Spreekwoorden met `uw`

Zoek


178 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `uw`

  1. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  2. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  3. in het getouw (=aan het werk)
  4. in iemands schaduw staan (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt)
  5. in ogenschouw nemen (=bekijken)
  6. in touw zijn (=met iets druk bezig zijn)
  7. je gal spuwen/uitbraken (=iets afkeuren en dat duidelijk laten merken)
  8. je hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  9. je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  10. je ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
  11. je schaduw vooruit werpen (=zich onheilspellend aankondigen)
  12. je tabernakelen bouwen (=zich vestigen met het doel lang te blijven)
  13. je woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
  14. kastelen in de lucht bouwen (=zich illusies maken)
  15. katjes die muizen miauwen niet (=tijdens het eten wordt er veel minder gesproken)
  16. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  17. klauwen en nagels hebben (=zich kunnen verdedigen)
  18. klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
  19. kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
  20. kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
  21. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  22. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  23. luchtkastelen bouwen (=zich illusies maken)
  24. meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
  25. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  26. moord en brand schreeuwen (=uiterst verontwaardigd zijn)
  27. naar de kabeljauwskelder (=schip wat gezonken is)
  28. neemt uw tijd te baat, te vroeg is beter dan te laat. (=wacht niet tot het te laat is)
  29. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  30. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
  31. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  32. nieuw bloed (=nieuwe deelnemers, werkers)
  33. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  34. nieuwe heren nieuwe wetten (=nieuwe bazen vaardigen ook nieuwe regels uit)
  35. nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
  36. nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  37. nu komt de aap uit de mouw (=nu blijkt wat werkelijk de bedoeling was)
  38. onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
  39. onder de blauwe/blote hemel (=in open lucht)
  40. ook de ceders van Libanon worden afgehouwen (=ook heilige dingen vergaan)
  41. op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
  42. op fluweel zitten (=het erg goed en gemakkelijk hebben)
  43. op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
  44. op je lauweren rusten (=niets doen en genieten van de vrije tijd)
  45. op je zenuwen leven (=bijna overspannen geraken)
  46. op zand bouwen (=zich op niets baseren)
  47. oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
  48. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
  49. over de puthaak getrouwd (=onwettig samenwonend)
  50. Rome is niet in één dag gebouwd (=relativeren: Leer geduld te hebben, overhaast niets)

183 betekenissen bevatten `uw`

  1. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  2. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  3. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  4. een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
  5. aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  6. een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
  7. onder de geboden (=in ondertrouw)
  8. verplant geen oude bomen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  9. je kan het dak op (=jouw wens wordt niet gehonoreerd)
  10. vissenbloed hebben (=koudbloedig zijn, weinig gevoel hebben, niet gauw koud hebben)
  11. op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
  12. op een oude fiets moet je het leren (=lesmateriaal is zelden nieuw)
  13. ten voeten uit (=letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving)
  14. kijken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
  15. kiezen of delen/kavelen (=maak uw keuze!)
  16. wat de vrouw graag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kookt, ook als het niet hun favoriete gerecht is)
  17. een streepje voor hebben (=meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen)
  18. daar hangt de schaar uit (=men is daar niet te vertrouwen)
  19. gapen als een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
  20. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  21. onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
  22. je eieren goed naar de markt brengen (=met een rijke vrouw getrouwd zijn)
  23. nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
  24. met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  25. als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  26. een onbeschreven blad zijn (=nauwelijks bekend zijn)
  27. op de kop af (=nauwkeurig / precies, exact)
  28. een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
  29. van dik hout zaagt men planken (=niet al te nauwkeurig of zorgvuldig werken)
  30. voor geen klein geruchtje vervaard (=niet gauw bang)
  31. streken onder je staart hebben. (=niet te vertrouwen zijn)
  32. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  33. nieuwe heren nieuwe wetten (=nieuwe bazen vaardigen ook nieuwe regels uit)
  34. andere heren andere wetten (=nieuwe bazen willen nieuwe regels)
  35. nieuw bloed (=nieuwe deelnemers, werkers)
  36. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  37. heet van de naald (=nog heel nieuw (van een product))
  38. te kwader trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk handelend)
  39. onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
  40. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  41. zo dom als touw (=onnozelheid of domheid (als in: `Je bent ook zo dom als touw hè?!`))
  42. spijers zijn dijers (=ook baby`s die spuwen worden wel groot)
  43. om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
  44. op iemands schouders staan (=op andermans werk voortbouwen)
  45. het is een slechte bruiloft waar maar één bruid is. (=op bruiloften worden vaak nieuwe relaties gevormd)
  46. van bruiloft komt bruiloft. (=op bruiloften worden vaak nieuwe relaties gevormd)
  47. van de bedplank zijn (=op de huwelijksnacht verwekt zijn.)
  48. het vossenvel aandoen (=op sluwe wijze iets willen bereiken)
  49. met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
  50. uit de as herrijzen (=opnieuw opbouwen na een brand)

50 dialectgezegden bevatten `uw`

  1. ne lap in au wezen (=een slag in uw gezicht) (Wetters)
  2. ne schip in ou ol (=een schop onder uw achterste) (Moes)
  3. ne schjup in a fiuëre (=een schop in uw kloten) (Kaprijks)
  4. ne shot onder aven inkpot (=een stamp tegen uw achterste) (Niels)
  5. nen toek of koek op aa bakkes (=een slag op uw gezicht) (tervurens)
  6. nen toek op a bakkes (=boks op uw gezicht) (Overijses)
  7. nô ist on ô (=nu is het uw beurt) (Sint-Niklaas)
  8. nun trouk onder ui gat (=een schop op uw zitvlak) (Ouwegems)
  9. ô broek slipt (=uw broek komt tot op de grond) (Sint-Niklaas)
  10. ô klak stod op halfzeven (=uw pet staat scheef op je hoofd) (Sint-Niklaas)
  11. ô spriet sto 'd open (=uw gulp staat open) (Sint-Niklaas)
  12. Oagd'a vast oan de plakken van d'huizen (=Als ge teveel gedronken hebt, is het moeilijk om uw evenwicht te behouden) (Bambrugs)
  13. Oep de spiegel schraave (=uw café schulden noteren) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  14. Onder uw Klwutn Kriggen (=een klacht krijgen) (Kortrijks)
  15. op aa bakkes goo (=totale affront of op uw gezicht vallen) (tervurens)
  16. op de bloazen zitten (=voor uw daden instaan) (Evergems)
  17. Op z'n taân joeke (=Op uw gezicht kloppen) (Riemsts)
  18. oppoer kneie en haan omoeg! (=op uw knieen en handen omhoog!) (Heusdens)
  19. ot u meule (=hou uw mond) (Harelbeeks)
  20. Ou eetn dèdderen (=uw eten prakken) (Lokers)
  21. Ówe pap is ów mam. Ów vader is ów moder (=uw vader is uw moeder) (Horster)
  22. pak oer baggenote èn bolt èt oaf (=Pak uw boeltje bijeen envertrek) (Tongers)
  23. past a poer a na ma (=past uw paar u nu ma) (Hals)
  24. pastop vur 't achterste van 'n peird en 't vuurste van 'n vroumens (=wees voor alles op uw hoede) (Knesselaars)
  25. patatten fletsen in joen teljore (=aardappelen pletten in uw bord) (Werviks)
  26. pilon geive (=hard werken of uw best doen) (tervurens)
  27. ruimd onnen drets op (=berg uw rommel op) (Sint-Laureins)
  28. santé santoader, 'k ê liever bier of woader (=op uw gezondheid) (Kaprijks)
  29. se`ves is oer sop kaat (=uw soep wordt koud) (Heusdens)
  30. sget tege du muur omhoog man geuk (=Zou u mogelijk tegen de muur omhoog uw behoefte willen doen) (Bredaas)
  31. Stkt da kleeheld in oer tes (=steek die munten in uw broekzak) (Lummens)
  32. tegen au frak / ziep (=tegen uw ....) (Vels)
  33. Tegen ou ziep (=Tegen uw vrak (vest)) (Temses)
  34. teure moa (r) deure (=vervolg maar uw weg) (Zwevegems)
  35. toois ehn sigèr smoore (=thuis op uw donder krijgen) (Arendonks)
  36. trekt a foer (=trek uw plan) (Leefdaals)
  37. trekt aa foer! (=trekt uw plan!) (Overijses)
  38. tsebiet ewa tuitn op ou muile (=straks mot ik op uw gezicht) (Zottegems)
  39. Turres (=Bij uw thuis) (Spalbeeks)
  40. uw eige een verschot weireke (=iemand die hard werkt) (Brechts)
  41. uw slaboarus houden (=uw mond houden, niet mee bemoeien) (Zelzaats)
  42. va moetes (=omdat het moet, uw plicht nakomen bv. trouwen omwille van zwangerschap) (Meers)
  43. veel Spèl an uw Gat èèn (=zich beter voelen dan de ander) (Kortrijks)
  44. vertelt dad' an ui meetse (=uw bewering is voor mij nonsens) (Waregems)
  45. vragen es vrij en ' t refuseeren stoat er bij (=uw kans wagen bij een meisje) (Gents)
  46. Wa d'ist, zidde neist ount drougen (=Een losse draad aan uw kledij) (Bevers)
  47. waag oere toer oaf (=wacht uw beurt af) (Tongers)
  48. Weens menneke zerre ga (=Wie zijn uw ouders) (Hoeilaart)
  49. wilt iene moale steeken (=steek het in uw zakken) (Brakels)
  50. wolde gulder ulder wulde biesten ne kier binnen oun (=moeit u met uw eigen zaken) (Lokers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen