Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

22 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bloed`

  1. dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  2. de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
  3. doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  4. doen alsof je neus bloedt (=doen alsof je van niets weet)
  5. er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
  6. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  7. goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven))
  8. het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloochent zich nooit)
  9. het bloed spreekt (=de familieband doet zich opmerken)
  10. het gaat van sassenbloed (=het gaat met grote opofferingen gepaard)
  11. Hij heeft aardappelbloed (=Hij ziet er ongezond uit)
  12. iemand het bloed onder de nagels vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
  13. iemand na in den bloede zijn (=van iemand een bloedverwant zijn)
  14. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  15. in koelen bloede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
  16. kwaad bloed zetten (=ongunstig onthaald worden, kwaad maken)
  17. kwaad bloed zetten (=iemand boos maken)
  18. nieuw bloed (=nieuwe deelnemers, werkers)
  19. Patattenbloed hebben (=Ziekelijk zijn)
  20. vissenbloed hebben (=koudbloedig zijn, weinig gevoel hebben, niet gauw koud hebben)
  21. voor iets moeten bloeden (=de gevolgen moeten dragen)
  22. zijn eigen vlees of bloed (=zijn eigen familie (kinderen))

4 betekenissen bevatten `bloed`

  1. zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
  2. goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven))
  3. vissenbloed hebben (=koudbloedig zijn, weinig gevoel hebben, niet gauw koud hebben)
  4. iemand na in den bloede zijn (=van iemand een bloedverwant zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 33 spreekwoorden met `bloed`

  1. Sint-Niklaas: 't bloed zeékten dur uit (=hij bloedde heel hard)
  2. Munsterbilzen - Minsters: t bloed goetsde aut men ojers (=ik bloedde hevig uit mijn aders)
  3. Dilbeeks: Ei èèt 'r en brurke doet aon. (=Hij heeft een bloedhekel aan...)
  4. Flakkees: De mossen valle doad van 't dek (=Het is bloedheet buiten)
  5. Walshoutems: ene bloedoepdrang krijgen (=Onwel worden, bewusteloos gaan)
  6. Ninoofs: de bloedkoesj es doeë (=ze heeft haar maandstonden)
  7. Zeeuws: ie bloeide n asn rund (=hevig bloeden)
  8. Waregems: van peikns geboarn (=doen alsof je neus bloedt)
  9. Bilzers: van kroemenaos gebeire (=doen alsof zijn neus bloedt)
  10. Astens: bloeien as un vèrreke (=heel erg bloeden)
  11. Zwevegems: Ie geboart van pikkens. (=Hij doet alsof zijn neus bloedt.)
  12. Fries: sil die read sneie (=snijden tot het bloed)
  13. Bilzers: transeniëre (=het bloed van onder de nagels halen)
  14. Munsterbilzen - Minsters: krete (=het bloed van onder de nagels halen)
  15. Neerharens: doêg neet of den naas blooid (=doe niet of je neus bloed)
  16. Munsterbilzen - Minsters: iemed krijte (=iemand het bloed onder de nagels vandaan halen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: transeniëre (=iemand het bloed van onder de nagels halen)
  18. Munsterbilzen - Minsters: iemed judasse totter nimei wieët bauter steed (=iemand het bloed van onder de nagels halen)
  19. Sittards: Die dreet 'm de kòkkeral op (=Zij haalt hem het bloed onder de nagels vandaan)
  20. Bilzers: me bloed koëk! (=ik ben razend)
  21. Zeeuws: schiet noe es een bitje op ,mn bloed wor kerremelk (=opschieten)
  22. Zeeuws: ei zeker in je vinger e snee-en., wan kruuke bloed (=windje)
  23. Steins: emes de pis lauw make (=Iemand het bloed onder de nagels uithalen)
  24. Zeeuws: ie krieg bloed voe zn arte (=spijt hebben)
  25. Zaans: Me bloed wordt karnemelk (en me ribbe takkebosse) (=Ik word erg kwaad)
  26. Bilzers: ze hübben hër gekreet (gefarazjied) totze begos te janke (=ze haalden haar het bloed vanonder de nagels tot ze begon te wenen)
  27. Munsterbilzen - Minsters: da geet bloed koste (=dat gaat een zware inspanning kosten)
  28. Bilzers: tzweet (bloed) steed mich al én de sjoen (=ik werk me dood)
  29. Oudenbosch: d n bloed zijn (=niet aan iets kunnen ontkomen)
  30. Munsterbilzen - Minsters: hae krabde tottet bloed traut zeekde (=de dermatoloog had eelt op zijn hart)
  31. Lichtervelds: kgoa dre gièèn kwoa bloed in moakn (=ik zal me niet kwaad maken)
  32. Giethoorns: As mien bloed karemelk wordt dan... (=Pas op,wanneer ik kwaad wordt dan...)
  33. Giethoorns: Zi-j ef een kleur as 't bloed van een eerappel (=Zij heeft een bleek gezicht)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen