Spreekwoorden met `derm`

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `derm`

  1. allemans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  2. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  3. andermans veren (=iets van een ander (andermans eer))
  4. de breedste riemen worden uit andermans leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  5. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  6. het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  7. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  8. het is licht dansen op andermans vloer. (=geld van anderen uitgeven is makkelijk.)
  9. iets met de moedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  10. in andermans weide lopen de vetste koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
  11. je neus in andermans zaken steken (=zich bemoeien met zaken die je niet aangaan)
  12. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  13. met andermans veren pronken (=weglopen met de ideeën van een ander, met iets van een ander zelf gaan pronken)
  14. met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
  15. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)

10 betekenissen bevatten `derm`

  1. het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
  2. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
  3. andermans veren (=iets van een ander (andermans eer))
  4. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)
  5. als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
  6. de huik naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermans standpunt volgen)
  7. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
  8. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  9. op iemands schouders staan (=op andermans werk voortbouwen)
  10. onder het juk moeten doorgaan (=zich aan andermans macht moeten onderwerpen)

23 dialectgezegden bevatten `derm`

  1. 'k moe scheiten alzun jong veule mea kooi dérm (=ik ga naar het toilet) (Schijndels)
  2. as ter van zën lieëges moes geboste zien dan loep ter allang mèt zën derm èn zën haan rond (=hij doet niets dan liegen!) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. aste Minsterkliete van ët zwat geld zooë barstë, dan loepë ze ammël mèttë derm èn hun haan rond (=in Munsterbilzen barst het van het zwart geld) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. aste moes barste van de liëgës, loepste allang mètte dérm èn zën haan (=als je zou barsten van de leugens, liep je reeds lang rond met je darmen in je armen) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. aste van zen liëges zos boste, loepste allang mèt zen derm èn zen haan (=je doet niets dan liegen) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. aster van zen liëges moes boste, loeper allang rond mét zen dêrm én zen haag (=liegen kan zware gevolgen hebben) (Bilzers)
  7. det is ‘ne smale derm (=hij is heel mager) (Heitsers)
  8. dikke erm, dinne derm (=wie zich goed kleedt, niet veel eet) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. Hae hèt ne knoop èn zen derm (=hij heeft een moeilijke stoelgang) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. ich hèb ne kroenkël èn mën dérm (=ik heb buikpijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. ich hoch de kroenkele èn men dêrm (=mijn darmen lagen in een knoop) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. iës zoette de derm ènt vèrke en nau zittet vèrke èn de derm (=we hebben het varken geslacht) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. mën dérm spiëlen op (=mijn buik rommelt) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. ne klink en ne klank, ne stink en ne stank, n zievering van de derm en t mok de broek werm (=windje) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. ne klink enne klank, ne stink enne stank, n zievering van de derm ent mok de broek werm... (=een scheet) (Bilzers)
  16. ne knoop èn zen derm hübbe (=buikpijn hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. ne wermën erm, ne platte derm (=uiterlijke schijn door dure kleding is meestal ten koste van goed eten) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. tès ne klink, tès ne klank, tès ne stink, tès ne stank, tès ën zievering van de dêrm ent mok te broek wêrm (=een scheet betekent heelwat) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. tès oeërlog èn men derm (=mijn darmen ratelen) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. tès oërlog èn men dêrm (=mijn buik rommelt) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. viël ûm den erm, mer niks en den derm (=rijk gekleed, armoe op tafel) (Bilzers)
  22. werm erm, mér niks èn den derm (=bluffen met zijn kleding, maar ten koste van eten) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. wêrmen êrm, dinne dêrm (=goed gekleed ten koste van minder eten) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen