Spreekwoorden met `bez`

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bez`

  1. alle kusten bezoeken (=met allerlei slecht volk omgaan)
  2. bepakt en bezakt (=met (veel) bagage)
  3. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
  4. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  5. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  6. de bezem uitsteken (=doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  7. een eed met boter bezegeld. (=een belofte zonder echte intentie om de belofte na te komen)
  8. er is geen land met hem te bezeilen (=je kan met hem niets aanvangen, omdat hij niet wil meewerken)
  9. je ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
  10. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  11. nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
  12. onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
  13. tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (=praktische belemmeringen weerhouden ons van het realiseren van onze plannen.)
  14. vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn)
  15. zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)

61 betekenissen bevatten `bez`

  1. de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
  2. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen)
  3. aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  4. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  5. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  6. je hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  7. een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
  8. aan de draai houden (=bezig houden)
  9. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  10. aan de hand doen (=bezorgen)
  11. de broodkorf hoger hangen. (=bezuinigen)
  12. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  13. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  14. captie maken (=bezwaren/aanmerkingen maken)
  15. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  16. de harp aan de wilgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
  17. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  18. sanitaire stop (=een bezoek aan de W.C)
  19. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  20. een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
  21. aan de zwabber zijn (=een onbezorgd leventje leiden)
  22. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  23. elkaar de bal toespelen (=elkaar voordeeltjes bezorgen)
  24. de drempel is glad. (=er komt veel bezoek)
  25. zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)
  26. goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven))
  27. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  28. aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
  29. je kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
  30. er geen been in zien (=geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken)
  31. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  32. zo zat als een deur (=helemaal bezopen zijn)
  33. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  34. handen wassen (=het toilet bezoeken)
  35. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  36. veel koeien, veel moeien. (=hoe meer bezittingen hoe meer zorgen)
  37. schoenmaker blijf bij je leest (=hou je niet bezig met dingen waar je niets van weet)
  38. wie een kluitje heeft, heeft  er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  39. een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de zorgen van een ander)
  40. iemand een luis in de pels zetten (=iemand last bezorgen)
  41. aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt)
  42. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  43. aan een been knagen (=langdurig vergeefs bezig zijn)
  44. in touw zijn (=met iets druk bezig zijn)
  45. een wild haar in de neus hebben (=onbezonnen en wild zijn)
  46. bederf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  47. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  48. iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)
  49. er de mond vol van hebben (=praten over de zaken die iemand bezighouden)
  50. het pad warm houden. (=regelmatig op bezoek komen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen