5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `en je`
- als je veel eet, dan ben je lelijk als je dood bent. (=waarschuwing tegen te veel eten.)
- ben je belatafeld (=ben je gek)
- dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
- je handen jeuken (=er erg veel zin in hebben te beginnen)
- je natje en je droogje lusten (=graag eten en drinken)
23 betekenissen bevatten `en je`
- de morgen doet het werk. (=`s morgens ben je het productiefst)
- als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
- je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent getrouwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
- wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
- grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
- een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
- handen in de schoot geeft geen brood. (=als je niets doet verdien je ook niets)
- heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
- heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
- ben je belatafeld (=ben je gek)
- van de ratten besnuffeld/gebeten zijn (=ben je nu helemaal gek!)
- zin noch wit hebben (=buiten jezelf zijn van woede)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- wat doe je voor de kost? (=hoe verdien je je geld?)
- je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
- wijze raad Is halve daad. (=met verstandig advies ben je al halverwege om succesvol te zijn)
- het staal wordt in de wind gehard. (=moeilijkheden en tegenslagen kunnen je sterker maken)
- na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
- zeggen wat je doet en doen wat je zegt (=proactief communiceren en je houden aan toezeggingen)
- een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
- vrienden in nood, honderd in een lood (=wanneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek)
- weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet (=wees voorzichtig met woorden en je informatie)
24 dialectgezegden bevatten `en je`
- ai j trouwt kom jin de zurrehen en je rik ter noeait mi uut (=zorgen) (Zeeuws)
- Attet nen hond wor hochter dich allang gebiëte (=Het ligt voor je neus en je ziet het niet) (Bilzers)
- baeter e koet én zenne sjoen, danne sjoen én je koet (=neem van 2 zaken de minst slechte) (Bilzers)
- de aoënhaager wènt en de broekësjijter stink (=doe zo maar verder en je zult wel zien waar je uitkomt !) (Munsterbilzen - Minsters)
- feteurlik, zei tn, en je reeë' med een oendekarre (traditionele zei-spreuk, gebruikt als humoristische woordspeling op 'natuurlijk!' in de zin van 'uiteraard, vanzelfsprekend') (=voituurlijk, zei hij, en hij reed met een hondenkar) (Klemskerks)
- ge hebt moar te spreken en uwe mond goat open. dat wordt geegd op altijd dezelfde aangename toon. (=je hebt veel goesting om bepaald voedsel vb mosselen met frieten. je komt thuis en je mama is dat juist aan het koken dan zegt ze) (Antwerps)
- ge moet up je tandn biettn en je gat toenieppn (=je moet even goed doorbijten) (Lichtervelds)
- ge mostet en ge kostet, moar ge 'n dostet nie (=je mocht en je kon, maar je durfde niet) (Waregems)
- hè naam unne ramscheut èn ge zaagt um nie mir. (=hij nam een vliegende aanloop en je zag hem niet meer.) (Tilburgs)
- Hebbie het niet verstaon/bennie/benjuh doof mot je niet zo trekken :) (=Als je iemand niet verstaat , en je vraagt het nog een keer) (man)) (Utrechts)
- Het is kwart over de rand van de pispot! (=Ik weet niet hoe laat het is (antwoord als iemand je vraagt hoe laat het is en je het niet weet)) (Utrechts)
- je mond dicht en je had op n harre (=inspannend) (Zeeuws)
- jè nog gat nog billn en je zou 'n kostumme willn (=hij is heel mager) (Kortrijks)
- Ketr' is viere, zei Koksje, en je stak ze wuuf bie drie oed' enn (traditionele zei-spreuk) (=Quatre is vier, zei Kokje, en hij stak zijn wijf bij drie oude hennen) (Klemskerks)
- koekoek, ene zang ! (=je bent en je blijft een mafketel) (Munsterbilzen - Minsters)
- lievre isnen oas en je lopt an vennestjes (=Livre is een haas en hij loopt aan Vannestjes) (Brugs)
- Ne zeise wett'n es gien verletten. Je verbetert de sniee en je ruster nog mee (=het nuttige met het aangename combineren) (Kloosterzandes (Klôôsters))
- Nee dank je, ik ben pas ziek geweest / Nee ik heb thuis goed gegeten (=Nee dank je. (als iemand je iets (te eten) aanbiedt en je hebt geen trek) (Utrechts)
- noë viël gepimpël ès te kop get simpel (=veel alcohol en je verliest rap controle) (Munsterbilzen - Minsters)
- nog een woord en je krijgt klappen (=ich zal dich seffës ës doen zinge) (Munsterbilzen - Minsters)
- oan eu eige scheete kende nen ander zijne stroent (=ken uzelf, en je kent een ander) (Gents)
- Rienk zei kooker en je bolde me se deeësm (tradtionele zei-spreuk, onder meer gebruikt met betekenis ' Raak!' ) (=Ring!, zei Koker, en hij bolde met zijn desem) (Klemskerks)
- wadde: Wadde E stik van dadde! (=Als iemand `Wa'?` vraagt en je wil niet antwoorden, zeg je:) (Lebbeeks)
- zaote vrolaaj zin waaj ingele ènt bed (=bier is betrouwbaarder als vrouwen : open en ééntje en je bent gegarandeerd de eerste) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen