Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `riem`

  1. De breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=Het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  2. de buikriem aanhalen (=spaarzamer worden)
  3. De riem toehalen. (=Minder eten.)
  4. driemaal is scheepsrecht (=de derde keer zal je wel gaan lukken)
  5. eerst in de boot keur van de riemen (=wie eerst komt, kan eerst kiezen)
  6. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  7. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  8. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  9. men moet roeien met de riemen die men heeft (=men moet werken met de middelen die men heeft)

Eén betekenis bevat `riem`

  1. ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)

Het dialectenwoordenboek kent 37 spreekwoorden met `riem`

  1. Bilzers: moet ich mene riem ès autdoen (=moet je een paar riemslagen hebben ?)
  2. Westerkwartiers: je moe'n roei'n met de riem'n die je hemm'n (=roeien - men moet roeien met de riemen die men heeft)
  3. Westerkwartiers: 't is roei'n met de riem'n die je hemm'n (=je moet roeien met de riemen die je hebt)
  4. Riemsts: sjokoantkoat (=oude vrouw (scheldnaam))
  5. Riemsts: ubbere (=aardbeien)
  6. Munsterbilzen - Minsters: roeje mètte rieme daajste hëbs (=alle middelen zijn goed om je doel te bereiken)
  7. Westerkwartiers: men moet roei'n met de riem'n die men het (=men moet naar vermogen werken)
  8. Riemsts: het vruijs (=het vriest)
  9. Riemsts: reit oot gezeit (=eerlijk gezegd)
  10. Bildts: gyn riem betale kinne (=broek laag dragen)
  11. Riemsts: Er hilt geine frang op z'n kloote (=Hij is verspilziek.)
  12. Riemsts: Leut mich met frèè (=Laat mij met rust!)
  13. Riemsts: Das zèèver in pekskes (=Dat is onzin)
  14. Epers: As-t nie kan zo-as 't mut dan mu't-ma zo-as 't kan (=We moeten roeien met de riemen die we hebben)
  15. Munsterbilzen - Minsters: zau geraok ich ter ook, zaagte boer, en hae riëd op ze vèrke noë de kürk (=roeien met de riemen die je hebt)
  16. Riemsts: Wo biste oddig? (=Wat ben je aan het doen?)
  17. Riemsts: de volle patrol (=in volle vaart)
  18. Riemsts: De bis e bies (=Een beest zijn)
  19. Riemsts: jawes gwö (=naar huis gaan)
  20. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  21. Riemsts: Sjau maân! (=Wat een kerel!)
  22. Riemsts: doag huije, doag meurege (=iemand die niet stipt is)
  23. Riemsts: ich kal plat (=ik spreek dialect)
  24. Riemsts: Doa hebste gein affaire mèt! (=Dat gaat je niets aan!)
  25. Riemsts: Leut dich nej in z'n toet zitten! (=Laat je niet afzetten!)
  26. Riemsts: De kins mich e' hööpke sjeête! (=Je kan de pot op!)
  27. Riemsts: Klote Jeraar! (=Dat zie je van hier!)
  28. Riemsts: Wo kreigste van mich? (=Hoeveel moet ik betalen?)
  29. Riemsts: Ich gwö m'ne venger iîn (=Ik ga naar bed)
  30. Riemsts: ti tè kinneke (=klein kind (scheldnaam))
  31. Riemsts: alèèn de zon kump op vur nix (=niets is gratis)
  32. Riemsts: liînkse shroefdroad hemme (=op hetzelfde geslacht vallen)
  33. Barghs: De riem op de vrèathòak zette (=De broekriem een tandje ruimer zetten na veel eten)
  34. Riemsts: Dat blijft prel vjeur mich (=Dat maakt mij niet uit)
  35. Riemsts: de lös e' pjad laachte (=je bent niet grappig)
  36. Riemsts: Ich kreeg de krellekes van dich! (=Je maakt me gek!)
  37. Riemsts: ene sjèle dove (=iemand die niet goed hoort en niet goed ziet)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen