Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `diep`

  1. een verdieping op zijn huis zetten (=hypotheek nemen)
  2. geen water is hem te diep (=hij durft alles te ondernemen)
  3. geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
  4. het scheelt hem in zijn bovenverdieping (=hij is niet goed wijs)
  5. het water is veel te diep (=hij durft het niet aan)
  6. in het diepe gegooid worden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden)
  7. met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver vertrouwen)
  8. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)
  9. te diep in het glaasje kijken (=te veel alcohol drinken en daardoor erg dronken zijn)

5 betekenissen bevatten `diep`

  1. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begrijpen)
  2. een kattenrug maken (=diep buigend groeten)
  3. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  4. de tijd baart rozen (=ook de diepste (geestelijke) wonden helen na verloop van tijd)
  5. als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)

Het dialectenwoordenboek kent 20 spreekwoorden met `diep`

  1. Roois (Sint-Oedenrode): Dun Leup (=Beekje vanuit het bos (den diependaol) naar de Dommel)
  2. Bilzers: tbloed krip baut nie lope kan (=diepere verlangens komen ééns weer boven)
  3. diepenbeeks: zoe nàa as rùrres (=bijna)
  4. Budels: slaopen as unne res (=goed en diep slapen)
  5. Waregems: de kenintsjies zitt'n an d'n draed (=ze is diep gedecolleteerd)
  6. Eekloos: z'is vèrre bleutsheuvde (blootshoofd) (=ze is nogal diep gedecolletteerd)
  7. Brakels: tzaa nen duu'n nie veure val'n (=diepgaande gedachte die men tegen iemand vertelt die gewetenslast heeft van een recent dronkenschap)
  8. Munsterbilzen - Minsters: sloëpe waaj nen os (=diep slapen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: ich zien Kristes op ze kreis hange (=zij heeft een diepe uitsnijding)
  10. Evergems: Getoakt zijn tot op ou bloaze. (=Zeer diep beledigd zijn.)
  11. Drents: Hej giet er diepe deur. (=Hij is erg gelovig.)
  12. diepenbeeks: e perrek sjèkloat (=een mooi meisje)
  13. Gronings: Doe most die de ogen oet de kop schoamen (=Jij moet je diep schamen)
  14. Hendrik-Ido-Ambachts: 'm Flink uit je broek laten hangen (=diep in de buidel tasten)
  15. Munsterbilzen - Minsters: hae bliëf tooghange tot e koet énde naach (=tot diep in de nacht zat hij op café)
  16. Munsterbilzen - Minsters: de viëgel gon autvliege, ze zitte toch al opte boëd vant nès (=die halsuitsnijding is zo diep dat je haar borsten ziet)
  17. Zeeuws: ie spit nie diepe (=hij is niet goed bij de tijd)
  18. Munsterbilzen - Minsters: aste èn stront gees plojere, gees te stinke (=graaf nooit te diep, je zit zo in de put)
  19. Munsterbilzen - Minsters: dae haug krüp kan diep valle (=hoogmoed komt voor de val)
  20. Munsterbilzen - Minsters: aste én goeje leemgrond te diep gees zaeë, kumpter niks van aut (=veel boter in de pan hebben, maar er niets van bakken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen