Spreekwoorden met `eus`

Zoek

44 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eus`

  1. aan zijn neus hangen (=hem inlichten)
  2. allemans neus is geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
  3. betalen als de paus geus wordt (=nooit betalen)
  4. bij de neus hebben (=iets wijsmaken)
  5. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  6. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  7. de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
  8. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  9. door de neus boren (=iemand anders iets de mogelijkheid ontnemen)
  10. een (goede) neus voor iets hebben (=precies aanvoelen hoe iets moet of gaat)
  11. een bril op de neus krijgen (=moeten gehoorzamen aan iemand)
  12. een fijne neus hebben (=gemakkelijk iets ontdekken, snel iets aanvoelen)
  13. een frisse neus halen (=naar buiten gaan)
  14. een lange neus maken (=tong uitsteken, iemand iets inpeperen (Jaloers maken))
  15. een reus op lemen voeten (=schijnbaar sterk maar in feite zwak)
  16. een snee in de neus hebben (=dronken zijn)
  17. een wassen neus zijn (=niets te betekenen hebben)
  18. een wild haar in de neus hebben (=onbezonnen en wild zijn)
  19. elkaar bij de neus nemen (=elkaar voor de gek houden)
  20. er met zijn neus bij staan (=er vlakbij staan)
  21. er zijn neus voor optrekken (=zich te goed vinden om iets te doen)
  22. geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)
  23. het gaat aan zijn neus voorbij (=hij loopt iets mis)
  24. het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebeuren)
  25. het neusje van de zalm (=het beste deel)
  26. iemand bij de neus nemen (=iemand voor de gek houden; iemand bedriegen)
  27. iemand de pen op de neus zetten (=streng ondervragen of aanpakken)
  28. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  29. iemand een pen op de neus zetten (=iemand dreigend vermanen)
  30. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  31. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  32. iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren)
  33. iets tussen neus en lippen zeggen (=zonder dat je het merkt in het geheel iets zeggen)
  34. je neus in andermans zaken steken (=zich bemoeien met zaken die je niet aangaan)
  35. je neus voor iets ophalen (=iets minderwaardig achten)
  36. met de neus in de boeken zitten (=veel lezen)
  37. met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen)
  38. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  39. onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt)
  40. op je neus kijken (=teleurgesteld zijn)
  41. overal zijn neus in steken (=zich overal mee bemoeien)
  42. quod deus bene vertat (=laat God het ten goede keren) (Latijn)
  43. wie het onderste uit de kan wil hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets)
  44. wie zijn neus schendt schendt zijn aangezicht (=wie zijn goede naam verliest, komt in moeilijkheden)

6 betekenissen bevatten `eus`

  1. moeten kiezen of delen (=een (vervelende) keus moeten maken)
  2. een man als David (=een sterke kerel (David doodde de reus Goliath))
  3. een goede gevel versiert het huis. (=gezegd over mensen met een grote neus)
  4. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  5. iemand voor vol aanzien (=iemand serieus nemen en respecteren.)
  6. op twee paarden blijven rijden. (=men kan geen keus maken)

4 dialectgezegden bevatten `eus`

  1. 't é'n reut'eut 't eus en ae 't rehent, 't rehent bin'n (=Er is een ruit uit het huis en als 't regent regent het daar binnen) (Zwevegems)
  2. Hjee' 't eus ligdoverende. (=Heel het huis is een chaos) (Maldegems)
  3. Hjee' 't eus ligt top over kloot'n. (=Heel het huis is een chaos.) (Maldegems)
  4. mie / mien / miene, dien / diene, zien / miene, häör / häöre, eus / euze, eur, hun / hunne (=mijn, jouw, zijn, haar, onze, uw, hun) (Mestreechs)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen