Spreekwoorden met `en al`

Zoek


111 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `en al`

  1. aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
  2. arbeiden als een galeislaaf (=erg hard werken)
  3. balen als een stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
  4. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  5. beneden alle peil (=stijlloos)
  6. betalen als de paus geus wordt (=nooit betalen)
  7. bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
  8. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  9. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
  10. branden als een fakkel (=zeer fel branden)
  11. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  12. de meeste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
  13. de vuilste varkens willen altijd het beste stro. (=mensen die het niet verdienen willen evengoed het beste)
  14. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  15. door een eiken plank kunnen zien als er een gat in zit (=niet zo bijzonder zijn als je je voordoet)
  16. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  17. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  18. een leven als een oordeel (=een verschrikkelijk lawaai)
  19. er naar uitkijken als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
  20. er over oordelen als een blinde over de kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
  21. er uitzien als de dood van Ieper (=er slecht uitzien)
  22. er uitzien als een parnas (=er goed uitzien)
  23. er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
  24. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  25. erbij liggen als een blei (=niet meer bewegen)
  26. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  27. eten als een dijker. (=onbeschoft veel eten.)
  28. eten als een paard. (=heel veel eten)
  29. eten als een varken. (=ongemanierd eten.)
  30. eten als een wolf. (=veel en gulzig eten.)
  31. gapen als een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
  32. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  33. gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  34. gras gaat niet harder groeien als je eraan trekt (=sommige dingen hebben tijd nodig)
  35. groeien als kool (=snel opgroeien)
  36. handen als kolenschoppen (=zeer grote, sterke handen)
  37. het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
  38. het takje buigen als het nog jong is (=goede gewoonten leert men het beste op jonge leeftijd aan)
  39. het waren allebeiden vuilaards. (=de een verwijt de ander iets waaraan hij zich)
  40. het zo druk hebben als een klein baasje (=veel kleine karweitjes moeten doen)
  41. hooien als de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  42. huilen als een hofhond (=erbarmelijk tekeer gaan)
  43. in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk: aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  44. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  45. Jan en alleman (=iedereen)
  46. je kan wel dansen al is het niet met de bruid (=je kan ook wel tevreden zijn met iets minder dan het beste)
  47. je pen in gal en alsem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  48. je weren als een kat in de krullen (=je fel verweren)
  49. kijken als een hard geschilde aardappel (=bleek zien)
  50. kijken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)

88 betekenissen bevatten `en al`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  2. een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
  3. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  4. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  5. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  6. elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritiseer geen anderen als je zelf niet perfect bent)
  7. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  8. waar er twee ruilen moet er een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
  9. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  10. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  11. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  12. het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
  13. door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
  14. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  15. eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
  16. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  17. platgetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
  18. je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  19. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  20. Oost-Indisch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord wordt)
  21. iemand links laten liggen (=doen alsof iemand er niet is, niet bemoeien met iemand)
  22. je kop in het zand steken (=doen alsof iets (een probleem) er niet is)
  23. je ogen voor iets sluiten (=doen alsof iets er niet is)
  24. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  25. zwoerd achter je oren hebben. (=doen alsof je iets niet hoort.)
  26. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  27. je handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
  28. je van de domme houden (=doen alsof men van niets weet)
  29. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  30. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  31. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  32. twee zotten onder één kaproen (=een gek is zelden alleen)
  33. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  34. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  35. de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
  36. met huid en haar (=geheel en al)
  37. zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
  38. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  39. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  40. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  41. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit verteld is)
  42. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  43. het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje (=het leven is niet een en al geluk maar kent soms ook tegenslag)
  44. in iemands kielzog varen (=het net zo doen als iemands voorganger)
  45. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  46. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking)
  47. een Pietje precies (=iemand die de dingen altijd heel precies wil doen)
  48. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  49. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  50. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)

9 dialectgezegden bevatten `en al`

  1. 't schip verging met man en muus (=het schip verging geheel en al) (Westerkwartiers)
  2. daaj wiëg op en al fijfteg kilow, kletsnaot (=ze weegt maximum 50 kilogram) (Bilzers)
  3. de witte dauf ès al vant daok (=pas getrouwd en al ruzie) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. en al die toestanden nog al meer (=en alles wat daar bij komt .) (Utrechts)
  5. en eel dun annukkusnest (=en al de rest ook) (Sint-Niklaas)
  6. en heul diejen henne'esnest (=en al dat gedoe) (Lommels)
  7. en hjee' de reutemeteut (=en al de rest) (Maldegems)
  8. woar da ons eere een ziel ingestoken ee en al die schuene betroave buitenstoan (=die persoon heeft niet veel te bieden) (Sint-Lievens-Houtem)
  9. zen viet en al de res tron vaege (=helemaal niets aantrekken) (Bilzers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen