890 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op`
- het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
- het glaasje op zijn kant zetten (=het glas uitdrinken)
- het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
- het hart ergens aan ophalen (=ergens van genieten)
- het hart op de goede plaats hebben (=een oprecht en menslievend karakter hebben)
- het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
- het hart op de rechte plaats hebben (=eerlijk zijn)
- het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
- het hart op de tong hebben. (=zeggen wat je er van vindt)
- het hoofd loopt me om (=niet meer weten wat te doen (bv bij drukte))
- het hoofd opsteken (=zich weer doen opmerken)
- het hooi is op en de koe is dood. (=het is een hopeloze zaak)
- het hooi op de gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
- het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
- het is een dubbeltje op zijn kant (=het is nipt, erg onzeker)
- het is een hopje in een brouwketel (=het is zo goed als niets)
- het is een pleister op een zere wonde (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten)
- het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
- het is krabben op de naad (=het eten is op)
- het is licht dansen op andermans vloer. (=geld van anderen uitgeven is makkelijk.)
- het is op een oor na gevild (=het is bijna klaar. Het is bijna achter de rug)
- het is sop en gekookt eten. (=het is hetzelfde.)
- het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
- het ligt er duimdik bovenop (=het is overduidelijk)
- het loopt de spuigaten uit. (=het is te veel geworden)
- het loopt in`t honderd (=het gaat helemaal mis)
- het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)
- het loopt storm. (=het is heel druk)
- het lot valt altijd op Jonas. (=het zijn altijd dezelfde personen die onheil meemaken.)
- het mes op de keel zetten (=onder sterke druk zetten)
- het niet begrepen hebben op (=er geen zin in hebben - liever niet hebben)
- het niet op iemand hebben (=iemand niet goed kunnen verdragen)
- het niet verzien hebben op (=niet goed kunnen verdragen)
- het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
- het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
- het op de lippen hebben (=het net willen zeggen)
- het op de zenuwen hebben (=zenuwachtig zijn)
- het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
- het op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
- het op iemand gemunt hebben (=steeds dezelfde persoon die ergens last van heeft)
- het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
- het op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren)
- het op zijn pantoffels/sloffen afkunnen (=het gemakkelijk aankunnen)
- het ruime sop kiezen (=de haven uitvaren)
- het sop is de kool niet waard (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
- het tij wacht op niemand. (=benut kansen voor het te laat is)
- het vaatje op zijn kant zetten (=het vat leegmaken (uitdrinken))
- het varken is op een oor na gevild/gewassen (=het is bijna klaar)
812 betekenissen bevatten `op`
- het kainsmerk aan zijn voorhoofd dragen (=het is op zijn gezicht te lezen dat hij een schurk is)
- de kou is uit de lucht. (=het is opgelost)
- het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
- het is knudde met een rietje (=het is triestig / het lijkt nergens op)
- je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
- het is lood om oud ijzer (=het komt op hetzelfde neer)
- het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
- de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
- struisvogelpolitiek (=het negeren of ontkennen van een probleem in de hoop dat het vanzelf verdwijnt.)
- je huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
- het onder de pet houden (=het niet in de openbaarheid brengen)
- je niet laten kennen (=het niet te vlug opgeven)
- het dunnetjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
- het roer omgooien (=het op een heel andere manier proberen)
- iets zwart op wit hebben (=het op papier hebben staan)
- de kolf naar de bal werpen (=het opgeven)
- je hoofd in de schoot leggen (=het opgeven)
- de vlag strijken (=het opgeven)
- het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
- een Augiasstal reinigen (=het opruimen van een vreselijk vuile boel)
- het probleem onder de knie hebben (=het probleem is opgelost)
- je vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
- het venijn zit hem in de staart (=het slechtste komt op het laatste)
- de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
- wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
- de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
- het gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
- een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
- de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
- het zal erom houden (=het zal op het nippertje zijn)
- vol gas geven (=het zo snel mogelijk doen verlopen)
- een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
- zijn land ligt in zijn schoenen (=hij is een grote opschepper)
- het gaat aan zijn neus voorbij (=hij loopt iets mis)
- zijn ogen zijn groter dan zijn maag (=hij neemt meer op zijn bord dan hij kan eten)
- het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij zal er op de goede manier mee omgaan)
- er loopt hem een luis over de lever (=hij windt zich al over het minste op)
- hoe een dubbeltje rollen kan (=hoe iets een onverwacht verloop kan kennen)
- ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
- van hoop alleen kan men niet leven. (=hoop is belangrijk maar niet voldoende om te slagen in het leven)
- tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
- tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
- het kruis nageven (=hopen dat hij vooral nooit meer weerkomt)
- het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
- elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
- ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
- elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
- ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
- de gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
- alle molens vangen wind. (=iedereen die meedoet zal een deel van de opbrengst opeisen)
50 dialectgezegden bevatten `op`
- a zitj op 'n wieër (=blijven doorzagen) (Meers)
- a zitj op 't fintrek (=hij zit op de wc) (Meers)
- a zitj op 't gemak (=hij is op de wc) (Meers)
- a zitj op ‘t eusken (=hij zit op het toilet) (Galmaardens)
- a zitj op de zille van de veerdeer (=nog een week wachten en het is aan ons) (Ninoofs)
- a zitj op den beroo (=hij is bediende) (Ninoofs)
- a zitj op druëg zoeët (=hij heeft geen geld meer) (Meers)
- a zitj op zenne zak (=hij is gierig) (Meers)
- A-j ' t platte van de voeten maar onder joe ollen (=Blijf met de voeten op de grond staan wees verstandig en nuchter blijven) (Giethoorns)
- A-j botter op 'n kop hebt, mu-j nich in de zunne loop'n (=Wie geen zuiver geweten heeft, kan zich beter koest houden) (Twents)
- A'j 't platte van de voeten maar onder joe olln (=Blijf met de voeten op de grond staan, , nuchter blijven) (Giethoorns)
- A'j de koe niet kende, zo'j nie:t wette, woor 't kalf vandaan kump (=kinderen die helemaal niet op hun ouders lijken) (Barghs)
- A'j er now ies goed an toekomen (=op de keeper beschouwd, serieus bekeken.) (Giethoorns)
- A' j niks zegt, völt' t ok niet op da' j dom bunt. (=Als je niks zegt, valt het ook niet op dat je dom bent) (Achterhoeks)
- aa devoeëre doen (komt van het Franse devoir)anse (=je best doen op school) (Winksels)
- Aa eet een veureut woër dadden zoeg kan op viggeren (=Hij heeft een groot voorhoofd) (Ninoofs)
- Aa is tot e kot in de nacht oep stap geweest (=Hij is heel laat op stap geweest) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- aa moe op een liere stoan om eerbeeze te trekken (=hij is klein) (Gents)
- aa neusbientje is ônt rotte (=antwoord op : edde gaai ne scheet gelôate?) (Antwerps)
- Aa zit altaad oep maan kap (=Hij werkt het altijd uit op mij) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- aachtein joeër énne bos hoeër! (=op deze ouderdom moet hij nog veel leren) (Munsterbilzen - Minsters)
- aagt a annen on a gedong (van a velo) (=Hou je handen op je (fiets) stuur) (Aalsters)
- aalk op zènnen toer (=ieder om beurt) (Sint-Niklaas)
- aan sjoeël zeen, ane gemindje zeen, ane post zeen (=werkzaam zijn op school, bij de gemeente, postbode zijn) (Heitsers)
- aane körse gaon (=op de versiertoer gaan) (Weerts)
- Aargens drok op wezen (=Ergens tuk op zijn) (Giethoorns)
- ach dè ies zôn zuut programma op de tillevisie. (=ach, dat is zo'n zoet programma op de televisie) (Kaatsheuvels)
- achter de mestpluus langs (=op z'n hondjes) (Voorthuizens)
- achter oens piese ze der putses mee (=na ons dood doen de kinderen ons geld op) (Gents)
- achter oens trekke ze de liere op (=geniet van het leven want ...) (Gents)
- achterdeer: Z' és ter zoeë zot van as ' n achterdeer (=Ze is erg verliefd op hem) (Lebbeeks)
- achtr ons trekken ze de leere op (=na de dood is er niets meer) (Maldegems)
- achtre eentwie ze vel wachtn (=wachten op iemand) (Kortemarks)
- ae es mor d'uëgen toe te nèepen (=op sterven na dood) (Wichels)
- ae es op zèen tieën'n getorren (=hij is op zijn tenen getrapt) (Wichels)
- ae ken twieë stieën'n doen vechten (=hij is er goed in mensen tegen elkaar op te zetten) (Wichels)
- ae oo gieëne puuët mieër om op te stoan (=hij kon het niet winnen) (Wichels)
- ae trapt'n goëd op zèene stèert (=hij reed hard) (Wichels)
- ae wit van toet'n of bloaz'n / noch bloaz'n (=hij is totaal niet op de hoogte / weet er niets van af) (Wichels)
- aentjes en oentjes (=vogeltje op de kruk) (Zeeuws)
- afetieteafetijte (=op het goed geluk af) (Wetters)
- afgebusteld (=op zijn paasbest) (Lovendegems)
- agaken: op 'n agaken nog iet eet'n (=Heel vlug nog iets eten) (Lebbeeks)
- agge die op oew dak krijgt (=daar kun je beter geen onenigheid mee hebben) (Oudenbosch)
- agge over d n duvel praot traptum op z ne steert (=binnenkomend iemand over wie men net aan het praten was) (Oudenbosch)
- Agge Wouw op oewe rug aar ange, zoude nie naar Baarege verlange (=Als je Wouw op je rug moest dragen zou je nooit naar Bergen op Zoom verlangen (naar iets verlangen dat zo goed als onbereikbaar is)) (Roosendaals)
- ai zit op zun aige (=hij woont alleen) (Hulsters (NL))
- ai-je je sti op mn schroenkels (=au je staat op mn voeten) (Zeeuws)
- ain stet op beurt kiekie altied veur, n gat. A-j ie nen stet op beurt kiek ie altied veur nen gat.* (=als je de staart op tilt kijk je altijd naar een gat) (Twents)
- ak goen ze es pakken van vanachter (=op u vrouwen zitten) (Herns (Herne, VL-B))
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen