Spreekwoorden met `ad`

Zoek


220 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ad`

  1. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  2. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  3. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen) (Latijn)
  4. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) (Latijn)
  5. ad fundum (=tot op de bodem) (Latijn)
  6. ad hoc negotium (=tot deze zaak behorend) (Latijn)
  7. ad hominem (=zonder omwegen) (Latijn)
  8. ad infinitum (=tot in het oneindige) (Latijn)
  9. ad interim (=tijdelijk - tussentijds) (Latijn)
  10. ad majorem dei gloriam (=tot meerdere eer van God) (Latijn)
  11. adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
  12. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  13. advocaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
  14. allemans raad is allemans zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
  15. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
  16. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  17. als de rechte adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
  18. als door een adder gebeten zijn (=opeens fel reageren)
  19. als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
  20. als hadden geweest is, is hebben te laat. (=niet zeuren over gedane zaken)
  21. als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
  22. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  23. angst is een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
  24. arbeid adelt (=van hard te werken word je een nobeler/beter mens)
  25. baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
  26. bang zijn voor zijn eigen schaduw (=overdreven bang zijn)
  27. beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
  28. beter van een stad dan van een dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
  29. bij de kladden krijgen (=te pakken krijgen)
  30. bouw geen molen om een bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
  31. dat zal hem niet glad zitten (=iets zal niet meevallen en moeilijk zijn)
  32. de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
  33. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  34. de boter eruit braden (=het ervan nemen)
  35. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  36. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  37. de dood of de gladiolen (=er vol voor gaan, zonder compromissen.)
  38. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  39. de draad oppakken (=doorgaan van de plaats waar je was gestopt)
  40. de draad van Ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
  41. de drempel is glad. (=er komt veel bezoek)
  42. de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  43. de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
  44. de haring braadt hier niet (=het gaat niet zoals het zou moeten)
  45. de haring braden om de hom of kuit (=iets opofferen om een kleinigheid)
  46. de klad zit er in (=het gaat niet goed)
  47. de lade lichten (=geld uit de lade halen)
  48. de lading binnen hebben (=dronken)
  49. de langste adem hebben (=iets het langst volhouden)
  50. de nacht brengt raad. (=ergens een nachtje over slapen leidt tot betere beslissingen of oplossingen)

181 betekenissen bevatten `ad`

  1. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  2. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  3. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  4. allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
  5. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  6. op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de misdaad)
  7. bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
  8. goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven)
  9. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  10. zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
  11. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  12. dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  13. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  14. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
  15. de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevlucht))
  16. de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
  17. het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
  18. homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
  19. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
  20. wie de pot breekt betaalt de scherven (=de veroorzaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
  21. het kind van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
  22. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  23. voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  24. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  25. je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  26. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  27. zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
  28. in het zakje blazen (=een ademtest ondergaan)
  29. de ene pijl de andere nazenden (=een dwaze of nutteloze daad herhalen)
  30. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
  31. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  32. je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  33. er een gooi naar doen (=een kans wagen of iets proberen te raden)
  34. een oorblazer (=een kwaadspreker)
  35. de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
  36. een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
  37. wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
  38. uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
  39. je woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
  40. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico`s nemen)
  41. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  42. geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
  43. er een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
  44. er een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
  45. er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
  46. zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)
  47. zo kwaad als een spin zijn (=erg kwaad zijn)
  48. iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
  49. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  50. met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)

7 dialectgezegden bevatten `ad`

  1. ad ye, aye - ew ye, eye (aye is dus vt van eye), wat adje dan nog? ew je ok nog? wat aye? wat eye nau wir edoon! (=had jij, had je - heb jij, heb je) (Urkers)
  2. As, as. As mijn tante klueten g'ad ad tèn waust mijne nonkel (=Als, als. Als mijn tante kloten had gehad dan was zij mijn oom) (Lokers)
  3. I'j ef er zeggen van ad (=Ze hebben een onderhoud met hem gehad) (Giethoorns)
  4. Iemand over de neuze spi'jen (=Iemand ad rem van repliek dienen) (Kampers)
  5. ij ad beter in zijn broek kunnen schijten (=hij had beter niet kunnen trouwen) (Graauws)
  6. maolen, et mullumt in m'n ooft, mit molentjes lopen, een slag van de mullum ad eawen (=malende zijn) (Urkers)
  7. tis stille dr ad noe-ait waait (=onmin) (Zeeuws)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen