Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gehad`

  1. hij heeft er de hand in gehad (=hij heeft er aan meegewerkt met raad of daad)
  2. ruim zijn aandeel in 's werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)

4 betekenissen bevatten `gehad`

  1. de boon van de koek gekregen hebben (=geluk gehad hebben)
  2. hij is lelijk ten haring gevaren (=hij heeft zwaar pech gehad)
  3. de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
  4. kan uit Nazareth iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)

Het dialectenwoordenboek kent 80 spreekwoorden met `gehad`

  1. sittards: gehat (=gehad)
  2. Eindhovens: Hedde hum er nog in gehad? (=Heeft u geslachtsgemeensschap gehad?)
  3. Amsterdams: Hoerenchance gehad (=Stom geluk gehad)
  4. Heldens: beter verlore dan noeijts gehad (=beter verloren dan nooit gehad)
  5. Oudenbosch: ijeegut goed getroffe (=hij heeft geluk gehad)
  6. Genneps: örges de schiet van krriege (=Iets helemaal gehad hebben)
  7. Brugs: kent get (=ik heb het gehad)
  8. Roosendaals: In de wei geloopen emme mee. (=Verkering gehad hebben met.)
  9. Eekloos: Ne plets gezet (=een accident gehad)
  10. Fries: Goed wiekein hân (=leuk weekend gehad?)
  11. Munsterbilzen - Minsters: stijf gedroenke (=genoeg (bier) gehad)
  12. Oudenbosch: ijee vanacht ligge woelwaotere (=hij heeft een onrustige nacht gehad)
  13. Oudenbosch: zullie zijn over dun put-aok getroud (=zij hebben geen trouwfeest gehad)
  14. Venloos: Dao haet de kèr opgekiep (=Zij heeft een miskraam gehad)
  15. Sint-Katelijne-Waver: Hij heeft zijne pere gezien (=Hij heeft het moeilijk gehad)
  16. Venloos: Die is de kèr opgekiep (=zij heeft een miskraam gehad)
  17. Brakels: ij ee ne stuut teegekomn (=hij heeft iets voor gehad)
  18. Boakels: hai hi de klirre aangehad (=hij heeft voor priester gestudeerd gehad)
  19. Westerkwartiers: wij hemm'n 't wel had (=hebben - wij hebben het wel gehad)
  20. Urkers: eaw jie al een ei at? (=heb je al een ei gehad?)
  21. Waregems: 'k ee 'n maleurke tee(g)nekoomn (=ik heb een ongelukje gehad)
  22. Tilburgs: we hèn nat zat gehat (=we hebben regen genoeg gehad)
  23. Lichtervelds: ween uzzne pee gezien (=we hebben veel miserie gehad)
  24. Munsterbilzen - Minsters: dank os Lieve Heir mér op zen blaute knieë (=hebt gij veel geluk gehad !)
  25. Weerts: dae hieët de siês uut ziene kop grujje (=iemand die veel facelifts heeft gehad)
  26. Waregems: die komre ee z'n recht ghet (=die kamer heeft zijn (poets)beurt gehad)
  27. Bilzers: ich hübmech toch wir get lette opsolfere (=ze hebben me weer liggen gehad)
  28. Ursels: hij heefd een toakelinge gehad (=hij is zwaar ziek geweest)
  29. Gents: ij es mee zijn gat in de boater gevallen, oersanse gat (=hij heeft geluk gehad)
  30. Volendams: e jej nag slik van de bap at? (=heb jij nog snoep van opa gehad?)
  31. Oudenbosch: mee d n dieje ebbe we veul dol gat (=met die hebben we veel moeite gehad)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ver zin nog heil goed voertgekoeëme (=we hebben heel wat geluk gehad)
  33. Oudenbosch: daoretie gin aariging in gat (=dat heeft hij niet in de gaten gehad)
  34. Venloos: Det is ein aafgelekde bóttram (=Een meisje dat veel jongens gehad heeft)
  35. Oudenbosch: ij eej op z n oge gat (=hij heeft op zijn kop gehad)
  36. kortemarks: zis met eur gat in de beutre gevooln (=ze heeft geluk gehad bij de partnerkeuze)
  37. Koersels: Al teng gehad? (=Al bericht gekregen ?)
  38. brabants: hedde gij da gezeet gehad (=heb jij dat gezegd)
  39. rotterdams: Als me zus klootjes had gehad, was ze nu me broer (=Als)
  40. Munsterbilzen - Minsters: dae hèt e sjampsjot gehad (=die is prettig gestoord)
  41. West-Vlaams: Ik heb het ermee gehad. (=Kèèt hjeel gehet.)
  42. Houtens: Ik heb daar nooit geen les in gehad (=Ik heb dat nooit geleerd)
  43. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  44. Lokers: As, as. As mijn tante klueten g'ad ad tèn waust mijne nonkel (=Als, als. Als mijn tante kloten had gehad dan was zij mijn oom)
  45. Lopiks: Daar hek ook nog een blauwe maondag mee gelopen (=daar heb ik ook nog even verkering mee gehad)
  46. Munsterbilzen - Minsters: dat hèt zenen tijd gehad (=dat is uit de mode)
  47. Tilburgs: heettie dè ècht gezeej gehad (=heeft hij dat werkelijk gezegd)
  48. Alblasserdams: die het een tik van de meulen gehad (=niet helemaal goed bij zijn hoofd zijn)
  49. Diems: Hej weleens een aldernaas posje smeer gehad (=Wilt u stoppen met uw storende gedrag)
  50. Rotterdams: Hebbie een halleve snipperdag gehad (=Als je iemand even kwijt bent, en weer ziet.)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen