. exempli gratia (=bijvoorbeeld) (Latijn)
  25. geen graten in iets vinden (=het niet erg vinden, zich er niet aan storen)
  26. gras gaat niet harder groeien als je eraan trekt (=sommige dingen hebben tijd nodig)
  27. het gras in de knieën hebben (=lijden aan voorjaarsmoeheid)
  28. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  29. het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  30. het gras voor de voeten wegmaaien (=de woorden uit de mond nemen - alle kansen ontnemen)
  31. hij droomt van schol maar eet graag platvis (=hij verwacht te veel)
  32. hoe eerder dood, hoe eerder begraven. (=een nare klus beter niet uitstellen)
  33. iemand het gras voor de voeten wegmaaien (=iemand alle kansen ontnemen)
  34. iemand te grazen nemen (=iemand een gemene streek leveren, op gemene manier er tussen nemen)
  35. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  36. je eigen graf graven/delven (=het voor zichzelf bederven)
  37. je fortuin te grabbel gooien (=geld verspillen)
  38. je gram niet kunnen halen (=machteloos woedend zijn)
  39. je in je graf omkeren (=zelfs na zijn dood er nog door geschokt zijn)
  40. lach als je begraven wordt (=dat is geen reden om te lachen)
  41. luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
  42. met een been in het graf staan (=bijna dood, ernstig ziek)
  43. met één voet in het graf staan (=iemand gaat bijna dood)
  44. naar de heilige graal streven (=iets willen bereiken wat niet te bereiken is)
  45. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  46. niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
  47. te grabbel gooien (=zomaar weggooien, opofferen)
  48. te hooi en te gras (=zonder enige regelmaat of plan)
  49. ten grave dalen (=begraven worden)
  50. van de wieg tot aan het graf (=van de geboorte tot aan de dood)

56 betekenissen bevatten `gra`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  2. ten grave dalen (=begraven worden)
  3. onder de groene zoden liggen (=begraven zijn)
  4. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  5. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  6. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  7. iemand een poets bakken (=een grap met iemand uithalen)
  8. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  9. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  10. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  11. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  12. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  13. bij Sint Joris in de kost zijn (=ergens gratis eten)
  14. de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
  15. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  16. je natje en je droogje lusten (=graag eten en drinken)
  17. geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  18. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  19. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  20. met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
  21. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  22. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  23. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het zal niet lukken)
  24. een haas is graag waar hij geworpen is. (=ieder wil graag zijn waar hij geboren is)
  25. onder de (groene) zoden stoppen (=iemand begraven)
  26. iemand ter aarde bestellen (=iemand begraven)
  27. iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spottend over iemand praten)
  28. iemand een loer draaien (=iemand lelijk behandelen, lelijk te grazen nemen)
  29. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  30. een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
  31. vinger en duim naar iets likken (=iets erg graag lusten)
  32. vingers en duimen aflikken (=iets erg graag lusten)
  33. tuk op iets zijn (=iets erg graag lusten of dol op zijn)
  34. een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
  35. er zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
  36. er zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  37. iets zeggen om de kool (=iets zeggen voor de grap)
  38. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  39. in zijn vaandel schrijven (=in zijn programma opnemen)
  40. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  41. kijk een gegeven paard niet in de bek (=je mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
  42. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  43. dat smaakt naar meer (=meer van dat, graag!)
  44. geen heilige zo klein of hij wil zijn kaarsje hebben. (=mensen vertellen graag wat voor goeds ze hebben gedaan)
  45. met beide handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  46. iemand in de boot nemen (=met iemand een grap uithalen)
  47. iemand in het ooitje nemen (=met iemand een grap uithalen of voor de gek houden)
  48. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  49. de mijn is verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
  50. op de eerste april zendt men de gekken waar men wil (=op 1 april worden grappen uitgehaald)

Eén dialectgezegde bevat `gra`

  1. gra (a) uwe (a) arten (=capucijners) (Drents)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen