Spreekwoorden met `he`

Zoek


1672 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `he`

  1. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  2. een glaasje op hebben (=alcohol te hebben genuttigd)
  3. een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
  4. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  5. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  6. een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
  7. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  8. een goede gevel versiert het huis. (=gezegd over mensen met een grote neus)
  9. een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  10. een gouden hart hebben (=heel aardig/lief zijn)
  11. een grote mond hebben/opzetten (=brutaal zijn)
  12. een haaienmaag hebben (=alles kunnen verorberen)
  13. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  14. een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
  15. een harde huid hebben (=veel kunnen verdragen)
  16. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  17. een harde nek hebben (=erg onbuigzaam zijn)
  18. een hart van goud hebben (=zeer vriendelijk en behulpzaam zijn.)
  19. een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
  20. een heel alfabet (=een heleboel)
  21. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  22. een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
  23. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  24. een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  25. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  26. een hele jan zijn (=een grote vent zijn)
  27. een hele Piet (=iemand die meetelt)
  28. een hen met sporen. (=een bazige vrouw.)
  29. een hennentaster (=iemand die zich druk maakt om ongelegde eieren)
  30. een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
  31. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
  32. een kater hebben (=zich beroerd en vervelend voelen (meestal na te veel alcohol))
  33. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  34. een klap van de molen (beet) hebben (=niet goed bij het verstand zijn)
  35. een klap van de molen gekregen hebben (=niet goed meer bij verstand zijn)
  36. een klein hartje hebben (=weinig durven/gauw bang zijn)
  37. een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
  38. een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  39. een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
  40. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  41. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  42. een kruiwagen hebben (=geholpen worden)
  43. een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
  44. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
  45. een kwade dronk hebben (=dronken zijn en slecht geluimd)
  46. een laars aanhebben (=dronken zijn)
  47. een lange arm hebben (=iemand zelfs vanaf een grote afstand nog dwars kunnen zitten)
  48. een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  49. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  50. een loodje in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)

1930 betekenissen bevatten `he`

  1. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  2. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  3. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  4. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  5. goed te boek staan (=een goede reputatie hebben)
  6. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  7. een bek als een hooischuur hebben (=een grote mond hebben)
  8. een uil vangen (=een grote strop hebben)
  9. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  10. het land hebben aan iets/iemand (=een hartgrondige afkeer hebben)
  11. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
  12. een hoofd als een ijzeren pot. (=een heel goed geheugen hebben)
  13. een verschil van dag en nacht. (=een heel groot verschil.)
  14. een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
  15. iemand niet kunnen luchten of zien (=een hekel aan iemand hebben)
  16. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  17. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  18. een heel alfabet (=een heleboel)
  19. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  20. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  21. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  22. peper in je achterwerk hebben (=een hoog tempo hebben)
  23. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  24. een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
  25. een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
  26. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  27. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  28. niet het zout op zijn patatten verdienen (=een klein inkomen hebben)
  29. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  30. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  31. een visje verschalken (=een kleinigheid meepikken)
  32. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  33. een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
  34. eerlijk duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)
  35. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  36. de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  37. door schade en schande wordt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
  38. een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
  39. één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  40. de nacht is een goede raadsman. (=een nachtje slapen is goed bij het nemen van beslissingen)
  41. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  42. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  43. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  44. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  45. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  46. het hart op de goede plaats hebben (=een oprecht en menslievend karakter hebben)
  47. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  48. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
  49. een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
  50. een onbekookt plan (hebben) (=een plan hebben waar niet goed over is nagedacht)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen