Spreekwoorden met `sla`

Zoek


131 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `sla`

  1. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  2. op het slappe koord dansen (=zijn kunsten vertonen - ook :risico`s nemen)
  3. op hetzelfde aambeeld hameren/slaan (=steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen)
  4. op slag (=onmiddellijk)
  5. op twee oren slapen (=je mag gerust zijn)
  6. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  7. slapende rijk worden (=veel geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen)
  8. spijkers met koppen slaan (=doortastend optreden)
  9. staan te slapen (=niet opletten)
  10. tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)
  11. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  12. twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)
  13. uit de lijken geslagen (=totaal van zijn stuk gebracht)
  14. uit het veld geslagen zijn (=helemaal van streek zijn)
  15. uit zijn lood geslagen zijn (=verbaasd zijn, niet goed meer weten hoe het verder moet)
  16. van de hand slaan/wijzen (=niet aannemen)
  17. van zich afbijten/afslaan (=zich fel verdedigen)
  18. veel omslag maken (=veel bijzonders doen)
  19. visserslatijn (=grootspraak)
  20. visserslatijn praten (=zijn prestaties overdrijven)
  21. waarheid met de slag om de arm (=een waarheid die vele facetten kent)
  22. weinig armslag hebben (=weinig ruimte hebben om uit te breiden of weinig mogelijkheden hebben, meestal in geld uitgedrukt)
  23. weten wat de klok slaat (=weten hoe laat het is)
  24. wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  25. wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden)
  26. wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
  27. wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
  28. wie slaapt vangt niks (=je moet wel opletten)
  29. ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)
  30. zijn zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)
  31. zonder slag of stoot (=zonder het minste probleem)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen