Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `houw`

  1. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  2. Een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=Niet tot iets anders te bewegen)
  3. het levenslicht aanschouwen/zien (=geboren worden)
  4. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  5. in ogenschouw nemen (=bekijken)
  6. ook de ceders van Libanon worden afgehouwen (=ook heilige dingen vergaan)
  7. zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)

6 betekenissen bevatten `houw`

  1. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
  2. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  3. iemand met de nek aankijken (=iemand niet als volwaardig beschouwen)
  4. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  5. ergens als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  6. de regels met voeten treden (=overtreden, voorschriften niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan)

Het dialectenwoordenboek kent 49 spreekwoorden met `houw`

  1. Hasselts: Aafblèèven of tréûn (=houwen is trouwen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: ne getrouwde man moet de mond tau en de portemenei oëpe haage (=trouwen is houwen !)
  3. Arnhems: Wùh houwèh ketak (=We houden contact)
  4. Theikes: houwdoe tòòt (=Ben eens stil)
  5. Heerlens: vamerakel houwe (=in elkaar slaan)
  6. Ossies: houwt oewuh moel (=hou je mond)
  7. Opglabbeeks: hand buve de kop houwe (=beschermen)
  8. Venloos: houw dich van wiek (=Maak dat je weg komt)
  9. Twents: Wo'j houw'n joh, drietbuul? (=Zoek je ruzie? (2))
  10. Twents: int gat houwn (=Iets afbreken (gebouw))
  11. Opglabbeeks: rêkening müt houwe (=incalculeren)
  12. Brees: houw dien muul! (grof) (=Hou je bek!)
  13. Horster: houw dih plank in dát gaat (=Maak die deur dicht)
  14. Liempds: houw oe bakkus (=Houdt je mond.)
  15. Zeeuws: ie is noha houw van effentennen (=kort lontje)
  16. Zeeuws: kbin we houw verlehen me nie lank (=verlegen)
  17. Liwwadders: must dien kaak houwe (=bek dicht)
  18. Rotterdams: die maggie houwe- of blijf af met je klauwen (=blauwe)
  19. Heerlens: koesj, zich gedoeks houwe (=koest houden, verstopt zijn)
  20. Twents: ene an 'n kop houwn (=iemand om de oren slaan)
  21. Kerkraads: ich houw dich op de vres (=ik sla je op je bek)
  22. Venloos: Op einen aos houwe (=Een tegenvaller hebben)
  23. Opglabbeeks: de kürrik int midde houwe (=eerlijk blijven)
  24. Geuls: unne paaf dedoor houwe (=leuke opmerking maken)
  25. Venloos: Op einen aos houwe (=Tegenspoed hebben)
  26. Zeeuws: ie is noh a houw an e brand (=iemand die vlug boos is)
  27. Kerkraads: ik houw dich opde puutsch (=ik sla je opje bek)
  28. Tilburgs: bakkes houwe (=hou je mond is)
  29. Westfries: in de smieze houwe (=in de gaten houden)
  30. Snekers: boatsjevolk oppe bek houwe (=excessief uitgaansgeweld tegen toeristen)
  31. Weerts: eeme op ziene dèk houwe (=slaag geven)
  32. Zaans: Loof ken lang an houwe (=Moe zijn is geen excuus)
  33. Liwwadders: de must dyn vreet houwe (=je moet je mond houden)
  34. Eindhovens: houw oewen kup of er zwoait wa noar oew! (=Ik wil niet dat je nog langer spreekt.)
  35. Steins: dalik houw ich dich op dien priej !! (=dadelijk geef ik je 'n pak slaag!!)
  36. Achels: wan pèèèrde/wan stup/houwe op die toffel (=ik heb goede kaarten)
  37. Kerkraads: ich houw dich op ding moel (=ik sla je op je bek)
  38. Lopiks: We houwe ketaak! (=Ik hou je op de hoogte)
  39. Amsterdams: Je mot je klep effetjes houwe (=Wees nou even stil)
  40. Mestreechs: heer houwt ziech ziene gielis vól friete (=hij werkt heel wat friete naar binnen)
  41. Roermonds: zal ich dich ins op die pens houwe? (=Zal ik jou eens mores leren?)
  42. Opglabbeeks: es mien tante kluutjes houw, waas ze miene noenk (=als mijn tante teeltballetjes had, was ze mijn nonkel)
  43. Harlingers: must dien vreet houwe, sik die in de sûderhaven dondere (=je moet je stil houden, zal ik je in de zuiderhaven gooien)
  44. Bosch: Dieje loerie madde eiges houwe (=Die slappe koffie mag je zelf hebben)
  45. Bosch: Zo zalde die dikke kop wel houwe!! (=Als je zo door gaat met eten dan zal je wel op dat gewicht blijven.)
  46. Tilburgs: Smoel houwe, aanders zal 't oe doadelijk meij oew bakkes op de kaaien naaien, kunde tandjes roapen mepesaant. (=houd je mond ander neem ik maatregelen.)
  47. Weerts: 't es wat te zegge asje mét aoj wiêver motj gaon egge; ze verrékke det ze trékke, ze houwe en ze slaon en asje saovus toês kotj, hejje nog niks gedaon (=een wat oudere vrouw laat niet met zich sollen)
  48. Liwwadders: must dien hasses houwe, anders krijst een kwababber op dien taat\r\n\r\n'taat'? of hassus? (=hou je stil, anders krijg je een klap voor je kop)
  49. Tilburgs: Aggij nou nie oew bakkus houwt, dan slao ik um subbiet meepussaant dicht (=als jij nu niet je mond houd sla ik hem zo direct dicht)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen