Spreekwoorden met `HI`

Zoek


152 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `HI`

  1. zijn scHIp voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven)
  2. zo de waard is vertrouwt HIj zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)

226 betekenissen bevatten `HI`

  1. er is geen land met hem te bezeilen (=je kan met hem niets aanvangen, omdat HIj niet wil meewerken)
  2. geef een man een vis dan heeft hij die dag te eten (=je kunt iemand beter leren vissen dan heeft HIj z`n leven lang vis te eten)
  3. het zijn niet al ridders die sporen dragen (=je kunt niet alleen aan iemands uiterlijk afleiden of HIj ergens gescHIkt voor is)
  4. de vis aardt naar de zee (=je kunt wel zien waar HIj vandaan komt)
  5. blijf aan jouw kantje (=je mag hem niet aanraken, HIj is niet aanspreekbaar)
  6. twist verkwist. (=je scHIet niets op met ruzie maken)
  7. met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verscHIllende situaties, niet eerlijk zijn)
  8. op stootgaren liggen (=klaarliggen om in actie te scHIeten)
  9. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je bescHIkt om iets gedaan te krijgen)
  10. omstaan leren (=leren scHIkken naar de wensen en bevelen van een ander)
  11. waar het paard aangebonden is moet het vreten (=men moet zich naar de omstandigheden scHIkken)
  12. ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verscHIllen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
  13. alle hens aan dek (=met alle bescHIkbare mensen of alle middelen)
  14. er gaan veel makke schapen in een hok (=met inscHIkkelijke mensen is meer mogelijk)
  15. de zeug loopt met de tap weg (=nalatigheid is HIer troef)
  16. alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen bescHIkt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  17. op de achtergrond blijven (=niet in de scHIjnwerpers willen staan.)
  18. niet met iemand door één deur kunnen (=niet met iemand kunnen samenwerken (door verscHIllen in persoonlijkheid.))
  19. van de regen in de drup (=niet veel opscHIeten, van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terecht komen)
  20. onder de mantel van (=onder de scHIjn van)
  21. onder zijn scepter brengen (=ondergescHIkt maken)
  22. geen spek voor de bek (=ongescHIkt - iets wat men niet aankan)
  23. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergescHIkte te zijn geweest)
  24. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de gescHIkte methode of middelen uitgevoerd werk)
  25. zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, HIj of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
  26. iemand doodpraten (=op iemand blijven inpraten tot HIj versuft van raakt)
  27. het paard ruikt de stal (=opscHIeten om gauw thuis te komen)
  28. oude koeien uit de sloot halen (=oude gescHIedenissen terug ten tonele voeren)
  29. veel in huis hebben (=over veel capaciteiten bescHIkken)
  30. over smaak valt niet te twisten (=over verscHIl in smaak moet men geen ruzie maken)
  31. het eindje draagt de last. (=pas aan het eind komen de problemen tevoorscHIjn)
  32. verrijzen als paddenstoelen na een regenachtige dag (=plots tevoorscHIjn komen)
  33. het is niet al goud wat blinkt (=scHIjn bedriegt)
  34. het is niet overal zomer waar de zon schijnt. (=scHIjn bedriegt)
  35. het zijn niet allen jagers die op de hoorn blazen. (=scHIjn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
  36. het zijn niet allen koks die lange messen dragen (=scHIjn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
  37. het zijn niet allen monniken die kappen dragen (=scHIjn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
  38. een reus op lemen voeten (=scHIjnbaar sterk maar in feite zwak)
  39. met los kruit schieten (=scHIjnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  40. voor God een baard van vlas maken (=scHIjnheilig zijn)
  41. naar de kabeljauwskelder (=scHIp wat gezonken is)
  42. wat de een niet lust, daar eet een ander zich dik aan. (=smaken verscHIllen.)
  43. als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorscHIjn komen)
  44. iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verscHIllende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  45. in de bres springen (=te hulp scHIeten)
  46. veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verscHIllende raad volgen kan schadelijk zijn)
  47. boven water komen / boven water halen (=tevoorscHIjn komen / tevoorscHIjn halen, verscHIjnen, opduiken)
  48. naar de bar(re)biesjes gaan (=totaal verloren gaan zonder dat er iets van overblijft (bijv. een scHIp dat vergaat))
  49. appels met peren vergelijken (=twee totaal verscHIllende dingen vergelijken)
  50. iemand aan zijn woord houden (=van iemand eisen dat HIj zijn belofte nakomt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen