Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ligt`

  1. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
  2. de bijl ligt al aan de wortel (=de straf zal spoedig volgen)
  3. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  4. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  5. het geluk ligt in een klein hoekje (=geluk komt onverwachts)
  6. het ligt er duimdik bovenop (=het is overduidelijk)
  7. hij ligt er bij als een blei (=hij beweegt niet (meer))
  8. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn. )
  9. zijn land ligt in zijn schoenen (=hij is een grote opschepper)

4 betekenissen bevatten `ligt`

  1. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  2. tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)
  3. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  4. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))

Het dialectenwoordenboek kent 98 spreekwoorden met `ligt`

  1. Waregems: 't ligt an em (=de oorzaak (reden) ligt bij hem)
  2. Sint-Niklaas: ei lig te wietelen (=hij ligt niet stil in bed)
  3. Giesbaargs: a ligt op steirven, a ligt op staarven (=op sterven na dood)
  4. Gronings: sit op peerd en zuikt er naor (=zoeken naar iets terwijl het voor je neus ligt)
  5. Waregems: da wijst toch z'n zelvn, da spreekt toch veur z'n eig'n (=dat ligt toch voor de hand)
  6. Westerkwartiers: d'r lijt 'n vlei op mien melk (=er ligt een vel op mijn melk)
  7. Tilburgs: ut lèrke leej un laojke lêeger (=het leertje ligt een laatje lager)
  8. Kortrijks: tligt buten min smeete (=het ligt buiten mijn bereik (te veraf))
  9. Lovendegems: Ne scheefzeekre (=Iemand die niet altijd ernstig is en vaak dwars ligt;)
  10. Iepers: Wast e nond, je wos ol gebeetn! (=Wanneer je iets niet vind die voor je ligt)
  11. Geluws: je ligt bacht'n feelkes (=hij is begraven)
  12. Diesters: ligt nog in zenne nest (=slaapt nog)
  13. Lichtervelds: ze ligt in deuzlienge (=ze valt half in slaap)
  14. Teralfene: uin den euverkant vant struit leit er oewek wuiter op de buin (=aan de overkant van de straat ligt er water op de baan)
  15. Bilzers: Attet nen hond wor hochter dich allang gebiëte (=Het ligt voor je neus en je ziet het niet)
  16. Waregems: ge ligt twis in de zak (=je bent tegendraads, een dwarsligger)
  17. Antwerps: dië goa noar korniesj da ligt dicht tege de panne (=iemand die niet op reis gaat)
  18. Westels: wat ligt daar nu te spartelen (=wa lee doa nei te spettelen)
  19. Gents: de muize liggen duud in eu ijskasse, der es nie veele te fritte (=de muizen liggen dood in uw ijskast (er ligt niet veel eetwaar in uw ijskast))
  20. Vejels: Da ligt op mijnen teen (=Het ligt in de weg)
  21. Poperings: t ligt neuzenens (=dat ligt averrechts tegenover mekaar)
  22. Lochristis: 't ligt oiup overul (=alles ligt overhoop)
  23. Zelzaats: 't ligt ier etterdeschetter (of ekkerdeschekker) (=Het ligt hier overhoop)
  24. Geluws: Ie ligt bachten Pol Huyghes (=Hij ligt begraven op het kerkhof)
  25. Zeeuws: ie wil nie steekn of snien{snijden} (=hij ligt dwars)
  26. kortemarks: tligt ol top over kloîtn (=het ligt allemaal overhoop)
  27. Tilburgs: daor lee-t-ie (=daar ligt hij)
  28. Waregems: me zijn der nie veur'n (=dat ligt ons niet)
  29. Deinzes: tligt kop uver kluud'n (=het ligt rommelig)
  30. Ursels: hij es in 'twisse (=Hij ligt dwars)
  31. Zeeuws: ie is de wind kwiet (=hij ligt te slapen)
  32. Wagenings: moet ligt munt veur de kachel (=moeder ligt uitgeteld voor de kachel)
  33. Veurns: E katte zoedt ieër neur joeng'n nie werevieng'n! (=Alles ligt hier overhoop)
  34. Lekkerkerks: hij leg onder an de rol (=hij ligt onder aan de dijk)
  35. Zwevegems: 't ès ier liik Mehoachel. (=Het ligt hier allemaal overhoop)
  36. Westerkwartiers: papp'm en nathold'n (=eraan doen wat in je vermogen ligt)
  37. Maldegems: Der ligt ne taet op meun tele (=Er ligt een aardappel op mijn bord)
  38. Merenaars: hij ligt mè zèn pikkelen omuëg (=hij is erg toegetakeld, hij ligt af)
  39. Heusdens: oppe zoller ligt nogwl tienentaaner (=op de zolder ligt nog wel iets)
  40. Zeeuws: ie ligt a tn bost (=liegen)
  41. Waregems: 't gopt link nen oovn (=dat ligt toch voor de hand)
  42. Westerkwartiers: 't beste brood lijt veur 't roam (=de verkoopkant ligt voor)
  43. Liessents: hai li nog in zunnen kórf (=hij ligt nog in zijn bed)
  44. Munsterbilzen - Minsters: zen gal autspaaje (=zeggen wat op de lever ligt)
  45. Giesbaargs: zan kaboesje ligt in de marrazje van 't skavaul in de Piszjemaastroate (=zijn pet ligt in de smurrie van het rioolputje in de Buizemontstraat)
  46. Westerkwartiers: dat goedje lijt henter en twenter (=dat spul ligt her en der verspreid)
  47. Oudenbosch: webbe nut gat net as d n os (=de beste tijd ligt weer achter ons)
  48. Gents: edde Gaby al gezien (=ligt er nog iets onderaan in het winkelwagentje)
  49. Westels: wa lei doa nei te spettelen ? (=wat ligt daar nu te spartelen ?)
  50. Merenaars: me ligtmis ester gi vrouke zu eirm of ze mokt er penneke weirm (=met licht is is er geen vrouwtje zo qrm of ze maakt haar pannetje warm)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen