Spreekwoorden met `cht`

Zoek


344 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `cht`

  1. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  2. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
  3. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  4. acht is meer dan duizend (=voorzichtig zijn is het belangrijkste. (woordspeling: acht=`let op` niet `8`))
  5. acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
  6. achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
  7. achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
  8. achter de kiezen hebben (=opgegeten hebben)
  9. achter de knopen hebben (=opgegeten hebben)
  10. achter de puttings overboord vallen (=reddeloos verloren zijn)
  11. achter de rug om gaan (=iets stiekem doen)
  12. achter de rug zijn (=voorbij zijn)
  13. achter de schermen (=daar waar men het niet ziet)
  14. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  15. achter de schermen kijken (=kijken waar men normaal niet kan of mag kijken)
  16. achter de tralies (=opgesloten)
  17. achter de veren zitten (=opjagen)
  18. achter de vodden zitten (=opjagen)
  19. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  20. achter het net vissen (=een kans missen)
  21. achter iemand zoeken (=iemand kwaad proberen te doen)
  22. achter iets zitten (=er de oorzaak van zijn)
  23. achter slot en grendel (=opgesloten)
  24. achterin de fuik zit de paling (=je moet geduld hebben)
  25. achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  26. achterom is kermis (=gezegd als voorlangs niet de voorkeur heeft)
  27. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  28. achteruit zeilen (=slechter worden)
  29. adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
  30. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt haar wel (=leugens komen altijd uit)
  31. alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
  32. als de dagen lengen, gaan de nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
  33. als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  34. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
  35. als een lam ter slachtbank geleid worden (=weerloos zijn)
  36. als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  37. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
  38. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  39. angst is een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
  40. averechts uitpakken (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken)
  41. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  42. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  43. beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
  44. bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
  45. bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
  46. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  47. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  48. dát doet de deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
  49. dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  50. dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)

556 betekenissen bevatten `cht`

  1. van de nacht een dag maken (=`s nachts werken)
  2. de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
  3. met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
  4. met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen)
  5. in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
  6. op het kussen helpen (=aan de macht helpen)
  7. op het kussen zitten (=aan de macht zijn)
  8. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  9. naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
  10. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  11. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  12. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  13. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  14. als de ganzen (=achter elkaar op een rijtje)
  15. van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  16. achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  17. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  18. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  19. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  20. op je hoede zijn (=alert en voorzichtig zijn.)
  21. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  22. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  23. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  24. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  25. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  26. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  27. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  28. kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  29. als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  30. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  31. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  32. buiten zijn rekening gaan. (=als het anders loopt dan verwacht)
  33. wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  34. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  35. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  36. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  37. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  38. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  39. meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
  40. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  41. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  42. niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
  43. hoogmoed deed nooit iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
  44. de paal door de oven steken (=bankroet gaan, zich te gronde richten)
  45. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  46. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
  47. gewicht hechten aan (=belang hechten aan)
  48. van je buik een afgod maken (=belang hechten aan lekker eten en drinken)
  49. heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  50. heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen