Spreekwoorden met `wer`

Zoek


101 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wer`

  1. zonder mijn en dijn zou de wereld hemels zijn (=jaloezie en hebzucht maken de wereld een stuk minder fraai)

241 betekenissen bevatten `wer`

  1. met man en macht iets doen (=iedereen werkt hard mee)
  2. een kale kip kan nog leggen (=iemand die niets heeft, kan nog voor je werken)
  3. een jantje-secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
  4. de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  5. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  6. iemand in het gareel slaan (=iemand dwingen voor je te werken, iemand aan het werk zetten)
  7. iemands geduld uitputten (=iemand op de zenuwen werken)
  8. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  9. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
  10. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  11. iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, iemand in verlegenheid brengen)
  12. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  13. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  14. als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
  15. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  16. een stok in het wiel steken (=iets of iemand tegenwerken)
  17. een zware bevalling. (=iets waar je hard voor moet werken)
  18. goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
  19. in het diepe gegooid worden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden)
  20. haring bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  21. in concreto (=in werkelijkheid)
  22. zonder mijn en dijn zou de wereld hemels zijn (=jaloezie en hebzucht maken de wereld een stuk minder fraai)
  23. vette en magere jaren (hebben) (=jaren met meer welvaart en minder werkloosheid en jaren met minder welvaart en meer werkloosheid)
  24. een stoel in de hemel verdienen (=je door een goed werk onderscheiden)
  25. je weren als een kat in de krullen (=je fel verweren)
  26. er is geen land met hem te bezeilen (=je kan met hem niets aanvangen, omdat hij niet wil meewerken)
  27. langzaam aan, dan breekt het lijntje niet (=je kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaat)
  28. roei met de riemen die je hebt (=je moet werken met de middelen die men heeft)
  29. een mens moet werken voor de brok en voor de rok. (=je moet werken om te kunnen eten en kleding te kunnen kopen.)
  30. wat je van ver haalt is lekker. (=je waardeert dingen extra als je er veel werk voor moet doen)
  31. liever lui dan moe (=liever niet werken, het liever aan anderen overlaten)
  32. loon naar werken krijgen (=loon krijgen dat in overeenstemming is met het gedane werk)
  33. de lijn trekken (=luieren, niet voort werken)
  34. iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
  35. zo de abt, zo de monniken (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidinggevende)
  36. zo de heer, zo de knecht (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidinggevende)
  37. iemand aan het lijntje hebben (=meewerken met iemand)
  38. zo men zaait zo zal men oogsten (=men krijgt loon naar werken)
  39. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)
  40. ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
  41. lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
  42. met hem kan men geen spies draaien (=met hem valt niet samen te werken)
  43. met iemand in zee gaan (=met iemand een samenwerking beginnen)
  44. met iemand breken (=met iemand niet meer verder werken, leven)
  45. nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
  46. met onbevaren volk is het slecht zeilen (=met onervaren mensen is het moeilijk werken)
  47. een rak in de wind (=met veel werk langzaam vooruit komen (een lang recht stuk tegenwind zeilen))
  48. het eind zal de last dragen (=moeilijkheden en problemen komen vooral als het werk bijna af is)
  49. niet van de wind kunnen leven (=moeten werken om alles te kunnen betalen)
  50. op salet zitten (=mooi aangekleed zijn en niet werken)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen