91 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de Bo`
- aan de Boemel zijn (=fuiven)
- aan de vruchten kent men de Boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
- alle hoop de Bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
- als de Boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
- als de Boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
- als een pijl uit de Boog (zijn) (=snel vertrekken)
- als een warm mes door de Boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
- bekend staan als de Bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
- botertje aan de Boom zijn / het is botertje tot de Boom (=alles gaat goed zonder problemen)
- buig de Boom als hij jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
- daar is een haartje in de Boter (=daar is ruzie of wrijving)
- dat is mij tegen de Boeg. (=dat is tegen mijn zin)
- de Bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- de Bodem inslaan (=vernietigen (bv.: de hoop de bodem inslaan))
- de Boeken sluiten (=ermee stoppen - bankroet gaan)
- de Boel aan kant maken (=opruimen)
- de Boel de Boel laten. (=tijdelijk afstand nemen van een lastige situatie of probleem)
- de Boel erbij neergooien (=ermee stoppen)
- de Boel in het honderd sturen (=in de war maken/verstoren)
- de Boer eet vis als het spek op is (=je moet tevreden zijn met wat je hebt)
- de Boer op de Bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
- de Boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
- de Bok slepen (=uitsloven om niks)
- de Bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
- de Bokkenpruik op hebben (=slecht gehumeurd zijn)
- de Bom is gebarsten (=een langdurige spanning of conflict is tot een uitbarsting gekomen)
- de Boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
- de Boon van de koek gekregen hebben (=geluk gehad hebben)
- de Boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
- de Boot is aan (=de maat is vol)
- de Boot missen (=te laat zijn)
- de Bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
- de Bot kunnen gallen (=een moeilijke taak aankunnen)
- de Boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
- de Boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
- de Boter eruit braden (=het ervan nemen)
- de Bout op de kop krijgen. (=een geschil verliezen)
- de Bovenhand krijgen (=winnen, zegevieren)
- de Boventoon voeren (=het hoogste woord hebben)
- de kat uit de Boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
- de lijdensbeker tot de Bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
- de maan komt al door de Bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
- de schapen van de Bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
- de vis is de Boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
- door de Bocht gaan (=toegeven)
- door de Bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
- een droge maart en een natte april is de Boeren naar hun wil (=weerspreuk)
- een haar in de Boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
- een ongeletterde Boer (=weinig geleerd persoon)
- een oude Bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
10 betekenissen bevatten `de Bo`
- in het honderd sturen/lopen (=de Boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- de peentjes opscheppen (=de Boel opruimen)
- tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de Boel helemaal opruimen)
- als bliksemafleider fungeren (=iemand die of iets dat de Boze bui van iemand kan afleiden)
- een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de Boter of kookvocht en in de wijn)
- schoon schip maken (=schulden betalen, de Boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)
- eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de Boer in de kost waren.)
- ad fundum (=tot op de Bodem)
- de bodem inslaan (=vernietigen (bv.: de hoop de Bodem inslaan))
- kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de Bocht.`)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen