176 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `als een`
- zo mager als een stokvis, sprot, garnaal (=mager persoon)
- zo mager zijn als een garnaal (=zeer mager zijn)
- zo mak als een lammetje (=heel gedwee zijn)
- zo onschuldig als een pasgeboren kind (=zeer onschuldig)
- zo rood als een kreeft (=een rode kleur hebben. (kreeft wordt knalrood tijdens het koken))
- zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
- zo rot als een mispel (=totaal rot (bedorven))
- zo scheef als een krab (=erg scheef)
- zo scheel als een otter (=zeer scheel)
- zo slim als een vos zijn (=heel erg slim zijn)
- zo sterk als een paard (=oersterk)
- zo sterk als een paard. (=heel sterk zijn)
- zo stijf als een bonenstaak (=bijzonder stijf)
- zo stom als een vis (=iemand die geen woord zegt)
- zo stoned zijn als een garnaal (ook makreel) (=onder invloed zijn van hasj)
- zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)
- zo veeg als een luis op een kam (=in groot gevaar verkerend)
- zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
- zo welkom als een hond in de keuken (=absoluut niet welkom)
- zo zat als een deur (=helemaal bezopen zijn)
- zo ziek als een hond zijn (=zeer ziek zijn, doodziek op bed liggen)
- zo zwaar als een aambeeld (=erg zwaar)
- zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
- zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
- zwemmen als een vis kunnen (=een expert zijn in zwemmen)
- zweten als een aandrager (=overmatig zweten)
50 dialectgezegden bevatten `als een`
- ruzeldoof (=doof als een pot) (Veurns)
- schètu es un règur (=poepen als een reiger) (Brakels (gld))
- schier: Gardavau az 'n aa schier in brand staut (=Pas op als een oude persoon verliefd wordt) (Lebbeeks)
- sjtieve prengel (=stijf als een hark) (Berg en Terblijts)
- Sjtieve prengel. (WT) (=Zo stijf als een hark) (Mechels (NL))
- sloekke waaj ne sjierdosser (=eten als een paard) (Munsterbilzen - Minsters)
- sneurreke as e verreke (=snurken als een varken) (Winksels)
- stijf as een berre (=zo stijf als een plank) (Moes)
- stik de stêk ènt koet, dan hulste te në man vër gene kloet (=als een man een erectie krijgt verliest hij zeker zijn verstand) (Munsterbilzen - Minsters)
- stinkgiel- de stinks oere onner de wèns aut (=jij stinkt als een varken) (Munsterbilzen - Minsters)
- Stinku es un ouwu bok (=Stinken als een oude bok) (Brakels (gld))
- stokstijf zin (=zo stijf zijn als een stok) (Sint-Niklaas)
- t laeve is wie ein kinjerhumke: kort en besjaete (=verwensing (ironisch): het zit niet mee; het leven is als een kinderhemd: kort en bescheten) (Heitsers)
- tegen dek gaan, de kop inkletsn, van de wèreld drinken (=tegen de klippen omhoog drinken, zuipen als een tempelier) (roeselaars)
- Telle wie inge meikaever (=Tellen als een meikever) (Vijlens)
- tès nie meir as een lat mèt twei pënaize en ë kietsje (=zij is zo mager als een lat met kleine tietjes en een gaatje) (Munsterbilzen - Minsters)
- vër ën vroo kontent te stëllë, konstë nauts rap genoeg zin (=als een vrouw fluit moet je er al zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- Wawarisiswa, dahaniksvanaaf (=Dat is een waarheid als een koe) (Zaamslags)
- Went e klee diets-je laacht in d'r sjlof, da sjpielt 't mit de engelsjer (=als een kleine baby lacht in zijn slaap, dan speelt hij met de engeltjes) (Kerkraads)
- wereke as e pjaad (=werken als een paard) (Overrepens)
- wi-j 'n zunke (=als een zonnetje) (Nederweerts)
- ze kies eer vër hër geld (=als een bij naar huis toe vlucht, hangt er regen in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- ze wark'n met grof geschut (=ze gaan door de porseleinkast als een olifant) (Westerkwartiers)
- ze wiet'n doar heg noch steg (=ze zijn daar als een kat in een vreemd pakhuis) (Westerkwartiers)
- Ze zingt zo mooi, dr stem haalt het glazuur gaat van mijn hart af. (=ze zingt zo vals als een kraai) (Utrechts)
- zën lippe stijf opeenhage (=zwijgen als een graf) (Munsterbilzen - Minsters)
- zenaaige weere gelèk neun duvel in eu waaiwoatervat (=zich weren als een duivel in een gewijd watervat) (Turnhouts)
- Zeu dom as een inne (=Zo dom als een kip) (Overmeers)
- zie / die is zo schraoi dat ze rammelt (=ze is zo mager als een lat) (Putters)
- zie kroemp assën ziekël (=zo krom als een kapmes) (Munsterbilzen - Minsters)
- zien hertje mot nog grujje (=als een kind de hik heeft) (Weerts)
- zit zau nie te bleûke waajën koebeis (=sta daar niet zo als een koebeest te roepen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Zo aarm as een luus (=Zo arm als een luis) (Giethoorns)
- zo benaud as ne wezel (=zo bang als een wezel) (Vels)
- Zo blaid as blik (=Zo blij als een kind) (Zaans)
- zo dwès as un kapmes (=zo koppig als een ezel) (Hulsters (NL))
- zo dwoas of een erpel: (=zo dwaas als een erpel) (Klemskerks)
- Zó é.rm zien as 'n luus (=zo arm als een kerkrat) (Genneps)
- zo gries as 'n doeve (=zo grijs als een duif) (Vechtdals)
- Zo groos als un bezem (=Zo trots als een pauw) (Dordts)
- Zo groos als un ui. (=Zo trots als een pauw) (Dordts)
- Zo groos as 'n ouwe aap (mit drie steerte). (=Zo trots als een pauw.) (Zaans)
- zo groos as en bessem (=zo trots als een pauw) (Urkers)
- Zo grootsig as nen aop mee zeven lullen (=zo trots als een pauw) (Zeeuws)
- Zo kins as een kommetje (=Zo gek als een deur) (Westlands)
- zo link as een looie deure, allièn niet zo zwaer (=slim als een deur) (Flakkees)
- zo lomp as ut pèrd van Christus, èn dè waar unnen eezel (=zo lomp als een ezel) (Tilburgs)
- zo mager als een pannelatte (=magere vrouw) (Lovendegems)
- zo plat of e zesse: helemaal plat, vooral gezegd van iets wat platgeslagen of op de weg platgereden is (=zo plat als een zes) (Klemskerks)
- Zo rood as 'n haan. (=Zo rood als een kreeft) (Zaans)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen