Spreekwoorden met `Dat de`

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Dat de`

  1. de ganzen geloven niet Dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  2. het paard Dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  3. vechten Dat de kraaien om de brokken komen (=hevig vechten)
  4. verkoop de huid niet voorDat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  5. wie honing wil eten moet lijden Dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor over hebben)

9 betekenissen bevatten `Dat de`

  1. de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voorDat deze zich daadwerkelijk voordoet)
  2. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien Dat de afzender iemand van belang is)
  3. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt Dat de eigen mening bewezen kan worden)
  4. als bliksemafleider fungeren (=iemand die of iets Dat de boze bui van iemand kan afleiden)
  5. in gebreke stellen (=officieel stellen Dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
  6. als het regent in mei, is april voorbij (=spreekwoord Dat de spot drijft met spreekwoorden die open deuren intrappen)
  7. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voorDat de beer geschoten is)
  8. niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet Dat deze toch niet bekeken worden)
  9. het in tienen geven (=wedden Dat de aangesprokene het niet kan)

49 dialectgezegden bevatten `Dat de`

  1. Laotj eug linkse handj neet wete det de rechse aan 't wek is! (=Laat uw linker hand niet weten Dat de rechter aan het werken is.) (Kinroois)
  2. 'k Ho no wo Dat de keunink te voete goat. (=Ik ga naar het toilet.) (Koekelaars (Koukeloars))
  3. 't es beter van de keirk as van de kapelle (=het is beter Dat de rijke de rekening betaalt) (Meers)
  4. 't is nie ol evangelie Dat de paster prikt (=je moet niet alles geloven dat ze zeggen) (Veurns)
  5. 't lijt niet aan heur Dat de oorlog nog niet aofloop'm is (=het is een wel heel simpel iemand) (Westerkwartiers)
  6. 't regent dat 't zikt, Dat de kaffiekanne likt (='t Regent flink) (Veurns)
  7. 't rint dat 't zikt, Dat de kaffiekanne likt! (=Het regent dat het giet) (Veurns)
  8. al ist Dat de krô et ôtbrenge, de waarhoad komt ôt (=al is het Dat de kraaien het uitbrengen, de waarheid komt uit !) (Booms)
  9. baeter Dat de viëgël den heile daog fleete, dan dat mën fleet den heilen daog voëgëlt (=liever Dat de vogels de ganse dag fluiten dan dat mijn madam (fluit) de ganse dag vogelt) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. beter van 'n keirk as van 'n kapelle (=beter Dat de rijke betaalt i.p.v.de arme) (Meers)
  11. da kind eeft den mol (=kind Dat de bof heeft) (Waarschoots)
  12. dae kan wërke waaj ë miëlepiëd (=die kan hard werken (zoals een paard Dat de molen aandrijft)) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. Dae konste wijsmaoke Dat de piepele hoj aete (=Die kan je alles wijsmaken) (Bilzers)
  14. Dat de plissë mér goed waer hëbbe (=als de poltie goed weer heeft, dan hebben wij het ook) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. de dag niet priez'n veurdat 't oav'md is (=niet eerder blij zijn dan Dat de buit binnen is) (Westerkwartiers)
  16. de daiven raiven Dat de plaaimen in de geburen staiven (=de duiven ruiven Dat de pluimen in de geburen stuiven) (Asses)
  17. de kerk ooëtj veer Dat de klokke loeën (=coïtus interruptus) (Ninoofs)
  18. de mot zitter goed èn! (='t wordt hoogtijd Dat de confectie-industrie er een mauw aan past) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. dich geleifs Dat de piepele hooi aîte (=wat ben je naief) (Zichers)
  20. dinkstë nau éch Dat de gebroje hinnen autte loch valle (=denk je nu echt dat je niet moet werken) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. dr zit wat in Dat de kat nie lust (=heet) (Klazienaveens)
  22. ee ta golpe (=was Dat de oplossing) (Oudenbosch)
  23. èt trumptj (=kleine klok wordt geluid om aan te geven Dat de mis over .... minuten gaat beginnen.) (Heels)
  24. frans goehn: paard, Dat de voorste hoeven naar buiten werpt. (=Frans lopend paard (Franse stand)) (Genker)
  25. hang de zon mér rap aut (=het wordt tijd Dat de zon gaat schijnen) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. Hèè geleeft nog Dat de piepele hoei èète. (=alles geloven wat men zegt) (Genker)
  27. In Wauver slauge z'oep taufel Dat de glauze dervan dauvere (en asse dan nau't tribenaul mutte gaun hemme ze niks gedaun) (=In Onze Lieve Vrouw Waver slaan ze op de tafel zoDat de glazen ervan daveren (en als ze dan naar de rechtbank moeten gaan hebben ze niets gedaan) ) (Sint-Katelijne-Waver)
  28. je kenne 't mooi vertelle (=maak dát de kat wijs!) (Westfries)
  29. je peist Dat de gebradde kiekens in ziene mond goan vliegen (=hij denkt dat alles vanzelf gaat) (Roeselaars)
  30. kust mè gat (=loop naar de maan, ietwat lompe formulering om te zeggen Dat de andere kan vertrekken, zijn plan kan trekken) (Meers)
  31. laik me sterrek.. (=denk Dat de kans klein is) (Westlands)
  32. Liën Dat de lucht uitgaat. (=Duchtig staan liegen) (Evergems)
  33. Mè mieter ei geziet Dat den iete liepel in de kietel liet. (=Mijn meter heeft gezegd Dat de hete lepel in de ketel ligt.) (Lembeeks)
  34. Met drouge biene op de kant loupe. (=een boterham zo zuinig smeren Dat de kanten niet bedekt zijn.) (Westfries)
  35. Mieter iet geziet da de liepel in de kietel liet (=Meter / grootmoeder heeft gezegd Dat de lepel in de ketel ligt) (Hals)
  36. op den hèngel staute Dat de kèttel daovert (=insinueren) (Bilzers)
  37. slaoget tòch goed gaoj, dè de draojer nie in de frut lôope (=blijf toch goed opletten, Dat de draden niet in de war raken) (Tilburgs)
  38. Steek et Woar Dat de Zunne Nie Een Skinkt (=doe ermee wat le wilt) (Kortrijks)
  39. stookn Dat de duuvels in en uut kruupn (=het goed warm maken) (Lichtervelds)
  40. stookn Dat de duuvels in en uut kruupn (=het heel warm maken) (kortemarks)
  41. stookn Dat de duuvels uut en in kruupn (=maken dat het lekker warm is) (Kortemarks)
  42. tès zoe heet dat te taar op stroët smëlt (=het is zo heet Dat de tarmac smelt) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. tès zoe heet dattë kraeë gaopën èn de beem (=het is zo warm Dat de kraaien gaan gapen) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. tis dao Dat de koe geboendn ligt (=dat is de oplossing van het probleem) (kortemarks)
  45. waait de wiend uut die hoek? (=is Dat de bedoeling?) (Westerkwartiers)
  46. witte wa da doa van oan es (weet ge wat daar van aan is) (=om zijn verontwaardiging te uiten bij een gerucht Dat de ronde doet en wanneer men de waarheid kent) (Leefdaals)
  47. ze peist da de gebreje kiekes vantzelfs op t aufel stonj (=Ze denkt Dat de wereld om haar draait) (Ninoofs)
  48. ze zeggen vele Dat de paster nie e prikt (=er wordt veel gezegd) (Veurns)
  49. ziet mèr nie bang Dat de kërk op tich èn vilt (=je gaat ook niet dikwijls naar de kerk) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen