Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kool`

  1. de kool en de geit sparen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
  2. een kool stoven (=een poets bakken)
  3. er gezien zijn als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  4. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  5. groeien als kool (=snel opgroeien)
  6. het sop is de kool niet waard. (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  7. iemand een kool stoven (=iemand op een onprettige manier ertussen nemen)
  8. iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
  9. iets zeggen om de kool (=iets zeggen voor de grap)
  10. je kan niet de kool en de geit sparen. (=je moet keuzes maken)
  11. larie en apekool (=totale onzin)
  12. met een zwarte kool aangetekend staan (=ongunstig bekend staan)
  13. vurige kool op iemands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)

Eén betekenis bevat `kool`

  1. de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)

Het dialectenwoordenboek kent 14 spreekwoorden met `kool`

  1. Sint-Niklaas: anden ein gelèk koolschuppen (=grote handen hebben)
  2. Lichtervelds: jeet andn lik koolschippn (=hij heeft grote handen)
  3. Zuid-west-vlaams: gloei'n link een koole vier (=koortsig warm hebben)
  4. Antwerps: aende gelak as koolschuppe emme (=grote handen hebben)
  5. West-vlaams: 'T sop es de koole nie weird (=Het is de moeite niet waard. (Het kookvocht is de kool niet waard))
  6. Westfries: langedoiker poepe witte (=witte kool uit de langedijk)
  7. Tilburgs: unne rèèke Jan koole (=iemand die er financieel goed bij zit)
  8. Waregems: ie doe één 't vlas// één de kooln// één d'eiers (in 3 x uitgespr. als één) (=hij is handelaar in vlas// in kolen// in eieren)
  9. Zottegems: Go nor uis, manneken, ou moedre ee siepers gebakken op de koolschuppe (=Ga naar huis jongen uw moeder heeft pannekoeken gebakken op de kolenschop)
  10. Oudenbosch: da stienkt asun bussum (=rotte kool stinkt)
  11. Gronings: Poesten en meel ien mond holden (=De kool en de geit sparen)
  12. Luyksgestels: hoiet nie dan kolle't (=Groeit het hooi niet dan groeit de kool)
  13. Westerkwartiers: de kool is 't sop niet weerd (=de opbrengst is niet de moeite waard)
  14. Heusdens: gudder ne de mert,chmoet nog grune koel en e bitske poor hemme veur men sop (=ga je naar de markt,ik moet nog groene kool hebben en een beetje prei voor mijn soep)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen