229 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `IL`
- voor elk wat wILs (=er zit voor iedereen wel wat bij)
- vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stIL. (=een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
- vuIL water blust ook vuur. (=in moeilijke situaties moet je creatief en niet te kieskeurig zijn)
- vuILe boter, vuILe vis (=zonder goed gereedschap bereik je geen goede resultaten)
- waar een wIL is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
- waar er twee ruILen moet er een huILen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
- wat baten kaars en brIL als de uIL niet zien en lezen wIL (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
- wat baten kaars of brIL, als de uIL niet zien en wIL. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)
- wat helpt fluiten, als het paard niet pissen wIL. (=een zinloze oplossing)
- wat van apen komt wIL luizen (wat van katten komt wIL muizen) (=zijn afkomst kan men niet verloochenen)
- wie een hond wIL slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden)
- wie een kuIL graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
- wie een paard uit de wei wIL halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
- wie eten wIL moet de kok niet beledigen. (=hou je meerdere te vriend.)
- wie het onderste uit de kan wIL hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets)
- wie honing wIL eten moet lijden dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor over hebben)
- wie maaien wIL moet zaaien (=je moet er iets voor doen om iets te verkrijgen)
- wie met de duivel uit één schotel wIL eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
- wie mooi wIL zijn, moet pijn lijden (=voor schoonheid moet je wat over hebben)
- wie niet horen wIL, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
- wie niet wIL, die niet zal (=als je geen interesse hebt, moet je er ook geen deel van uitmaken)
- wie zijn bILlen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
- wILde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=soort zoekt soort)
- wILlen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
- wILlen weten welk vlees men in de kuip heeft (=eerst willen weten hoe iemand is)
- wILlens en wetens iets doen (=met opzet)
- zijn schip voert te grote zeILen (=te veel geld uit geven)
- zo stIL dat je een speld kunt horen vallen (=bijzonder stil)
- zoals het reILt en zeILt (=zoals het zijn gangetje gaat)
354 betekenissen bevatten `IL`
- achter de gordijntjes smullen (=in stILte opeten)
- aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeILijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
- over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wIL dat het bekend wordt)
- van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort LILlo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
- de wens is de vader van de gedachte (=je gelooft iets, omdat je wIL dat het zo is)
- je tussen hangen en wurgen bevinden (=je in gevaarlijke en moeILijke omstandigheden bevinden)
- leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets wILlen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
- er is geen land met hem te bezeilen (=je kan met hem niets aanvangen, omdat hij niet wIL meewerken)
- je kunt wel dansen, ook al is het niet met de bruid (=je kunt je best amuseren ook al is het niet altijd precies wat je zou wILlen)
- wat de mens zaait zal hij maaien (=je moet er iets voor doen, als je wat wIL krijgen)
- de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al wILlen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
- met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschILlende situaties, niet eerlijk zijn)
- Jantje lacht en Jantje huilt (=kind dat vaak huILt maar direct ook weer lacht)
- een speld heeft ook een kop. (=kinderen doen het liefst wat ze zelf wILlen)
- het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen wILlen wijzer zijn dan de ouders)
- aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wILt en fijn/leuk vindt)
- het roer in handen hebben (=leiding geven en door moeILijke tijden heen komen)
- iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huILen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
- hoger willen vliegen dan men kan (=meer wILlen doen dan men kan)
- op je tenen lopen (=meer wILlen presteren dan je aan kunt)
- de vuilste varkens willen altijd het beste stro. (=mensen die het niet verdienen wILlen evengoed het beste)
- ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschILlen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
- een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeILijker ontspannen)
- ieder meent dat zijn eigen pak het zwaarst is. (=mensen overdrijven hun eigen moeILijkheden in vergelijking met die van anderen)
- waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke famILie kunnen makkelijker een partner krijgen)
- geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en wILlen geen hulp of advies)
- eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wILde)
- in het gedrang komen (=met moeILijkheden te maken krijgen)
- met onbevaren volk is het slecht zeilen (=met onervaren mensen is het moeILijk werken)
- een rak in de wind (=met veel werk langzaam vooruit komen (een lang recht stuk tegenwind zeILen))
- door de ouderdom wordt de wolf grijs. (=mILdheid komt met de jaren)
- de wapenrok aantrekken (=mILitair worden)
- de lat hoog leggen (=moeILijk haalbare doelen stellen)
- op twee gedachten hinkelen/hinken (=moeILijk kunnen beslissen)
- op gespannen voet (zijn) (=moeILijk met elkaar omgaan, ruzie)
- te vangen als een aal bij zijn staart (=moeILijk te vatten)
- harde noten kraken (=moeILijke tijden moeten doormaken)
- het eind zal de last dragen (=moeILijkheden en problemen komen vooral als het werk bijna af is)
- het staal wordt in de wind gehard. (=moeILijkheden en tegenslagen kunnen je sterker maken)
- in een moeilijk parket zitten (=moeILijkheden hebben)
- in het moeras zitten (=moeILijkheden hebben)
- er staat een beer aan het hek te rammelen. (=naar het toILet moeten)
- een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wIL luisteren (bij raad/waarschuwingen))
- hard tegen hard gaan (=niemand die wIL toevoegen en er beide voor gaan om te winnen)
- geen voet verzetten (=niet bewegen - niets wILlen doen)
- niet voor een gat te vangen (=niet door één moeILijkheid te ontmoedigen)
- niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag wILlen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeILijke of onprettige situatie zich bevindt)
- het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (=niet iets verspILlen aan degenen die het niet waarderen)
- op de achtergrond blijven (=niet in de schijnwerpers wILlen staan.)
- de dans ontspringen (=niet in het onheIL betrokken worden)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen