Spreekwoorden met `ed`

Zoek


372 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ed`

  1. voor iets moeten bloeden (=de gevolgen moeten dragen)
  2. voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  3. voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
  4. waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke familie kunnen makkelijker een partner krijgen)
  5. wat goed eet, schijt goed. (=gezond eten laat het lichaam goed functioneren.)
  6. werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)
  7. wie eten wil moet de kok niet beledigen. (=hou je meerdere te vriend.)
  8. wie goed doet, goed ontmoet (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
  9. wie het breed heeft laat het breed hangen (=iemand die veel geld heeft kan veel geld uitgeven)
  10. wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  11. wie liegt bedriegt. (=wie een leugen vertelt doet ook andere dingen die niet mogen)
  12. wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
  13. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  14. zich gedragen als een baars (=zeer onhandig zijn)
  15. zijn hoed staat op halfzeven (=hij is dronken)
  16. zijn hoed zit altijd op zijn hoofd (=hij groet nooit iemand)
  17. zijn hoogste lied zingen (=zeer vrolijk zijn)
  18. zo helder als koffiedik (=niet helder, niet duidelijk)
  19. zo stoned zijn als een garnaal (ook makreel) (=onder invloed zijn van hasj)
  20. zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
  21. zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
  22. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)

898 betekenissen bevatten `ed`

  1. wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
  2. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
  3. je eigen graf graven/delven (=het voor zichzelf bederven)
  4. je eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bederven)
  5. het hooi op de gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  6. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  7. het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
  8. buiten zijn hoefslag gaan (=hij heeft er geen invloed over)
  9. buiten hem om lopen (=hij heeft er geen invloed over)
  10. het komt uit zijn koker (=hij is degene die het heeft bedacht)
  11. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)
  12. een van de vijf is uit kuieren (=hij is niet goed wijs)
  13. het scheelt hem in zijn bovenverdieping (=hij is niet goed wijs)
  14. er zit een schroefje bij hem los (=hij is niet helemaal goed wijs)
  15. het scheelt hem onder de muts. (=hij is niet helemaal goed wijs)
  16. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  17. het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij zal er op de goede manier mee omgaan)
  18. het hart zinkt hem in de schoenen (=hij verliest alle moed)
  19. wat de boer niet kent, dat vreet hij niet (=hij wenst uitsluitend gerechten te nuttigen die hij reeds kent)
  20. men zou hem een aalmoes geven (=hij ziet er armoedig uit)
  21. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  22. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  23. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  24. hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
  25. doorslaan als een blinde vink (=hoogst onlogisch redeneren)
  26. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  27. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  28. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  29. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  30. hutje bij mutje leggen (=ieder draagt bij voor het deel dat die kan)
  31. elk huisje heeft z`n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  32. iedereen moet zijn last dragen (=ieder heeft zijn problemen)
  33. een goed zeeman wordt ook wel eens nat (=ieder kent zijn tegenslagen)
  34. ieder trekt aan zijn streng (=ieder kiest voor zichzelf)
  35. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  36. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  37. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  38. de dood kent geen lieve kinderen (=ieder moet sterven)
  39. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  40. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  41. voor de deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
  42. wie een kluitje heeft, heeft  er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  43. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter)
  44. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  45. een haas is graag waar hij geworpen is. (=ieder wil graag zijn waar hij geboren is)
  46. elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
  47. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  48. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  49. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  50. Jan en heel de wereld (=iedereen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen