Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `drinken`

  1. een stuk in de kraag drinken (=zich dronken drinken)
  2. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  3. Eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=Eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  4. Eten en drinken is geen beroep / ambacht. (=Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)
  5. Het leven is meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  6. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  7. verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)

26 betekenissen bevatten `drinken`

  1. aan de fep zijn (=(overmatig) drinken)
  2. Het leven is meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  3. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  4. de kan aanspreken (=drinken)
  5. op de lappen (=een beetje opgeknapt - op stap om te drinken)
  6. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  7. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  8. zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
  9. van je buik een afgod maken (=erg veel geld uitgeven aan lekker eten en drinken)
  10. Eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=Eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  11. zijn natje en zijn droogje lusten (=graag eten en drinken)
  12. het glaasje op zijn kant zetten (=het glas uitdrinken)
  13. het vaatje op zijn kant zetten (=het vat leegmaken (uitdrinken))
  14. Hij jaagt alles door het halsgat. (=Hij maakt alles op aan eten en drinken.)
  15. iemand de voeten spoelen (=iemand doen verdrinken / in zee verdrinken)
  16. iets onder de kurk hebben (=iets te drinken hebben)
  17. Hij maakt van zijn buik een afgod. (=Lekker eten en drinken vindt hij belangrijk.)
  18. De darmen zalven. (=Lekker eten en drinken.)
  19. de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  20. op een droogje zitten (=op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  21. aan de pimpel zijn (=sterkedrank drinken)
  22. te diep in het glaasje kijken (=te veel alcohol drinken en daardoor erg dronken zijn)
  23. een fles de nek breken (=uitdrinken)
  24. aan de zwier zijn (=uitgaan, drinken)
  25. het is niet voor de ganzen gemaakt (=we kunnen het maar beter uitdrinken)
  26. een stuk in de kraag drinken (=zich dronken drinken)

Het dialectenwoordenboek kent 85 spreekwoorden met `drinken`

  1. Hams: iënen schellen (=pintje drinken)
  2. Ninoofs: op iemand zan kap drinken (=Op andermans kosten drinken)
  3. Aarschots: Oep de lappe gaan (=Biertjes gaan drinken)
  4. Heels: eine gaon pitse (=eentje gaan drinken)
  5. Leopoldsburgs: Pintje pakke (=Een biertje drinken)
  6. Sliedrechts: 'n baksie doen (=een kopje koffie drinken)
  7. Heerlens: inge pitsje (=een borrel drinken)
  8. Heerlens: zoehpe wie ee moehzeloak (=erg veel (alcohol) drinken)
  9. Vilvoords: ik goein iene pakke (=I ga iets drinken)
  10. tervurens: op de speegel schraave (=op de poef drinken)
  11. Brees: Zoepen tot vè kroepen (=Erg veel drinken)
  12. Rotterdams: Effe een bakkie doen (=Koffie drinken)
  13. Sint-Lenaarts: Ni janke, mer tanke. (=Niet klagen, maar drinken.)
  14. Bilzers: de penszak authange (=overdadig eten en drinken)
  15. Gents: santee ! (=op je gezondheid ! (bij drinken))
  16. Koersels: in deij koffie zieder scherpenheuvel ooch (=slappe koffie drinken)
  17. Sliedrechts: giet in 't beun (=snel iets op moeten drinken)
  18. Zeeuws: dorst als het paard van bibbe (zierikzee) (=veel drinken)
  19. Veurns: è moend èn die past op olle gloaz'n (=veel drinken)
  20. Munsterbilzen - Minsters: zaupe waaj nen aae tempelier (=veel drinken)
  21. Veurns: in de zeupe zitt'n (=zwaar aan het drinken zijn)
  22. Geels: dieje kan drinken totdat broedelt in zijn gat (=iemand die zeer veel kan drinken)
  23. Deinzes: Da jontse kan no'al u betse pullen! (=Dat jongetje kan drinken)
  24. Waregems: 'k mage da nie (=ik lust dat niet (eten,drinken))
  25. Westlands: mot je zuip (=wil je wat drinken koffie bv)
  26. Tongers: op nen aandre zen maol zaupe (=drinken op kosten van anderen)
  27. Tilburgs: drinkeme nòg en gaawke (=drinken we nog een afzakkertje)
  28. tervurens: een radaas doon, een gooi zjat doon of er neki good inhange (=eens goed drinken)
  29. Hamonter: Dien teuft er nie in. (=Die persoon kan veel drinken.)
  30. Harelbeeks: j'ee nog ool 'n embesuur, he (=hij kan veel drinken)
  31. Evergems: Vloan eten totda au gat mee ë teute stoat (=Overmatig eten en drinken.)
  32. brabants: Keb òk gin lèren bakkus (=Ik wil ook wat drinken!)
  33. Mols: Zulle w'r nog iene pakke ? (=Willen we nog wat drinken ?)
  34. roeselaars: tegen dek gaan, de kop inkletsn, van de wèreld drinken (=tegen de klippen omhoog drinken, zuipen als een tempelier)
  35. West-Vlaams: fret va je gat tis gin vriedag (=geen zin hebben in eten of drinken)
  36. Munsterbilzen - Minsters: iemed de aure van de kop aete en fraete (=iemand arm eten en drinken)
  37. Deinzes: é kik een out'ne muile misschienst?! (=krijg ik niks om te eten/drinken?)
  38. Sinnekloases en niekaarks: e stuk in oa botten drinken (=dronken worden)
  39. Oudenbosch: dan gaode naar Jantje Worst dieee un hondje en dat piest oe in oew mondje (=dorstige kinderen die om drinken vragen)
  40. Venloos: aan de maagt heure kant drinke (=aan de verkeerde kant van het kopje koffie/thee drinken)
  41. westlands: un bodumpie leggêh (=bier drinken)
  42. Sint-Niklaas: zabberen (=slordig drinken)
  43. Westels: voaze schelle (=bier drinken)
  44. Zeeuws: nie zo vee drinken t is aal me pis uut (=veel drinken)
  45. Kerkraads: zich 'lazarus' drinken (=zich styn drinken)
  46. Sint-Niklaas: goe smjeiren (=goed eten en drinken)
  47. Katwijks: een beaje doen (=een borreltje drinken)
  48. Baasrode: Der ene goan zjabberen. (=Er eentje gaan drinken.)
  49. Aalsters: Een rebbe schellen (=Een pintje drinken)
  50. West-vlaams: é teustje drienken (=iets drinken)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen