Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `paal`

  1. als puntje bij paaltje komt (=als het erop aankomt)
  2. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  3. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  4. de paal door de oven gewerkt (=bankroet gegaan)
  5. de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
  6. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  7. de wrijfpaal zijn (=de schuld krijgen (van alles))
  8. ergens paal en perk aan stellen (=orde op zaken stellen)
  9. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  10. komen met de paal als het brood in de oven is (=te laat komen)
  11. lopen alsof men een lantaarnpaal heeft ingeslikt (=erg stijf, houterig lopen)
  12. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  13. tegen de paal lopen (=er slecht vanaf komen)
  14. voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))

10 betekenissen bevatten `paal`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  2. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  3. iets over zich hebben (=een bepaalde indruk geven)
  4. de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand uit een bepaalde groep/partij)
  5. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  6. iemand de pas afsnijden (=iemand verhinderen een bepaalde actie uit te voeren)
  7. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  8. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  9. het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  10. kan uit Nazareth iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)

Het dialectenwoordenboek kent 6 spreekwoorden met `paal`

  1. Herentals: Oep 't schieë van de met (=Als puntje bij paaltje komt)
  2. Aspers: Oast alomme kwam (=Als puntje bij paaltje kwam)
  3. Steenwijks: dat staot as 'n paole boôm d'Ao (=dat staat als een paal boven water)
  4. Koersels: As t op schopscheren aankomt (=Als puntje bij paaltje komt)
  5. Rotterdams: net de veemarkt hier en daar een paaltje (=slecht gebit)
  6. Steins: de koo of de geit òmtúúre (tuieren aan een paal) (=de koe of de geit verplaatsen naar een ander gedeelte van de weide)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen