Spreekwoorden met `wet`

Zoek

43 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` wet`

  1. aan alles een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten)
  2. andere heren andere wetten (=nieuwe bazen willen nieuwe regels)
  3. boven de wet staan (=niet gebonden zijn aan de wet)
  4. dat mag de duivel weten (=dat weet ik niet)
  5. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  6. de sterke arm der wet (=met gepast geweld optredende overheidsorganisatie, bijvoorbeeld politie of justitie)
  7. de wet stellen (=zijn wil opleggen)
  8. een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag worden afgeweken)
  9. er geen bal van weten (=niets ervan weten)
  10. er geen laars van weten (=er niets van afweten)
  11. er heg noch steg weten (=ergens de weg niet kennen)
  12. geen maat weten te houden (=onbeheerst doorgaan waarmee men begonnen is)
  13. haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
  14. heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
  15. het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)
  16. het naadje van de kous willen weten (=alle details willen weten)
  17. iemand de wet stellen (=iemand iets opdragen te doen)
  18. je de wet niet voor laten schrijven (=geen bevelen accepteren van een ander)
  19. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)
  20. je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=ik hoef je niet alles te vertellen.)
  21. Joost mag het weten (=geen idee hebben (Joost = de duivel))
  22. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  23. meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten)
  24. niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (=niet rond kunnen komen)
  25. nieuwe heren nieuwe wetten (=nieuwe bazen vaardigen ook nieuwe regels uit)
  26. nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
  27. onder en boven de wet zijn (=zich niet aan de regels hoeven te houden)
  28. tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (=praktische belemmeringen weerhouden ons van het realiseren van onze plannen.)
  29. twee joden weten wat een bril kost (=we hoeven elkaar niets wijs te maken)
  30. van de hoed en de rand weten (=volledig geïnformeerd zijn)
  31. van de prins geen kwaad weten (=uiterst argeloos zijn)
  32. van god noch zijn gebod weten (=slechte dingen durven doen)
  33. van pomp noch pompstang weten (=erg dom zijn, weinig weten)
  34. van Teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helemaal geen verstand hebben)
  35. van tijd noch uur weten (=hoegenaamd niet weten hoe laat het is - altijd te laat komen)
  36. van toeten noch blazen weten (=van iets geen verstand hebben)
  37. van voren niet weten dat je van achteren leeft (=erg dom zijn)
  38. van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
  39. van wanten weten (=goed weten hoe men iets moet aanpakken)
  40. voor elke spijker een gat weten (=voor elk probleem een oplossing weten)
  41. wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
  42. willen weten welk vlees men in de kuip heeft (=eerst willen weten hoe iemand is)
  43. willens en wetens iets doen (=met opzet)

84 betekenissen bevatten ` wet`

  1. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  2. de toets  kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  3. het naadje van de kous willen weten (=alle details willen weten)
  4. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  5. er ei of kuiken van willen hebben. (=alles willen weten)
  6. als de herder dwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  7. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  8. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  9. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  10. de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen willen het het best weten)
  11. weten hoe men dat in het vat zal gieten (=de oplossing weten)
  12. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  13. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  14. ambt geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
  15. willen weten welk vlees men in de kuip heeft (=eerst willen weten hoe iemand is)
  16. er niet van terug hebben (=er geen antwoord op weten)
  17. er niet van kunnen meespreken (=er niets over weten)
  18. in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
  19. er part noch deel aan hebben (=er niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
  20. er geen pap van gegeten hebben (=er weinig over weten)
  21. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  22. van pomp noch pompstang weten (=erg dom zijn, weinig weten)
  23. van zessen klaar (=erg handig zijn en van aanpakken weten)
  24. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  25. een oude rat vindt licht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oplossing te vinden)
  26. getelde schapen lopen het hok uit. (=exact alles van tevoren weten)
  27. iets aan je laars lappen (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften)
  28. schaakmat zijn (=geen oplossing meer weten)
  29. met de handen in het haar zitten (=geen oplossing meer weten)
  30. in de piepzak zitten (=geen oplossing weten, Bang zijn voor de gevolgen)
  31. al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
  32. niet thuis zijn van (=geen verstand hebben van - niet willen weten van)
  33. van God los zijn (=gek zijn, boven de wet staan)
  34. van wanten weten (=goed weten hoe men iets moet aanpakken)
  35. op je duimpje kennen (=heel goed kennen, van buiten weten)
  36. er de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
  37. de dood wil een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
  38. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit verteld is)
  39. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  40. op de hoogte zijn (=het weten)
  41. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  42. van tijd noch uur weten (=hoegenaamd niet weten hoe laat het is - altijd te laat komen)
  43. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  44. iemand iets in het oor fluisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
  45. ken straten voor stegen (=je moet weten tot wie men zich wendt)
  46. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
  47. meer dan een pijl op zijn boog hebben (=meerdere oplossingen weten)
  48. wie staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
  49. de duivel op het kussen binden (=met iedereen raad weten)
  50. te goeder trouw (=naar beste weten en eerlijk handelend)

Eén dialectgezegde bevat ` wet`

  1. gegouve es gegouve, terrig gevroogd wet no dhel gejoogd (=eens gegeven, blijft gegeven) (Rotselaars)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen