Spreekwoorden met `oud`

Zoek


194 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `oud`

  1. het is moeilijk de oude mens af te leggen. (=gewoonten zijn moeilijk af te leren)
  2. het is niet al goud wat blinkt (=schijn bedriegt)
  3. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet)
  4. het onder de pet houden (=het niet in de openbaarheid brengen)
  5. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  6. het pad warm houden. (=regelmatig op bezoek komen)
  7. het veld behouden (=niet opgeven)
  8. het zal erom houden (=het zal op het nippertje zijn)
  9. hou ouder, hoe gekker. (=ouderen maken zich minder druk om wat anderen van hen denken)
  10. huishouden van Kea (=een rommelig huishouden)
  11. iemand aan zijn woord houden (=van iemand eisen dat hij zijn belofte nakomt)
  12. iemand de hand boven het hoofd houden (=iemand in bescherming nemen)
  13. iemand een koud bad geven (=iemand kalmeren , illusies ontnemen)
  14. iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
  15. iemand koeien met gouden horens beloven (=iets moois beloven maar niet nakomen)
  16. iemand kort houden (=iemand niet veel bewegingsvrijheid geven (fig.))
  17. iemand onder de duim houden (=iemand in je macht hebben, iemand de baas zijn)
  18. iemand voor het lapje houden (=iemand iets wijs maken of voor de gek houden)
  19. iets in petto houden (=een mededeling voor later bewaren)
  20. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  21. iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
  22. iets voor geen goud willen doen (=iets absoluut niet willen doen)
  23. iets zo beu zijn als koude pap (=iets grondig beu zijn)
  24. ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)
  25. in behouden haven zijn (=veilig ergens zijn (bv na een reis))
  26. in echec houden (=in bedwang houden)
  27. in ere houden (=goed onderhouden, niet laten voorbijgaan)
  28. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  29. je bent nooit te oud om te leren (=je kan altijd nog bijleren)
  30. je gemak houden (=niet te veel werk doen, niet kwaad worden)
  31. je hart vasthouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
  32. je katoen houden (=je rustig houden)
  33. je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
  34. je kop houden (=stil zijn, niet praten)
  35. je kruit droog houden (=geen onnodige acties ondernemen of energie verspillen.)
  36. je lijn vasthouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
  37. je op de vlakte houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
  38. je op een afstand houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien)
  39. je van de domme houden (=doen alsof men van niets weet)
  40. je van de hals houden (=van je afhouden, niet aanvaarden)
  41. je van het lijf houden (=van je afhouden, niet aanvaarden)
  42. je woorden op een goudschaaltje wegen (=uiterst weloverwogen spreken)
  43. jong en oud, op het eind wordt alles koud. (=uiteindelijk gaat iedereen dood.)
  44. jong geleerd is oud gedaan (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven)
  45. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  46. klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
  47. koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
  48. koud bier maakt warm bloed. (=alcohol maakt aggressief)
  49. koud en heet uit één mond blazen. (=verschillende standpunten innemen om zijn eigen belangen te dienen)
  50. maandag houden (=niet werken op Maandag)

202 betekenissen bevatten `oud`

  1. oude kerken hebben duistere glazen. (=het zicht wordt minder als je ouder wordt)
  2. oud mal gaat bovenal (=hoe ouder hoe gekker)
  3. klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
  4. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
  5. zo oud als Methusalem zijn (=iemand die bijzonder oud is)
  6. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  7. iemand voor het lapje houden (=iemand iets wijs maken of voor de gek houden)
  8. iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
  9. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of tegenhouden)
  10. iemand in de maling nemen (=iemand voor de gek houden)
  11. met iemand spelen als de kat met de muis (=iemand voor de gek houden)
  12. met iemand zijn voeten spelen (=iemand voor de gek houden)
  13. iemand bij de neus nemen (=iemand voor de gek houden; iemand bedriegen)
  14. iemand in de tang nemen (=iemand zo vasthouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / Iemand in zijn macht hebben)
  15. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
  16. iets in het oor knopen (=iets goed onthouden)
  17. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  18. de langste adem hebben (=iets het langst volhouden)
  19. troeven achter de hand houden (=iets voordeligs achterhouden, informatie achterhouden)
  20. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  21. iets niet tegen/aan dovemans oren zeggen (=iets wordt erg goed onthouden)
  22. een schot voor open doel. (=iets zo eenvoudig dat het bijna onmogelijk is om te falen)
  23. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  24. in echec houden (=in bedwang houden)
  25. een oog in het zeil houden (=in de gaten houden)
  26. de vinger aan de pols houden (=in de gaten houden of alles goed gaat)
  27. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  28. je op de lippen bijten (=je inhouden (niet lachen of kwaad worden))
  29. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  30. verplant geen oude bomen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  31. je katoen houden (=je rustig houden)
  32. zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
  33. de appel smaakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
  34. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders)
  35. het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
  36. vissenbloed hebben (=koudbloedig zijn, weinig gevoel hebben, niet gauw koud hebben)
  37. een koude mei een gouden mei. (=koude in mei is goed voor het land)
  38. glashard liegen (=liegen zonder er iets van in zijn houding te laten merken)
  39. iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
  40. wat de boer niet kent, dat eet hij niet. (=mensen houden niet van (zijn bang voor) wat ze niet kennen.)
  41. salvo titulo (=met behoud van titels)
  42. salvo honore (=met behoud van zijn eer)
  43. salvo honore et titulo (=met behoud van zijn eer en zijn titel)
  44. iemand in het ooitje nemen (=met iemand een grap uithalen of voor de gek houden)
  45. het verstand komt met de jaren (=naarmate je ouder wordt, word je wijzer en verstandiger)
  46. over het hoofd groeien (=niet meer onder controle te houden)
  47. niet in de wieg gesmoord (=niet van bij de opkomst vernietigd - al oud)
  48. iemand geen strobreed in de weg leggen (=niets doen om iemand tegen te houden of te belemmeren)
  49. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  50. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)

50 dialectgezegden bevatten `oud`

  1. Jong opknope, den hejje d'r gien last van. (=Over oud worden.) (Zaans)
  2. k'zen in de fleur van menne sleet (=ik begin oud te worden) (Antwerps)
  3. kiefkief zien (=lood om oud ijzer zijn) (Veurns)
  4. Kokedi (zeer oud Gents) 'k Goa mijne kokedi in euwe nekke leggen (=Ik ga U slaan met mijn paraplu.) (Gents)
  5. kroak'nde woag'ns loop'n 't langst (=klagers worden vaak oud) (Westerkwartiers)
  6. kroak'nde woag'ns ried'n 't langste (=mensen die vaak ziek zijn worden soms heel oud) (Westerkwartiers)
  7. locht op de bessem (=oud genoeg om met meisjes uit te gaan) (Steenwijks)
  8. men aa vlam deed zoe zjenèttereg (=mijn oud lief doet zo verwijfd) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. mëne vulo ès al 70 joër aad en mëne iërband steet allang plat (=ik ben al 70 en te oud voor sex) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. Met ' n oald hoes en ' n joonk wief he' j altied wat te knooi' n. (=Met een oud huis en een jonge vrouw heb je aaltijd iets om handen) (Twents)
  11. n ou wijf mee nieuw kleeren blijft een ou wijf. (=Een voorzetgevel maakt van een oud huis geen nieuwbouw.) (Evergems)
  12. nen aaë boom mauste nie verzètte (=een oud mens verhuis je niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. oald en stief en nog gin wief (=oud en stijf en nog geen wijf) (Twents)
  14. oed vintche (=oud mannetje) (Veurns)
  15. oed wuviejge (=oud vrouwtje) (Veurns)
  16. old zeer weer oop'm kraab'm (=oud zeer weer oprakelen) (Westerkwartiers)
  17. oold vleijs (=een erg oud iemand) (Sallands)
  18. op aartje gaon (=oud gebruik om bij een bruiloft drank en spijs op te eisen) (Heitsers)
  19. Op z'n oud Aarlanderveens (=Lomp / ongemanierd) (Alfus)
  20. oubakken breud (=oud brood) (Ninoofs)
  21. oud Beijerland gesticht van rotte kaas en onderwicht. (=oud Beijerland) (Hoeksche Waards)
  22. oud gezegde: 't iene jaor een misse,'t aandre jaor een wisse (=Miskraam) (Giethoorns)
  23. oud je smikkel (=Hou je mond) (West-Vlaams)
  24. oud ju mulle! (=hou je mond) (West-Vlaams)
  25. oud oi koest (=hou je kalm) (Waregems)
  26. oud oi kolm (=wees toch kalm) (Waregems)
  27. oud oi moyle / toote / / oud oin smoel / bek (=hou je mond, zwijg) (Waregems)
  28. oud, oud? De dúvel is oud, en ze moer nag ouwer. (=Over oud worden.) (Zaans)
  29. oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Westerkwartiers)
  30. oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Tilburgs)
  31. oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Budels)
  32. oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Aalsters)
  33. oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Lichtervelds)
  34. oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Waregems)
  35. oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.) (Harelbeeks)
  36. Prooten as een metworst waor 't vet is uut eleupen (=Een humorloze vertelling, iemand die oud nieuws vertelt) (Giethoorns)
  37. Proten as een metworst waor et vet is uut-eleupen (=Een humorlozeverteller-die oud nieuws verteld) (Giethoorns)
  38. same doorhaoje (=samen oud op nieuw vieren) (Heitsers)
  39. Ter spinning gaan. (Is dut Assedellefts?) (=Met oud op nieuw feesten.) (zaans)
  40. tgoed èster vanaof, mene joeng (=ik ben oud en versleten) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. tis oed vuul (=het is oud nieuws) (Kortemarks)
  42. touwn zen hiene huu (=toon zijn kippen hoeden (begraven worden op oud kerkhof) ) (St Huibrechts-Herns)
  43. tram nummer 50 riëd zjus vërbij (=ik werd juist 50 jaar oud) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. van het joar stillekes; uiët zjuzekes tijt (=zeer oud) (Diesters)
  45. Ver stoppe nie mét laeve omdat ver aat wiëne, mér ver wiëne aat omdat ver stoppe mét laeve (=als er niets meer is dat je interesseert, ben je vlug oud) (Bilzers)
  46. Wae bang is vör aod te weade, mót zich jónk laote hange. (WT) (=Niet bang zijn om oud te worden) (Mechels (NL))
  47. wae èn zën joeng joeëre al mèttët piëd riëd, moet èn zën aa daogë mèr tevoet lope (=jong verwend, oud gekend) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. wae ët langste laef ès nen aadstraajder (=als je oud wordt heb je ook veel moeten afzien) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. wae wilt mën eks-vroo nog (=oud speelgoed schenk je weg aan liefdadigheid) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. weinig veirk's die zu oud werren (=van iemand die vroeg sterft : weinig varkend die zo oud worden) (Meers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen