Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `denk`

  1. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  2. anderhalve man en een paardenkop (=weinig aanwezigen)
  3. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  4. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  5. denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  6. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  7. Elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=Boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  8. geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
  9. het is er zo veilig als vlees in een hondenkot (=het is er volkomen onveilig)
  10. iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  11. niet meer kunnen wegdenken (=niet meer kunnen missen)
  12. Paardenkeutels zijn geen vijgen (=Uiterlijk kan bedriegen / laat je niks wijsmaken)

46 betekenissen bevatten `denk`

  1. naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
  2. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  3. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  4. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  5. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
  6. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van (=denken dat je iets begrijpt, terwijl je dat niet doet)
  7. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  8. het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
  9. zich achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  10. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  11. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  12. zijn woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
  13. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico's nemen)
  14. ergens een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  15. een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
  16. uit het oog verliezen (=er niet meer aan denken)
  17. te binnen schieten (=er plots aan denken)
  18. voor ogen (=er steeds weer aan denken)
  19. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  20. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  21. zo wijs als Salomo`s kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
  22. memento mori (=gedenk dat je zal sterven)
  23. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  24. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  25. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  26. gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
  27. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  28. iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
  29. Pluimen in de wind waaien (=Iets doen zonder na te denken)
  30. wat van ver komt, is lekker (=iets wat van ver komt, is bijzonder. Daarom denkt men dat het ook beter zal zijn)
  31. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=Je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  32. Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  33. laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  34. die staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
  35. ergens geen brood in zien (=niet denken dat iets kan werken)
  36. buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
  37. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  38. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  39. heden ik morgen gij (=oud grafschrift: gedenk, lezer, dat jij ook zal sterven)
  40. het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
  41. niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)
  42. honi soit qui mal y pense (=schande over hem die er kwaad over denkt)
  43. iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  44. lijnrecht tegenover iets staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  45. twee handen op een buik (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)
  46. twee hoofden onder een kaproen (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)

Het dialectenwoordenboek kent 129 spreekwoorden met `denk`

  1. Bosch: denkte gij dè (=denk jij dat?)
  2. Brussels: wa pâasde doevan (=wat denkte daarvan)
  3. Eindhovens: Ja ja da denkte gij! (=Dat gaat niet gebeuren!)
  4. Olens: denket nie. (=Zulks ben ik niet van plan)
  5. Diesters: zet van sintemedunk (=ze denkt dat ze ziek is)
  6. brabants: als je denkt het is goed (=agge denkt des goed)
  7. Siebengewalds: Wa meent den wel nie? (=Wat denkt hij wel niet?)
  8. Westerkwartiers: bezinn'n veur da'j begunn'n (=eerst denken, daarna doen)
  9. Eizels (Herzeels): twas te peizen (=het was te denken)
  10. Mestreechs: zoonder verzeij (=zonder na te denken)
  11. Volendams: dees is er ientje van de buregemaister (=Veel van zichzelf denken)
  12. Tilburgs: hij heeget hòòg in zun neusgaote (=hij denkt dat hij iets meer is dan een ander)
  13. Sint-Niklaas: ei eet furza nie om... (=hij denkt er zelfs niet aan om...)
  14. Zeeuws: dienk an juh nót (=denk aan je hoofd)
  15. Bilzers: de kieks mér (=denk nog maar eens na)
  16. Hams: kpeist nie sei (=ik denk het niet)
  17. West-Vlaams: Wa peij doar of? (=Wat denk je daarvan?)
  18. Westlands: Wat doch 'ie? / wadachie? (=Wat denk je?)
  19. Roermonds: Waat tunk dich? (=Wat denk jij er van?)
  20. Munsterbilzen - Minsters: wae goed zen aete knabbelt, zal zich nie rap verslikke (=denk alvoor je doende bent, opdat je aldoende niet meer denken moet)
  21. Ninoofs: ze peist da de gebreje kiekes vantzelfs op t aufel stonj (=Ze denkt dat de wereld om haar draait)
  22. Waregems: ie es dermee weg zulle (=de lichtgelovige denkt dat het waar is)
  23. Westerkwartiers: da's 'n echte flapuut (=die zegt alles wat hij denkt)
  24. Oudenbosch: zouwut ? (=denk jij dat ?)
  25. Westfries: Je zoue meist miene..... (=Je zou toch denken....)
  26. Geels: Kzot deenke/kzaat deenke (=Ik mag het denken)
  27. Diems: Wa denk ie eiges (=wat denk je zelf)
  28. Hulsters (NL): oewèdde haij daddop? (=wat denk jij wel niet?)
  29. Westerkwartiers: gien hoar op mien kop die d'r an denkt (=ik denk er beslist niet aan)
  30. Oudenbosch: daoris nun noop geld mee gemoeid (=dat is duurder dan je denkt)
  31. Sint-Niklaas: wa stodde doar nô weer in ô broek te kraan? zidde ô overuren ont uitrekenen? (=aan wat ben je nu weer aan het denken?)
  32. Kinrooi: Langksaam kalle en snel dinke, heet al veul vrintjsjap doon blinke! (=Langzaam praten en snel denken, heeft reeds veel vriendschappen bezegeld.)
  33. Twents: Zwiegen en denken kan gin mense krenken (=Met zwijgen en denken krenk je niemand)
  34. Dinthers: esgur mar aon denkt (=als je het dan maar niet vergeet)
  35. Hoogstraats: Dieje denkt da zenne stront ni stinkt (=Hij vindt zichzelf beter dan een ander)
  36. Zottegems: oe ette gij 't leven op de? (=denken dat je gelijk hebt)
  37. Fries: om immen tinke (=om iemands gevoel denken/ empathie tonen)
  38. Waregems: peide gij da 't geld ip mijne rugge groeigt (=denk je dat ik geld in overvloed heb)
  39. Zomergems: 't Ink mij da... of 'k peise da (=Ik denk dat... / ik geloof dat...)
  40. Munsterbilzen - Minsters: da kump bij mich nog nie ès op (=ik denk er niet aan)
  41. Tilburgs: jè, dès mèn gedaacht ôok. (=ja, zo denk ik er ook over.)
  42. terneuzens: Stront, wie e joe gescheten (=Wie denk je wel ,dat je bent)
  43. Amsterdams: Spuit 11 (=Iemand die onterecht denkt dat hij het beter weet)
  44. Roeselaars: je peist dat de gebradde kiekens in ziene mond goan vliegen (=hij denkt dat alles vanzelf gaat)
  45. Evergems: Deur de veure van zijn gat lopen. (=Hij denkt dat hij het middelpunt van de wereld is.)
  46. Kinrooi: Geluiftj neet alles waat dj'r huuërtj en zèktj neet alles waat dj'r dinktj! (=Geloof niet alles wat je hoort en zeg niet alles wat je denkt!)
  47. Zottegems: geddent gij goed op (=denken dat je gelijk hebt)
  48. Oudenbosch: oe komde daor nou op ? (=hoe kun je dat denken ?)
  49. Sint-Niklaas: 'k docht bè (in) min eigen (=ik was aan het denken...)
  50. Sint-Niklaas: wa peizen die waal, nie mè tundezen zulle (=wat denken die wel!)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen