393 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nie`
- niet alle winden schudden noten af. (=succes is niet altijd gegarandeerd)
- niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
- niet brandschoon zijn (=dingen misdaan hebben)
- niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
- niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
- niet erg vast in de schoenen staan (=zich gemakkelijk laten ompraten)
- niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
- niet goed bij zijn hoofd zijn (=niet goed wijs zijn, gekke dingen doen)
- niet goed bij zijn positieven zijn (=niet op zijn gemak zijn, een beetje ziek zijn)
- niet goed snik zijn (=gek zijn (iemand))
- niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
- niet halen bij (=niet kunnen tippen aan)
- niet het vele is goed, maar het goede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
- niet het zout op zijn patatten verdienen (=een klein inkomen hebben)
- niet hoog timmeren (=weinig verstand hebben)
- niet in de haak zijn (=er klopt iets niet)
- niet in de wieg gesmoord (=niet van bij de opkomst vernietigd - al oud)
- niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
- niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
- niet in tel zijn (=niet belangrijk genoeg zijn of genegeerd worden door anderen)
- niet kapot zijn van (=niet veel op hebben met)
- niet kousjer zijn (=niet deugen)
- niet kunnen hard maken (=niet kunnen bewijzen)
- niet kunnen heksen (=het niet zo snel afkunnen - er meer tijd voor nodig hebben)
- niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen)
- niet meer kunnen wegdenken (=niet meer kunnen missen)
- niet meer van vandaag (=het is ouderwets of niet meer acceptabel)
- niet met iemand door één deur kunnen (=niet met iemand kunnen samenwerken (door verschillen in persoonlijkheid.))
- niet om de knikkers, maar om het spel (=het gaat niet om het winnen, maar om het spel)
- niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
- niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
- niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)
- niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico`s nemen)
- niet over rozen gaan (=er zijn nogal wat moeilijkheden)
- niet pluis zijn (=iets is er niet in orde)
- niet ruim kunnen soppen (=niet erg rijk zijn)
- niet thuis geven (=het verwachtingspatroon niet kunnen nakomen)
- niet thuis zijn van (=geen verstand hebben van - niet willen weten van)
- niet van de wind kunnen leven (=moeten werken om alles te kunnen betalen)
- niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben)
- niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (=niet rond kunnen komen)
- niet van vandaag of gisteren (=niet dom)
- niet veel meer dan een aardappel zijn (=niet erg veel voorstellen)
- niet veel om de hakken (=niet veel bijzonders)
- niet veel zaaks (=niet veel bijzonders)
- niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
- niet vet kunnen soppen (=het niet breed hebben)
- niet volgens Lucas. (=niet controleren of iets wel klopt)
- niet voor de poes zijn (=niet gemakkelijk zijn)
- niet voor een gat te vangen (=niet door één moeilijkheid te ontmoedigen)
1061 betekenissen bevatten `nie`
- er wel pap van lusten (=er niet genoeg van kunnen krijgen)
- geen plaatje maken (=er niet geweldig uitzien)
- ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
- je lol wel opkunnen (=er niet mee kunnen lachen)
- uit het oog verliezen (=er niet meer aan denken)
- in de knoop zitten (=er niet meer wijs uitraken - van slag zijn)
- er geen oog voor hebben (=er niet op letten)
- er niet over uit kunnen (=er niet over kunnen zwijgen, er zwaar door getroffen zijn)
- er geen peil op kunnen trekken (=er niet van op aan kunnen)
- er geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
- er niet van kunnen meespreken (=er niets over weten)
- in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
- er zijn mond niet aan vuil maken (=er niets over willen zeggen)
- er het zwijgen toe doen (=er niets over zeggen)
- er geen laars van weten (=er niets van afweten)
- boven de pet gaan (=er niets van begrijpen)
- er geen hout van snappen (=er niets van begrijpen)
- er koksgast van blijven (=er niets van krijgen , er geen vooruitgang mee maken)
- er part noch deel aan hebben (=er niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
- zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
- je kunt van een kale kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- van een kale kip kun je niet plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- feestelijk danken (=er voor danken maar het zeker niet aannemen)
- er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijzitten)
- er voor piet snot bij zitten (=er voor niets bijzitten)
- er was geen hond/kat/kip (=er was niemand)
- geen rook zonder vuur (=er wordt niet over gepraat of er is wel iets van waar)
- geen boodschap aan iets hebben (=er zich niets van aantrekken)
- de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
- er zijn vele wegen die naar Rome leiden (=er zijn meerdere manieren om iets te doen)
- alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
- alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
- een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
- iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
- je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
- zo wijs als Salomo`s kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
- er van langs krijgen (=erge straf krijgen, al dan niet met een pak slaag)
- heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
- er heg noch steg weten (=ergens de weg niet kennen)
- genade vinden (=ergens geen straf voor krijgen of iets niet toegerekend worden)
- schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
- een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
- je draai niet kunnen vinden (=ergens niet kunnen aarden)
- geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
- iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn)
- er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
- dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
- niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
- iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
- er geen drol van begrijpen (=ergens niets van begrijpen)
50 dialectgezegden bevatten `nie`
- assët nie vërstees, moessët mér vërzitte (=denk maar eens lang en diep na) (Munsterbilzen - Minsters)
- assët nie verstees, moessët mér verzitte (=als je het niet verSTAAT, moet je het maar verZITTEN) (Munsterbilzen - Minsters)
- assët nog lang doert, zal het nie rap gedoeën zin (=haast je een beetje !) (Munsterbilzen - Minsters)
- asset taus nie kons keire, zulset nërges leire (=als je thuis al niet je draai kan vinden, vind je die nergens) (Bilzers)
- asset toerës nie kons keire, moessët nie op een aandër gon leire (=als jet het thuis niet kan uithouden moet je anderen niet gaan vervelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- assich ter mene vinger nie kan ènstaeke, geleef ichet nie (=ik geloof je niet, tenzij...) (Munsterbilzen - Minsters)
- assie kèkt motte nie kèke (=je moet net doen of je hem niet ziet) (Dongens)
- assie nie rokt, ròktie van de wèès (=wanneer hij niet rookt, raakt hij de kluts kwijt) (Tilburgs)
- ast meurege nie bieeteris gunich ne dendoktoer (=als het morgen niet beter gaat, ga ik naar de huisarts) (Heusdens)
- ast nie was da munnen.... (=ware het niet dat wij....) (Sint-Niklaas)
- aste 'naen' zèks tieëge een vroo, dan hëbste de vroeëg nie goed begrieëpe (=pas op als je niet luister naar een vrouw) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste da nie geleefs, maok ich tich get aanester wijs (=geloof me vrij!) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste diep èn de pêt zits, ziet dan daste nie heil onder de shit kumps te zutte (=laat je niet teveel inzinken) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste doë zen kleer mér nie gees on sjiëre (=als je daar maar niet bekaaid vanaf komt) (Bilzers)
- aste èn e glaoze haus woens, moeste zelf nie mèt steen goeje (=gooi nooit je eigen ruiten in) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste geen taan hëbs, hoeste ze ook nie te poetse (=veel mensen zouden het fijn vinden als ze ook eens met hun mond vol tanden zouden staan) (Munsterbilzen - Minsters)
- Aste mich nie geleefs, dan maok ich tich get aanester wijs. (=Je moet niet alles geloven wat ik zeg!) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nie baute rooke kons, gank dan mér baute rooke (=als je niet kan stoppen met roken, ga je maar buiten roken) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nie gees wërke, konste strak op zën kin kloppe (=wie niet werkt, niets eet) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nie gëleefs wat ich tich zèk, dan maok ich tich get aanëstërs wijs (=je gelooft het of je gelooft het niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nie lijsters, moessêt mér besnite (=wie niet hoort, moet maar voelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nie wils leistere, moesset mèr besniete (=wie niet wil luisteren, moet het maar voelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nie wilts heire, moeste mèr viele (=als je niet wil horen, moet je het maar voelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste toeres niks te doen hübs, kommet dan haaj ook nie doen (=blijf onder mijn ogen uit als je zit te niksen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste tot aon zëne nak èn de sjit zits, loeët dan zëne kop nie hange (=verlies nooit de moed om terug te vechten) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste tot zëne nak èn de sjit zits, moeste zëne kop nie loëte hange (=als je dik in de miserie zit, moet je moed betonen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste van iemëd huls, zieste zën gebraeke nie (=als je van iemand houdt, zie je veel door de vingers) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste van vieër zits, konste van aater nie aofvalle (=wie zich vooraan houdt, heeft meer kans op slagen) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste van viër blifs, konste van aater nie aofvalle (=laat je nooit verrassen) (Bilzers)
- aste van viër zits, konste vanaater nie aofvalle (=wie eerst komt, eerst maalt en wie laatst komt, baalt) (Bilzers)
- aste viël zups, laefste nie lang, mèr de zies wol alles draajdobbel (=drinken halveert je leven, maar je ziet dubbel zoveel) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste zelf biëls hoesset zenen hond nie te kommendiëre (=hou je bevelen voor je zelf) (Bilzers)
- astën haoên nie kraeët ènt mërgëraud , dan geet ët raengëre of...den haoën ès al daud (=als de haan niet kraait in 't morgenrood, dan gaat het regenen...of de haan ligt dood !) (Munsterbilzen - Minsters)
- aster nie viël te doen wos, sjikden oos aars os noë t veld vür dikke steen te raope van den akker en daaj moeste v¨r ènnet kaarspoër umkippe (=als terapie moesten we van onze ouder ook dikke keien rapen van de akkers en daarmee de karsporen vopvullen) (Munsterbilzen - Minsters)
- asteret én zene kop hét, héttert nie én zen aaterste (=we moeten dat zonder pardon uitvoeren!) (Bilzers)
- astes nie geleûfs maok ichtich get aanes wijs (=echt waar of niet?) (Bilzers)
- astij ein zijne kop hé, eent hij oak nie in tholleken van zijn gat (=hij is niet van een bepaald plan af te brengen) (Wetters)
- at ich mich moet versjangeniëre, bèste nog nie goed aof (=als ik kwaad word, is het je hoogste tijd) (Munsterbilzen - Minsters)
- at nie te veul dol is (=als het niet te veel moeite is) (Oudenbosch)
- at ze breidsje gebakken ès, moessët doëviër nog nie hals iëver kop opaete (=geniet rustig van de rijkelijk leventje) (Munsterbilzen - Minsters)
- Atte ooievaer op 1 been steet isse nie meer maagd (=Als de ooievaar op 1 been staat is die zwanger) (Diems)
- attër ët èn zën krolle kraajg, bèste nog nie goed aof (=als hij het echt in zijn hoofd haalt, kan je nog veel last met hem krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- atter get èn zene kop hèt, hèttert nie èn zen K. (=gekrulde haren, gekrulde zinnen) (Munsterbilzen - Minsters)
- atter het èn zëne kop hèt dan hètter et nie èn zen K... (=hij is altijd koppig) (Munsterbilzen - Minsters)
- attët nie geet, moettët mér bokke (=volharden tot het lukt !) (Munsterbilzen - Minsters)
- atze dereege mér nie besjit (=wat een verwaand schepsel) (Bilzers)
- au hoaring za nie broan (=het het zal je niet lukken) (Waarschoots)
- au nie affeturen (=niet proberen) (Lokers)
- aure waaj teleire, en nog nie heire (=olifantenoren en nog niet luisteren) (Bilzers)
- Aven dieg is goe genoeg moar ave speculoas duegt nie (=Je ideeën zijn goed maar de uitvoering trekt op niets) (Herentals)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen