Spreekwoorden met `Ema`

Zoek


413 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ema`

  1. voor iEmand kruipen (=van iemand schrik hebben , slaafs alles doen wat hij vraagt)
  2. voor iEmand of iets zijn petje afnemen (=ergens respect voor hebben)
  3. vurige kolen op iEmands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
  4. vurige kool op iEmands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)
  5. werk van iEmand maken (=veel zorg aan iemand besteden)
  6. wie zijn klomp breekt, schiet gEmakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  7. ze niet allEmaal (alle vijf) op een rijtje hebben (=niet bij zijn volle verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))
  8. zeEman geen man (=zeemannen zijn heel vaak van huis en daarom minder als echtgenoot geschikt)
  9. zo fijn als gEmalen poppenstront (=zeer streng rechtzinnig)
  10. zo klaar als een klontje voor iEmand zijn (=het helemaal begrijpen)
  11. zo zeker als tweEmaal twee vier is (=absoluut zeker)
  12. zonder geluk vaart niEmand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  13. zwijgen en denken zal niEmand krenken. (=denk na voor je iets zegt wat pijn kan doen)

688 betekenissen bevatten `Ema`

  1. het op iemand niet begrepen hebben (=iEmand niet vertrouwen)
  2. iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iEmand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
  3. aan de schors blijven hangen (=iEmand of iets alleen op het uiterlijk beoordelen)
  4. iemand of iets de baas zijn (=iEmand of iets kunnen overmeesteren)
  5. leven en laten leven (=iEmand of iets z`n gang laten gaan en niet mee bemoeien)
  6. iemand in de kaart spelen (=iEmand onbewust helpen)
  7. iemand het vuur na aan de schenen leggen (=iEmand onder druk zetten)
  8. iemand het mes op de keel zetten (=iEmand onder zware druk zetten)
  9. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iEmand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  10. iemand aan de dijk zetten (=iEmand ontslaan)
  11. iemand de laan uitsturen (=iEmand ontslaan)
  12. iemand de schop geven (=iEmand ontslaan)
  13. iemand de zak geven (=iEmand ontslaan)
  14. iemand op straat zetten (=iEmand ontslaan)
  15. voor het blok zetten (=iEmand onverwacht in een lastige positie brengen; bijvoorbeeld iEmand dwingen te reageren die dat eigenlijk niet wil, of iEmand dwingen een keuze te maken.<>)
  16. iemand iets op zijn brood geven (=iEmand onvriendelijk iets verwijten)
  17. iemand verlakken (=iEmand onwaarheden wijs maken of bedriegen)
  18. iemand van zijn stuk brengen (=iEmand onzeker maken)
  19. iemand in zijn kielwater zeilen (=iEmand op de hielen volgen)
  20. iemands geduld uitputten (=iEmand op de zenuwen werken)
  21. in iemands zwak tasten (=iEmand op een gevoelige plek raken)
  22. iemand een kool stoven (=iEmand op een onprettige manier ertussen nemen)
  23. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iEmand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
  24. iemand de voet lichten (=iEmand op gemene manier de baan afnemen)
  25. iemand in het zonnetje zetten (=iEmand op positieve wijze aandacht geven, iEmand eer bewijzen)
  26. iemand geloven bij ja en neen (=iEmand op zijn woord geloven)
  27. iemand een oor aannaaien (=iEmand oplichten)
  28. appels voor citroenen verkopen (=iEmand oplichten.)
  29. je hart luchten (=iEmand over je problemen vertellen)
  30. in iemands zakken zitten (=iEmand plagen)
  31. iemand de tekst/les lezen (=iEmand scherp berispen)
  32. iemand de duimschroeven aanzetten (=iEmand scherp ondervragen, onder grote druk zetten)
  33. iemand voor vol aanzien (=iEmand serieus nemen en respecteren.)
  34. iemand een warm hart toedragen (=iEmand steunen)
  35. op de proppen helpen (=iEmand steunen en verder helpen)
  36. iemand bij de lurven pakken (=iEmand stevig vastpakken)
  37. iemand de kroon van het hoofd nemen (=iEmand te schande maken)
  38. iemand een poot uitdraaien (=iEmand te veel laten betalen)
  39. iemand het vel over de oren halen (=iEmand te veel laten betalen)
  40. iemand villen (=iEmand te veel laten betalen / IEmand afpersen)
  41. over het paard tillen. (=iEmand te veel prijzen, zodat hij verwaand wordt)
  42. iemand een vlieg afvangen (=iEmand te vlug af zijn)
  43. iemand tekort doen (=iEmand te weinig geven of begrijpen)
  44. iemand het net over het hoofd halen (=iEmand tegen wil en dank tot iets doen besluiten)
  45. iemand in de wielen rijden (=iEmand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  46. iemand een bril op de neus zetten (=iEmand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  47. iemand op de proef stellen (=iEmand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  48. tegen iemand aanlopen (=iEmand toevallig tegenkomen)
  49. iemand uit de brand helpen (=iEmand uit de nood helpen)
  50. iemand het land opjagen (=iEmand uit zijn humeur brengen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen