Spreekwoorden met `als een`

Zoek


176 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `als een`

  1. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  2. als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
  3. als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  4. als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  5. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  6. als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  7. als een furie tekeergaan (=in razende woede tekeergaan)
  8. als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
  9. als een lam ter slachtbank geleid worden (=weerloos zijn)
  10. als een lier (=zeer goed)
  11. als een lopend vuurtje (=zich snel verspreidend (van een bericht of nieuwtje))
  12. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  13. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  14. als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
  15. als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
  16. als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  17. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  18. als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
  19. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
  20. als een pilaarheilige (=onbeweeglijk, stijf)
  21. als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
  22. als een snoek op zolder (=totaal uit zijn element)
  23. als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  24. als een tang op een varken passen/sluiten (=niet bij elkaar passen)
  25. als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
  26. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  27. als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)
  28. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  29. als een zoutpilaar (=onbeweeglijk, stijf)
  30. arbeiden als een galeislaaf (=erg hard werken)
  31. balen als een stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
  32. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
  33. branden als een fakkel (=zeer fel branden)
  34. dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
  35. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  36. dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  37. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  38. dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
  39. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  40. dat slaat als een knots op een kangoeroe (=dat choqueert je)
  41. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  42. dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  43. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  44. doorslaan als een blinde vink (=hoogst onlogisch redeneren)
  45. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  46. een bek als een hooischuur hebben (=een grote mond hebben)
  47. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  48. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  49. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  50. een hoofd als een ijzeren pot. (=een heel goed geheugen hebben)

18 betekenissen bevatten `als een`

  1. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  2. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  3. na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
  4. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  5. als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
  6. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  7. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
  8. homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
  9. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  10. zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
  11. wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)
  12. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  13. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  14. grote pronker, kale jonker. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
  15. grote pracht, weinig macht. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
  16. als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
  17. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  18. onder valse vlag varen (=zich voordoen als een ander of zich anders voordoen)

50 dialectgezegden bevatten `als een`

  1. 'kzî zo stijf als een bard (=ik ben heel stijf) (Sint-Niklaas)
  2. 't laeve ès waaj ën naoës, de moes ter alles authaole wat trèn zit (=het leven is als een neus, je moet er alles uithalen wat er in zit) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. 't leaven is as 'n keenderhèèmd, mest'ntieds te kort (=het leven is als een kinderhemdje, meestal te kort) (Twents)
  4. ‘je moeder et taartjes’ (=als een kind in de weg loopt, ‘ga eens hier vandaan’) (Volendams)
  5. ’t was presies ne geslegen ond (=hij zag er uit als een geslagen hond) (Meers)
  6. (dronken) als een Maleier zijn. (=Dronken zijn) (Utrechts)
  7. als een bok op de haoverkiste (=Ergens gretig op zijn) (Hoogeveens)
  8. als een dweil zijn/ hij is lazerus/als (=Dronken zijn) (Utrechts)
  9. aoën de pin lekkë (=afgaan als een gieter) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. as 'n blinde 'n blinde leidt vaal'n ze beid'nt ien 'e sloot (=als een leek anderen uitleg moet geven) (Westerkwartiers)
  11. as 'n hóngd óp 'n zieke koo (=als een bok op een haverkist) (Huizers)
  12. As 'n wief op n orgel spoalt kump d`r gen geluid oet (=als een vrouw orgel speelt komt er geen muziek uit.) (Twents)
  13. As ' n kraai op ' n kreng (=als een bok op een haverkist) (Westfries)
  14. As ' n schoap owwer ' n dam is dan steet het hek los (=als een schaap over de dam is dan staat het hek los) (Twents)
  15. as den oeil stoet zakt 't verstand in de kluute (=als een man opgewonden is kan hij niet helder meer denken) (Brussels)
  16. as een aa sjieër èn brand sjit, ès zë nimei te blèsse (=als een oude vrouw verliefd geraakt, is ze niet in te tomen) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. As een hond op een zieke koe (=Ergens tuk op zijn. als een bok op een haverkist) (Giethoorns)
  18. as een ou schuur ont brangen gerokt is er geen blussen oan (=als een ouder het in 't hoofd krijgt om te trouwen, is er geen tegenhouden aan) (Sint-Niklaas)
  19. as één schoap over de dam is, volg'n d'r meer (=als één begint volgen er spoedig velen) (Westerkwartiers)
  20. As nen boer nich klaagt is hee zeeke (=als een boer niet klaagt, is hij ziek) (Twents)
  21. as nen duvel in een weijwoatervat (=zich weren als een duivel in een wijwatervat) (Brechts)
  22. as plöddeke vööl de kaomer doe, dan stinke alle huukskes (=als een vuil, slordig iemand de kamer doet, stinkt het overal) (Tilburgs)
  23. as un kiep leej, stao-se (=als een kip (eieren) legt, staat ze) (Tilburgs)
  24. As ut hoi ut perd noalupt wil ut gevrète zien (=als een meisje een jongen naloopt in plaats van andersom) (Zurriks)
  25. asset hoj et piëd noëlöp, wiltet gefraete wiëne!!! (=als een meisje een jongen naloopt.....) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. aste liefde din wiëd, zieste alles dûr e vergrautglaos (=n let meer om mekaars foutjes als een haar in boter is) (Bilzers)
  27. aste stek stijf steet, ès ten aajl al vliege (=als een man een erectie krijgt verliest hij zeker zijn verstand) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. Ater 'ne ouwe sjtok is 't good sjoele. (WT) (=als een meisje een oudere man trouwt met veel geld) (Mechels (NL))
  29. bezopu es un Meleiur (=dronken als een Maleier) (Brakels (gld))
  30. Bleuëke waaj ë kaaf (=luid roepen als een kalf) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. boëk: Zijnen (elen) boëk plekt tegen zijne (ele) rig (=Zo mager als een graat) (Lebbeeks)
  32. Broed liene, da's sjaoi och sjaan. (=Brood lenen, is schade als een groter werd weergegeven, schande als men een kleiner weergaf.) (Genker)
  33. da's gezwam ien 'e ruumte (=dat is praten als een kip zonder kop) (Westerkwartiers)
  34. daaj ès zoe sjérp as ën nël en ze terbij ook nog goed naeë (=ze is zo scherp als een naald en kan goed sexen) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. daaj hèt onder ën wals gelaege (=zij is zo plat als een vijg) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. dae hèt mekans geen broek miei aon zën kont (=die loopt erbij als een voddenman) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. dae piring konste doër ët sliëtëlkoet trèkke (=hij is zo mager als een pier, die kun je ook door het sleutelgat trekken) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. Dae sjtiets is zo waers es 'ne aezel (=Die eigenwijze vent is zo koppig als een ezel) (Roermonds)
  39. dae zup waaj ne kaarhings (=hij zuipt als een paard) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. Daír ôor ik je, zaa de dôove (=Dat is een waarheid als een koe) (Volendams)
  41. Dao kèns te op de blote vot mit nao Kölle rieje (=als een schaar erg bot is:) (Sittards)
  42. das ne goeie om in dun kerseboom thaange (=hij ziet er uit als een vogelverschrikker) (Oudenbosch)
  43. das zjus ën begaajn (=die doet zich voor als een heilige) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. dassen maoger gürm (=zij is zo mager als een geit!) (Bilzers)
  45. dat gijt as 'n loop'nd vuurke (=dat gaat als een lopend vuurtje) (Westerkwartiers)
  46. dat is overduud'lek (=dat is zo klaar als een klontje) (Westerkwartiers)
  47. dat ken je op je vingers noatell'n (=dat is zo klaar als een klontje) (Westerkwartiers)
  48. dat leit veur de haand (=dat is zo klaar als een klontje) (Westerkwartiers)
  49. dat staot as 'n paole boôm d'Ao (=dat staat als een paal boven water) (Steenwijks)
  50. dat steet as ne poeël boëve watter (=dat is een waarheid als een koe) (Munsterbilzen - Minsters)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen