176 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `als een`
- achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
- als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
- als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
- als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
- als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
- als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
- als een furie tekeergaan (=in razende woede tekeergaan)
- als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
- als een lam ter slachtbank geleid worden (=weerloos zijn)
- als een lier (=zeer goed)
- als een lopend vuurtje (=zich snel verspreidend (van een bericht of nieuwtje))
- als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
- als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
- als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
- als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
- als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
- als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
- als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
- als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
- als een pilaarheilige (=onbeweeglijk, stijf)
- als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
- als een snoek op zolder (=totaal uit zijn element)
- als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
- als een tang op een varken passen/sluiten (=niet bij elkaar passen)
- als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
- als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
- als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)
- als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
- als een zoutpilaar (=onbeweeglijk, stijf)
- arbeiden als een galeislaaf (=erg hard werken)
- balen als een stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
- branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
- branden als een fakkel (=zeer fel branden)
- dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
- dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
- dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
- dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
- dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
- dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
- dat slaat als een knots op een kangoeroe (=dat choqueert je)
- dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
- dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
- dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
- doorslaan als een blinde vink (=hoogst onlogisch redeneren)
- draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
- een bek als een hooischuur hebben (=een grote mond hebben)
- een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
- een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
- een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
- een hoofd als een ijzeren pot. (=een heel goed geheugen hebben)
18 betekenissen bevatten `als een`
- vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
- vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
- na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
- waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
- als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
- homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
- wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)
- het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
- er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
- grote pronker, kale jonker. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
- grote pracht, weinig macht. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
- als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
- als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
- onder valse vlag varen (=zich voordoen als een ander of zich anders voordoen)
50 dialectgezegden bevatten `als een`
- 'kzî zo stijf als een bard (=ik ben heel stijf) (Sint-Niklaas)
- 't laeve ès waaj ën naoës, de moes ter alles authaole wat trèn zit (=het leven is als een neus, je moet er alles uithalen wat er in zit) (Munsterbilzen - Minsters)
- 't leaven is as 'n keenderhèèmd, mest'ntieds te kort (=het leven is als een kinderhemdje, meestal te kort) (Twents)
- ‘je moeder et taartjes’ (=als een kind in de weg loopt, ‘ga eens hier vandaan’) (Volendams)
- ’t was presies ne geslegen ond (=hij zag er uit als een geslagen hond) (Meers)
- (dronken) als een Maleier zijn. (=Dronken zijn) (Utrechts)
- als een bok op de haoverkiste (=Ergens gretig op zijn) (Hoogeveens)
- als een dweil zijn/ hij is lazerus/als (=Dronken zijn) (Utrechts)
- aoën de pin lekkë (=afgaan als een gieter) (Munsterbilzen - Minsters)
- as 'n blinde 'n blinde leidt vaal'n ze beid'nt ien 'e sloot (=als een leek anderen uitleg moet geven) (Westerkwartiers)
- as 'n hóngd óp 'n zieke koo (=als een bok op een haverkist) (Huizers)
- As 'n wief op n orgel spoalt kump d`r gen geluid oet (=als een vrouw orgel speelt komt er geen muziek uit.) (Twents)
- As ' n kraai op ' n kreng (=als een bok op een haverkist) (Westfries)
- As ' n schoap owwer ' n dam is dan steet het hek los (=als een schaap over de dam is dan staat het hek los) (Twents)
- as den oeil stoet zakt 't verstand in de kluute (=als een man opgewonden is kan hij niet helder meer denken) (Brussels)
- as een aa sjieër èn brand sjit, ès zë nimei te blèsse (=als een oude vrouw verliefd geraakt, is ze niet in te tomen) (Munsterbilzen - Minsters)
- As een hond op een zieke koe (=Ergens tuk op zijn. als een bok op een haverkist) (Giethoorns)
- as een ou schuur ont brangen gerokt is er geen blussen oan (=als een ouder het in 't hoofd krijgt om te trouwen, is er geen tegenhouden aan) (Sint-Niklaas)
- as één schoap over de dam is, volg'n d'r meer (=als één begint volgen er spoedig velen) (Westerkwartiers)
- As nen boer nich klaagt is hee zeeke (=als een boer niet klaagt, is hij ziek) (Twents)
- as nen duvel in een weijwoatervat (=zich weren als een duivel in een wijwatervat) (Brechts)
- as plöddeke vööl de kaomer doe, dan stinke alle huukskes (=als een vuil, slordig iemand de kamer doet, stinkt het overal) (Tilburgs)
- as un kiep leej, stao-se (=als een kip (eieren) legt, staat ze) (Tilburgs)
- As ut hoi ut perd noalupt wil ut gevrète zien (=als een meisje een jongen naloopt in plaats van andersom) (Zurriks)
- asset hoj et piëd noëlöp, wiltet gefraete wiëne!!! (=als een meisje een jongen naloopt.....) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste liefde din wiëd, zieste alles dûr e vergrautglaos (=n let meer om mekaars foutjes als een haar in boter is) (Bilzers)
- aste stek stijf steet, ès ten aajl al vliege (=als een man een erectie krijgt verliest hij zeker zijn verstand) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ater 'ne ouwe sjtok is 't good sjoele. (WT) (=als een meisje een oudere man trouwt met veel geld) (Mechels (NL))
- bezopu es un Meleiur (=dronken als een Maleier) (Brakels (gld))
- Bleuëke waaj ë kaaf (=luid roepen als een kalf) (Munsterbilzen - Minsters)
- boëk: Zijnen (elen) boëk plekt tegen zijne (ele) rig (=Zo mager als een graat) (Lebbeeks)
- Broed liene, da's sjaoi och sjaan. (=Brood lenen, is schade als een groter werd weergegeven, schande als men een kleiner weergaf.) (Genker)
- da's gezwam ien 'e ruumte (=dat is praten als een kip zonder kop) (Westerkwartiers)
- daaj ès zoe sjérp as ën nël en ze terbij ook nog goed naeë (=ze is zo scherp als een naald en kan goed sexen) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hèt onder ën wals gelaege (=zij is zo plat als een vijg) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae hèt mekans geen broek miei aon zën kont (=die loopt erbij als een voddenman) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae piring konste doër ët sliëtëlkoet trèkke (=hij is zo mager als een pier, die kun je ook door het sleutelgat trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dae sjtiets is zo waers es 'ne aezel (=Die eigenwijze vent is zo koppig als een ezel) (Roermonds)
- dae zup waaj ne kaarhings (=hij zuipt als een paard) (Munsterbilzen - Minsters)
- Daír ôor ik je, zaa de dôove (=Dat is een waarheid als een koe) (Volendams)
- Dao kèns te op de blote vot mit nao Kölle rieje (=als een schaar erg bot is:) (Sittards)
- das ne goeie om in dun kerseboom thaange (=hij ziet er uit als een vogelverschrikker) (Oudenbosch)
- das zjus ën begaajn (=die doet zich voor als een heilige) (Munsterbilzen - Minsters)
- dassen maoger gürm (=zij is zo mager als een geit!) (Bilzers)
- dat gijt as 'n loop'nd vuurke (=dat gaat als een lopend vuurtje) (Westerkwartiers)
- dat is overduud'lek (=dat is zo klaar als een klontje) (Westerkwartiers)
- dat ken je op je vingers noatell'n (=dat is zo klaar als een klontje) (Westerkwartiers)
- dat leit veur de haand (=dat is zo klaar als een klontje) (Westerkwartiers)
- dat staot as 'n paole boôm d'Ao (=dat staat als een paal boven water) (Steenwijks)
- dat steet as ne poeël boëve watter (=dat is een waarheid als een koe) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen