33 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `fi`
- ad infinitum (=tot in het oneindige) (Latijn)
- de fiets aan de haak hangen (=stoppen met wielrennen)
- de fiolen van zijn toorn uitstorten (=heftig uitvaren)
- een (modder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
- een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
- een laag profiel houden (=zich niet laten opmerken)
- een ridder van de droevige figuur (=een sufferd)
- een sfinx zijn (=typisch zijn)
- een slecht figuur slaan (=een slechte indruk maken)
- een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
- er zijn meer hondjes die fikkie heten (=er zijn meer mensen/etc. met dezelfde naam)
- ex officio (=ambtshalve) (Latijn)
- fiat justitia (=het recht moet zegevieren) (Latijn)
- fiat justitia et pereat mundus (=het recht moet zegevieren ook al vergaat de wereld) (Latijn)
- fietsen zijn (=weg zijn, ervandoor zijn)
- fijnbesnaard (=gevoelig)
- fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
- geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
- geen zuivere koffie (=er is iets niet in orde)
- het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)
- iets boven de tafel fietsen (=open kaart spelen met bedoelingen)
- in partibus infidelium (=in het land der ongelovigen) (Latijn)
- koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
- lachen als een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)
- naar de filistijnen (=reddeloos verloren / kapot)
- op de koffie komen (=zonder afspraak ergens heen gaan)
- op díe fiets (=op die manier)
- op een oude fiets moet je het leren (=lesmateriaal is zelden nieuw)
- ratione officii (=ambtshalve) (Latijn)
- salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging) (Latijn)
- wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? (=wat gebeurt er nu voor iets raars?)
- zo fijn als gemalen poppenstront (=zeer streng rechtzinnig)
- zo helder als koffiedik (=niet helder, niet duidelijk)
47 betekenissen bevatten `fi`
- haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
- al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
- om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
- de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
- het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
- je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
- dood en begraven zijn (=definitief voorbij zijn.)
- een beentje lichten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
- tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
- een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
- in troebel water vissen (=een profiteur zijn)
- een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
- de pijp aan Maarten geven. (=er definitief mee stoppen)
- het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
- er zijn kapers op de kust (=er zijn er die willen meeprofiteren)
- het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
- korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
- ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
- geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
- de drie h s meegeven (=iemand (zo mogelijk definitief) wegsturen)
- iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
- een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
- iemand kort houden (=iemand niet veel bewegingsvrijheid geven (fig.))
- er op gebrand zijn (=iets heel erg fijn vinden en er naar streven)
- je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
- aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
- ten voeten uit (=letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving)
- een graantje meepikken (=meeprofiteren)
- geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
- pimpelpaars met een goud randje (=met ondefinieerbare kleur)
- in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
- er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
- je tegoed doen aan de vleespotten (=onterecht mee profiteren)
- voor zijn roodkoperen zijn (=oud Haags voor: Alles is piekfijn in orde)
- men vindt veel grijzen, maar weinig wijzen. (=oude mensen zijn niet per definitie wijs)
- de lachende derde (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst)
- vissen met de handen vangen (=profiteren van het werk van anderen)
- goed boeren / goed geboerd hebben (=succesvol geweest zijn, vooral financieel)
- in geuren en kleuren (=tot in de fijnste details)
- voor de mast gediend hebben (=van gewone matroos opgeklommen zijn tot officier)
- er warmpjes bijzitten (=veel geld hebben, over ruime financiële middelen beschikken)
- de een z`n dood is een ander z`n brood (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
- spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
- droog brood eten (=zuinig moeten zijn, financieel slecht gaan)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen